Geplaatst op Geef een reactie

Tuttebel

‘Oh wat ben je toch een tuttebel,’ zegt mijn vriendin tegen ons dochtertje van 2.

‘Ik ben geen kuttebel!’ roept ze. ‘Ik ben ech geen kuttebel! Ech nie!’

Dat beamen we.

Geplaatst op Geef een reactie

Verkocht

‘Wil je met me spelen, met de Lego?’ vraagt mijn zoontje. Het is zondagochtend, half negen. Ik zit al een uur achter de computer te werken, hij is net bij me komen staan. Hij moest van mij na twee afleveringen van de Drakenserie de televisie uit doen en gaan spelen met speelgoed.

Ik kijk naar mijn scherm, weet hoeveel ik nog moet doen, hoeveel er altijd te doen is met dit bedrijf. Ik voel me zo’n vader in een tv-film die er uiteindelijk achter komt dat kinderen en familie véél belangrijker zijn dan werk en succes.

‘Ik moet nog even werken,’ zeg ik toch. Hij zucht zoals al die jongetjes op tv zuchten als hun vaders dat zeggen.

‘Maar waarom dan?’

‘Omdat ik, omdat ik dan geld verdien en leuke legocadeautjes kan kopen voor je verjaardag!’

‘Topidee pap,’ zegt hij en hij steekt zijn duim op. Ik ben trots en voel me tegelijkertijd nog veel schuldiger. Ga ik hem ook nog omkopen? Weer een stap op het pad van de slechte, afwezige vaders.

 

Een weekend later. We lopen samen de trap af naar beneden.

‘Mag ik tv kijken?’

‘Ja, want het is weekend! Je hoeft niet naar school.’

‘Is Malin ook vrij?’

‘Malin hoeft ook niet te werken.’

‘Joepie! En Bor?’

‘Die hoeft ook niet te werken.’

‘Gelukkig,’ zegt hij. Hij springt van de laatste twee treetjes af.

‘En mama?’

‘Die hoeft ook niet te werken,’ zeg ik.

‘Gelukkig,’ zegt hij weer. ‘En jij?’ vraagt hij dan.

‘Ik hoef ook niet te werken!’ zeg ik vrolijk.

‘Oh jammer,’ zegt hij en zijn schoudertjes zakken.

‘Hoezo?’ vraag ik.

‘Als je niet werkt, kan je geen Legocadeautjes voor me kopen!’ zegt hij.

Ik doe het godverdomme ook nooit goed.

 

ps: koop mijn boek!

Geplaatst op Geef een reactie

‘De Eerlijke Dief’ en andere verhalen. Nu te koop!

Lang, lang geleden, schreef ik meer dan honderd verhalen per jaar. Toen werd het ineens druk met Lukida, waarmee ik ervoor kon zorgen dat op tientallen scholen tientallen kunstenaars les konden geven zodat de scholen minder last hadden van het lerarentekort. Jaren lang werkte ik 60-70 uur per week om dat mogelijk te maken, en altijd was ik met het bedrijf bezig. Nieuwe verhalen kwamen even niet in me op (maar wel een oud verhaal…).

De verhalen die ik de jaren ervoor had geschreven, zette ik wel in een bundel: Eva Disselhoff selecteerde en verbeterde ze en Marie-José Schouten deed daarna de vormgeving.

Nu is het boekje ineens bijna klaar, zo midden in de Corona-crisis. Een boekpresentatie zit er niet in, maar ik kan natuurlijk wel de boeken in een envelop stoppen en opsturen naar iedereen die er eentje wil ontvangen.

Dus: vond je mijn verhalen op mijn site of op Facebook leuk? Wil je nog meer verhalen lezen van mij, ook thuis op de bank bijvoorbeeld? Bestel nu mijn tweede verhalenbundel ‘De Eerlijke Dief’. Als je de bestelling vóór 15 april doet, krijg je korting. Verzendkosten zijn niet inbegrepen, daar vraag ik 3 euro voor (postzegels en enveloppen zijn niet gratis helaas).

BESTEL NU

 

 

Geplaatst op Geef een reactie

Bladel

Mijn privé-telefoon gaat. Een onbekend nummer, tien uur in de avond op zondag. Het kan werk zijn, ik noem mijn voornaam en achternaam.

Mijn moeder is aan de telefoon. Wij, haar kinderen, hebben haar net naar een verzorgingstehuis gebracht. Ze heeft meerdere ernstige lichamelijke klachten en ook last van beginnende dementie.

 

‘Bladel,’ begint ze. ‘Daar had je het toch vandaag over?’

‘Wat?’ zeg ik.

‘Bee, el, a, dee, ee, el,’ zegt ze.

‘Bladel?’

