Geplaatst op Geef een reactie

Bladel

Mijn privé-telefoon gaat. Een onbekend nummer, tien uur in de avond op zondag. Het kan werk zijn, ik noem mijn voornaam en achternaam.

Mijn moeder is aan de telefoon. Wij, haar kinderen, hebben haar net naar een verzorgingstehuis gebracht. Ze heeft meerdere ernstige lichamelijke klachten en ook last van beginnende dementie.

 

‘Bladel,’ begint ze. ‘Daar had je het toch vandaag over?’

‘Wat?’ zeg ik.

‘Bee, el, a, dee, ee, el,’ zegt ze.

‘Bladel?’

‘Je vertelde vandaag over Bladel,’ zegt ze geduldig, ‘En over wat er aan de hand was.’

‘Het Brabantse dorp?’ vraag ik.

‘Precies,’ zegt ze, alsof ze nu verwacht dat ik weet waar het over gaat.

‘Nee, daar heb ik het niet met je over gehad vandaag,’ zeg ik, ‘Wat is er dan in Bladel?’

 

Ik zoek het meteen op in de computer. ‘Bladel en nieuws.’ ‘De nieuwe burgemeester moet humor hebben’ is het belangrijkste nieuws.

‘Niks aan de hand in Bladel,’ zeg ik tegen haar.

‘Hè?!’ zegt ze. ‘Ik weet zeker dat ik het er met je over gehad heb vandaag.’

‘Nee,’ zeg ik, ‘we hebben elkaar niet gesproken. Was er iemand op bezoek? Of aan de telefoon gehad?’

‘Ik heb jou gesproken,’ zegt ze. Dan is ze even stil.

‘Weet je mam,’ zeg ik, ‘ik ga deze week foto’s van de kinderen printen en naar je toe sturen.’

‘Ja graag,’ zegt ze gretig. ‘Ik heb je dochter en je jongste nog helemaal niet op het kastje staan! Dat kan natuurlijk niet, die horen er ook bij.’

 

We groeten elkaar en hangen op. Ik ga die foto’s snel uitprinten zodat ze elke dag kan zien wie haar kleinkinderen zijn. Misschien onthoud ze hun gezichten nog eventjes.

Geplaatst op Geef een reactie

Graaahaaahhhhhh!!!

‘Weet je wat ik voor muziek ik ècht leuk vind?’ De strak geklede BMW verkoper uit Brabant doet het handschoenkastje van de auto open, pakt de bovenste van een stapel zelf gebrande cd’s, doet deze in de ingebouwde cd-speler van zijn glimmende auto. Een dikke BMW uiteraard. Met leren bekleding.

Een klein half uur geleden beloofde hij me naar het station te brengen in Uitgeest, zodat ik op tijd in Amsterdam kon zijn: daar werd voor de eerste keer in mijn leven een toneelstuk van mij gespeeld op een klein festival. Maar overdag moest ik eerst nog een cateringklus uitvoeren in Heemskerk. Er daar komt weinig openbaar vervoer, zeker op zondag.

Hij drukt op play.

In Uitgeest zagen we dat er geen treinen reden: tientallen mensen liepen verdwaasd rond, keken op de kaart van de regio of naar het scherm van de NS, een enkeling was aan het bellen met een mobiele telefoon. De BMW-verkoper stelde voor om mij helemaal naar Amsterdam te brengen en ook wat andere mensen een lift te geven, ik sprak de eerste drie mensen aan die ik zag lopen. Daarom zaten er nu ook een bejaarde dame, een student met een kater en een jong gothic-gekleed meisje achterin de auto.

De muziek begint.

Snerpende gitaren, stampende bassen en donderende drums. En daar overheen extreem luid gegrunt. De oude dame achterin de auto kijkt alsof ze net heeft gehoord op welke dag en hoe laat ze dood gaat, de student met een kater is ineens klaarwakker, en het meisje dat volledig in zwart gekleed is, met de diepzwarte makeup, zit rechtop en lacht breed.

