Geplaatst op Geef een reactie

Tuttebel

‘Oh wat ben je toch een tuttebel,’ zegt mijn vriendin tegen ons dochtertje van 2.

‘Ik ben geen kuttebel!’ roept ze. ‘Ik ben ech geen kuttebel! Ech nie!’

Dat beamen we.

Geplaatst op Geef een reactie

Lekker

‘Zo!’ zegt mijn zoontje. ‘Die heeft lekkere tieten!’

Hij staat in het sprookjesbos van de Efteling voor het beeld van de kleine zeemeermin.

Mijn vriendin kijkt me aan.

‘Typisch zijn vader.’

Ik denk aan het aantal keer dat ik ‘lekkere tieten’ heb gezegd, terwijl ik keek naar een vrouw. Nul keer, alles bij elkaar opgeteld. En ineens vraag ik me af wie dan wèl de vader is, van die kleine man.

Geplaatst op Geef een reactie

Yogapedist

‘Ik ga vamiddag naaj de yogapedist,’ zegt het vierjarige meisje. Ze kijkt blij.

‘Naar de logopedist? Dat lijkt me een goed idee,’ zeg ik.

Haar moeder lacht, gelukkig.

Geplaatst op Geef een reactie

Vlug

De fietser valt half van zijn fiets als hij uit moet wijken voor de taxichauffeur die onverwacht afslaat. Boos stapt hij af.

‘Kan je niet uitkijken!’ roept hij naar de chauffeur.

‘Je fietst gewoon te hard!’ roept de chauffeur terug.

Geplaatst op Geef een reactie

Pieper

Oogpotlood, mascara, felle ogen, een vrolijk gekleurde niqaab.

‘Hou toch eens op met pieperen!’ zegt ze tegen haar man (grote baard, djellaba).

Even later slaat hij zijn arm om haar schouder en geeft haar een knuffel.

Geplaatst op Geef een reactie

Geslaagd

‘Geslaagd voor föhnen! Met een 8!’ zegt het meisje in de tram. Haar vriendinnen van de kappersopleiding knikken goedkeurend.

Geplaatst op Geef een reactie

Je moeder

‘Weet je wat ik doe? Weet je wat ik ga doen? Ik verkracht je moeder!’ schreeuwt de lange man tegen de kleine man. De lange man wordt in bedwang gehouden door een portier van het hotel waar ze voor staan. De kleine man lacht spottend.

Geplaatst op Geef een reactie

Bijdehand

Twee grote, kale mannen met bomberjacks en legerkistjes en tatoeages tot in hun nek voeren een heftige discussie waarbij ze driftig met hun handen zwaaien.

Dichterbij:

Twee dove mannen zijn geanimeerd met elkaar aan het praten.

Geplaatst op Geef een reactie

Voeten van de bank

De conducteur in de lege eerste klas coupé haalt vliegensvlug zijn voeten van de bank als ik met mijn zoontje binnen kom.

Geplaatst op Geef een reactie

Jamin

‘Maar we moeten natuurlijk ook nog iets kopen,’ zegt het pubermeisje. Haar vriendin knikt, terwijl ze geroutineerd een rol mentos in haar mouw laat glijden.

Geplaatst op Geef een reactie

Bedankt

‘Nog bedankt voor het biertje!’ zeg ik tegen mijn zus als we afscheid nemen op het station.

‘Wat?’ zegt ze, ‘jij had toch alles betaald?’

We zijn geen van beiden daarna ooit nog naar dat café gegaan.

Geplaatst op Geef een reactie

Wilde haren

De jongen met de woeste blonde baard en de lange wilde haren staat voor de spiegel in de toiletruimte als ik binnen kom. Uiterst zorgvuldig herschikt hij een van zijn woeste lokken. Dan merkt hij me op. Eén tel kijkt hij me aan en dan snelt hij de ruimte uit.

Geplaatst op Geef een reactie

Heil

Met zijn arm strak naar rechtsboven schreeuwt hij: ‘Sieg Heil!’

Hij doet een flinke stap en dan weer, arm strak naar rechtsboven en uit volle borst: ‘Sieg Heil!’

Dan zakken de schouders van de tandeloze zwerver en schuifelt hij onverstaanbaar mummelend verder.

Geplaatst op Geef een reactie

Graafmachine

‘Een graafmachine! ‘ zeg ik enthousiast.

Ik wil hem aanwijzen, maar realiseer me dan dat mijn zoontje helemaal niet in de auto zit.

Mijn vriendin wel, en zij lacht.

Geplaatst op Geef een reactie

Zitschuld

De Turkse jongen staat op om de Marokkaanse vrouw te helpen haar kinderwagen uit de tram te tillen. Snel gaat de Nederlandse man op zijn plek zitten, in de verder overvolle tram. De teleurgestelde blik van de jongen ontwijkt hij.

Geplaatst op Geef een reactie

Geen Licht

Een jongen van een jaar of twaalf, gebreide muts, iets te grote fiets, houdt zich vast aan het paaltje met de knop voor het stoplicht. Hij drukt er ongeduldig op, kijkt naar het stoplicht. Ik kijk mee, en zie dat het licht uit staat. De verkeerslichten voor de auto’s en voetgangers staan ook uit, zie ik. De jongen blijft hoopvol naar het stoplicht kijken. Ik fiets langs hem.

“Hij is al groen hoor,” roep ik, en ik realiseer me dat dat niet waar is.

De jongen gaat op de pedalen staan, helemaal klaar om door te fietsen, kijkt dan naar het stoplicht, schrikt van wat hij ziet en zet zijn voeten zo vlug weer op de grond dat hij bijna omvalt.

Ik fiets door. Aan de andere kant van de drukke weg stop ik, en kijk om. De jongen drukt driftig op het knopje, en kijkt naar het verkeerslicht dat niet groen kan worden.