‘Je vertelde vandaag over Bladel,’ zegt ze geduldig, ‘En over wat er aan de hand was.’

‘Het Brabantse dorp?’ vraag ik.

‘Precies,’ zegt ze, alsof ze nu verwacht dat ik weet waar het over gaat.

‘Nee, daar heb ik het niet met je over gehad vandaag,’ zeg ik, ‘Wat is er dan in Bladel?’

 

Ik zoek het meteen op in de computer. ‘Bladel en nieuws.’ ‘De nieuwe burgemeester moet humor hebben’ is het belangrijkste nieuws.

‘Niks aan de hand in Bladel,’ zeg ik tegen haar.

‘Hè?!’ zegt ze. ‘Ik weet zeker dat ik het er met je over gehad heb vandaag.’

‘Nee,’ zeg ik, ‘we hebben elkaar niet gesproken. Was er iemand op bezoek? Of aan de telefoon gehad?’

‘Ik heb jou gesproken,’ zegt ze. Dan is ze even stil.

‘Weet je mam,’ zeg ik, ‘ik ga deze week foto’s van de kinderen printen en naar je toe sturen.’

‘Ja graag,’ zegt ze gretig. ‘Ik heb je dochter en je jongste nog helemaal niet op het kastje staan! Dat kan natuurlijk niet, die horen er ook bij.’

 

We groeten elkaar en hangen op. Ik ga die foto’s snel uitprinten zodat ze elke dag kan zien wie haar kleinkinderen zijn. Misschien onthoud ze hun gezichten nog eventjes.

Geplaatst op Geef een reactie

Heb ik al gezegd

Mijn dochter van bijna drie pakt het kleine roze boekje beet, slaat het open.

‘Ik ga voorlezen,’ verklaart ze.

‘Tjadabadaba da, padiepadie en toen moest de baby op de commode. Maar hij wilde niet!’

Ze laat me een bladzijde omslaan (‘Nee, de andere kant’) en dan vertelt ze hetzelfde verhaaltje.

‘Tjadadadie badiebadie en de baby moest op de commode. Maar hij wilde niet!’

En dan vertelt ze hetzelfde verhaal nog een keer. En nog een keer. En nog een keer en nog een keer en nog een keer. En nog een keer … en nog…

‘Tjadadadie badiebadie en de baby moest op de commode. Maar hij wilde niet!’

‘Tjadiedadie padiebabie en de baby moest op de commode.’

 

Dan zegt ze even niks, ze draait de pagina om, kijkt er naar. Ik wil helpen.

‘Maar hij wilde niet!’ zeg ik enthousiast.

Ze klapt haar boekje dicht.

‘Papa!’ zegt ze streng. ‘Dat heb heb ik net al gezegd.’

‘Sorry,’ zeg ik. Maar gelukkig mag ik snel weer een pagina omslaan.

Geplaatst op Geef een reactie

Blote Benies

‘Blote benies!’ roept mijn zoontje als de bejaarde dame met de mooie jurk langsloopt. Ze lacht vrolijk en zegt:

‘Nou, het zijn geen blote benen hoor.’

Ze loopt de trap op en mijn zoontje kijkt haar na, denkt. Dan weet hij het.

‘Blote billies!‘

Geplaatst op Geef een reactie

Eén auto

‘Eén auto,’ zeg ik tegen de jongste, die twee grote playmobiel auto’s en een plastic vuilniswagen de trap probeert op te sjouwen. Het is avond en hij moet naar bed.

Hij schreeuwt, probeert ze allemaal vast te houden.

‘Eén auto,’ zeg ik nogmaals, en ik probeer er twee uit zijn sterke knuistjes te trekken. ‘Eén auto of je mag er helemaal geen meenemen.’

Hij laat niks los dus ik pak ze allemaal af. Hij schreeuwt en huilt.

 

Eén avond later. Mijn vrouw heeft net gezegd tegen alle kinderen dat ze naar bed gaan. De jongste zit op zijn hurken bij zijn plastic bak met auto’s. Hij pakt er eentje uit, geeft die aan mij.

‘Eén auto…’ zegt hij en hij pakt de volgende. ‘Eén auto,’ zegt hij, en hij geeft er nog eentje. ‘Eén auto,’ zegt hij bij de volgende en de volgende, en de volgende die hij allemaal aan mij geeft totdat ik er uiteindelijk acht in mijn handen heb.

‘Nu echt naar boven!’ zegt mijn vrouw. De jongste kijkt me tevreden aan, wijst op de auto’s in mijn handen.

‘Eén auto,’ zegt hij en hij loopt langs me, naar de trap, waar hij naar boven klimt. En ik loop achter hem aan, met allemaal één auto’s in mijn handen.