‘Dat is MURKDEATHSPIRALSKULL van SKRULLFODGERSKROOOMP’ zegt ze, met een intens gelukkige uitstraling. ‘Dat is een van mijn favoriete nummers!’

Hij laat het grommende, dampende en stampende nummer nog even doorbrullen, en dan zet hij het uit. Het oude dametje achterin slaakt een zucht van verlichting, de student grinnikt.

‘Ken je ook hun eerste album?’ vraagt ze en hij knikt.

‘Ik ben zelfs bij hun enige Europese optreden geweest,’ zegt hij.

‘In Stuttgart,’ zeggen ze allebei tegelijk en dan lachen ze.

Hij brengt het gothic meisje en de student bij station Sloterdijk en de oude dame naar haar zus in Nieuw West. Mij brengt hij tot aan het festivalterrein. Als hij weg rijdt, druk hij weer op play.

GRAAAAHHHAAAAIIIIUUUUUUUUUUUURGHHHH!!!’ klinkt uit de auto tot hij het raampje dicht draait.

Geplaatst op Geef een reactie

Hints

‘Weet je waar ik echt niks mee kan? Met jongens die vrágen of ze me mogen zoenen. Ik wil gewoon besprongen worden, dat hij mijn kleren van mijn lijf rukt en me naar de slaapkamer sleurt. Lekker mannelijk!’

‘Ik ben dus wel zo’n jongen, die het netjes vraagt wanneer hij een meisje wilt zoenen,’ zeg ik. ‘Al een paar keer gehad dat zo’n meisje dan zei: ‘ja natuurlijk mag je me zoenen!’ Had ik hun hints niet begrepen.’

‘Ja,’ zegt ze, ‘van die jongens die je hints niet begrijpen. Daar word ik helemaal gek van.’

Geplaatst op Geef een reactie

Check

‘Waarom moet ik bij het volgende station uitstappen om alsnog in te checken?’ briest het knappe meisje tegen de conducteur. ‘Normaal krijg ik altijd gewoon een waarschuwing!’
Haar vriendje zwijgt en kijkt naar buiten.

Geplaatst op Geef een reactie

Smeerlap

Mijn collega Annie en ik lopen naar de lift in ons kantoorgebouw. Ik knik naar de schriele, bleke beveiliger die al jaren achter de balie zit en van wie ik nog nooit echt hoogte heb kunnen krijgen. Hij knikt terug, kijkt even naar Annie, glimlacht een beetje. Zij grijnst breed.

‘Dag Benny!’ zegt ze luid.

‘Da- ag,’ zegt Benny zenuwachtig. Ik vraag me af waarom iemand zó verlegen en onzeker als Benny ooit is aangenomen bij een beveiligingsbedrijf. Hij zou toch nooit een dief kunnen tegenhouden, of zelfs maar streng toe kunnen spreken?

 

Als ik op het knopje van de lift wil drukken, buigt Annie zich naar me toe en fluistert in mijn oor.

‘Ik heb een porno gezien van Benny.’

Van schrik druk ik naast het liftknopje. Ik kijk om, naar Benny, naar zijn bril met dikke jampotglazen en het beveiligerstenue dat veel te ruim om zijn lichaam hangt.

‘Hoe, wat…?’

Ze grijnst breed, drukt op het liftknopje. Ze fluistert verder.

‘Ik vroeg hem laatst of hij een vriendinnetje had, weetje, voordegein, hij zei ‘nee’, ik zei: ook geen seks zeker dan, haha, jeweethoeikben (ik weet hoe ze is) en toen zei hij dat hij een pornoacteur is. Ik geloofde het niet, liet hij zo zijn porno zien.’

‘Waar?’ zeg ik. ‘Op zijn eigen computer?’

We stappen de lift in, ze knikt en wacht even tot de deuren sluiten.

 

‘Ik dacht natuurlijk: als zo’n kleine krielkip aan porno doet, moet hij vast een enorme dikke tampeloeris hebben. Maar nee hoor, zijn piemel is even klein en dun als hij zelf. Jammerrr!’

Ik lach, voel me daar gelijk schuldig over.

‘Hij was met zijn bleke lijf heel druk bezig met een dik wijf, beetje ouder dan hij. Ook heel bleek, van dat lillende vlees dat je ook wel eens in de sauna ziet en waardoor je denkt: goh ik zie er nog prima uit, weetjewel?’

‘Gadver,’ zeg ik. We stappen de lift in.

‘Ja hè! Zo vies! Ik heb het thuis aan Ruud laten zien, die vond het ook hele goedkope amateurporno. Wel een beetje zielig trouwens: ik denk dat hij het aan mij liet zien omdat hij me lekker vindt. Hij zei in ieder geval dat hij van volle vrouwen houdt.’

Ik kijk naar Annie. Ze is inderdaad behoorlijk vol.

‘Maar niet tegen hem zeggen dat je het weet hoor! Hij heeft me gevraagd of ik het alsjeblieft niet door wilde vertellen. Haha! Ik en geheimen bewaren.’

 

We stappen even later de lift uit. Annie vertelt het verhaal in geuren en kleuren aan al onze collega’s. Iedereen zegt ‘ieuw!’ en ‘getver!’ Ze gaan, zonder mij, het kantoor in van Annie om naar het amateur-pornofilmpje te kijken. Ik denk aan Bennie. Ik weet nu al dat ik vanaf nu elke keer als hij me groet, een beetje verlegen onhandig zoals altijd, aan zijn pornofilm denk, ook zonder de film gezien te hebben.

‘Je verwacht het niet, hè, dat iemand die je kent zo’n smeerlap kan zijn,’ zegt een andere collega later. En ze heeft gelijk.

Geplaatst op Geef een reactie

Geld!

‘Echt waar?’ Ik kan het niet geloven. ‘Zeventien gulden per uur?’

‘Zeventien hele guldens per uur! Lekker toch?’ zegt het meisje van het uitzendbureau door de telefoon.

Ik ben net zestien geworden. Met mijn krantenwijk verdien ik tien gulden per ochtend, en daar moet ik om half zes voor opstaan. Dit is een fantastisch salaris, zeker als ik de hele dag kan werken.

‘Je hoeft alleen maar flyers en proefpotjes met chocopasta uit te delen in het winkelcentrum! Geweldig hè!’ Ze klinkt heel erg blij. Ik denk even na.

‘Wat moet ik nog meer weten?’ vraag ik dan.

‘Eehhhh….’ zegt ze, ‘je moet werkkleding aan. Een soort uniform.’

‘Uniform?’

Ze zucht.

‘Je krijgt een berenpak aan.’

Ik ben even stil.

‘Maar niemand ziet dat jij er in zit! Er zit ook een kop op!’

Ik denk aan het winkelcentrum, waar mijn klasgenoten en honderden andere pubers elke dag rondhangen. Daar zit er vast wel eentje bij die het een uitdaging vindt om die kop van mijn romp te rukken.

‘Ehm,’ zeg ik.

‘Zeventien gulden per uur!’ zegt ze. Ze klinkt een beetje schril, ‘Waar krijg je dat nog meer?’

‘Sorry,’ zeg ik.

‘Shit,’ zegt ze. Dan is ze even stil.

‘Dan bel ik wel weer verder. Doei!’

‘Maar als jullie een ander baantje hebben voor de zomer…’

Ze heeft al opgehangen.

Geplaatst op Geef een reactie

Zuipen

Ik had nooit gedacht dat ik mijn vriendin op zoiets smerigs zou betrappen. In Amerikaanse films komt het regelmatig voor, dat ouders hun kinderen het zien doen, en dat deze opstandige pubers de verontwaardiging van hun ouders negeren, alsof wat ze deden een normale handeling is, totaal niet onhygiënisch, en dat oude mensen zich er niet mee moeten bemoeien.

‘Gadverdamme,’ zeg ik dan ook hartgrondig. Ze gaat er gewoon mee door, terwijl ze me ziet kijken! Ding aan haar mond en ze klokt het zo naar binnen terwijl ze naar het plafond staart. Pas na een paar gulzige slokken stopt ze er mee. Ze kijkt me tegelijk betrapt maar ook uitdagend aan terwijl ze met haar vingers haar lippen droog veegt.

‘Doe je dat vaker?’ vraag ik haar, in de hoop dat ze ‘oeps’ zegt of ‘ik wilde het eens proberen’. Ze draait de dop er op.

‘Altijd al,’ zegt ze.

‘Dus de afgelopen zes jaar, dat we een relatie hebben…’

‘Ja,’ zegt ze, ‘ook die zes jaar.’

Dan doet ze de koelkast open en zet ze het pak melk, waaraan ze net had staan slobberen, terug.

‘Je hebt hem niet eens leeg gedronken! Als het nou het laatste beetje was, dat je het lege pak pak daarna weggooit…’

Ze haalt haar schouders op en loopt van me weg, naar de trap. De kleine huilt, boven.

‘Ik ga bij je weg, smeerlap!’ roep ik haar na, en dan lacht ze hard.

Geplaatst op Geef een reactie

Pieper

Oogpotlood, mascara, felle ogen, een vrolijk gekleurde niqaab.

‘Hou toch eens op met pieperen!’ zegt ze tegen haar man (grote baard, djellaba).

Even later slaat hij zijn arm om haar schouder en geeft haar een knuffel.

Geplaatst op Geef een reactie

Geslaagd

‘Geslaagd voor föhnen! Met een 8!’ zegt het meisje in de tram. Haar vriendinnen van de kappersopleiding knikken goedkeurend.

Geplaatst op Geef een reactie

Geleegd

‘Pas na vier weken,’ zegt de kale man. Zijn grote hond probeert hem, vruchteloos, verder te sleuren.

‘Ocharme,’ zeggen de twee blonde vrouwen. Eentje slaat zelfs haar hand voor haar mond.

Ze staan naast een berg met oude kapotte meubels, stapels gele kranten, vieze kleding, een kapotte televisie, een matras vol met vlekken. De vuilniswagen komt er al aan.

‘En al die vliegen in het huis,’ zegt de man.

De vrouwen schudden hun hoofd. Het is toch wat.

Geplaatst op Geef een reactie

Gestemd

Ik ben dronken dus ik zeg het gewoon.

‘De meisjes hebben gestemd,’ zeg ik tegen hem.

‘Waarover?’ vraagt hij.

‘Over wie de knapste jongen van de studie is. En jij bent het geworden.’

Ongeloof golft over zijn gezicht.

‘Wat? Ga weg,’ zegt hij. Zijn mond blijft een beetje openstaan.

‘Ik zweer het je,’ zeg ik. Ik leg een hand op zijn schouder, ook een beetje om rechtop te blijven staan. ‘Eergisteren gestemd en zeiden zeven meiden het, en vandaag zeventien en weer: jij bent de knapste. Geen discussie zelfs.’

Hij is stil. De jongens met wie hij aan het praten was, zijn ook stil. Ze weten allemaal dat ik met de knappe meiden van de studie omga, dus ik kan dit soort dingen weten.

‘Wie dan? Welke meiden?’

‘Allemaal,’ zeg ik.

Ik zwaai met mijn arm als om ze allemaal te omvatten.

‘Ja maar, wie heeft… wat…’

‘Heej,’ zeg ik, ‘dat ga ik je niet vertellen. Was in vertrouwen, ga ik niet beschamen. Maar dit, dit, ik dacht: dat moet jij weten. Vind je vast leuk.’

Een steeds breder wordende grijns splijt zijn gezicht, zijn ogen stralen, hij kijkt naar de jongens om hem heen, die hem op de schouders kloppen en hem feliciteren alsof hij een etappe in de Tour heeft gewonnen en ze zijn teamgenoten zijn. Ik draai me om, ga weer richting mijn eigen groepje. Of naar de bar, wat ik het eerste kan vinden.

Hij komt me even achterna.

‘Bedankt man. Bedankt dat je het hebt verteld,’ zegt hij, met zijn brede grijns onwrikbaar op zijn gelaat. Ik knik.

‘Ik kon het niet, niet vertellen, weet je wel.’

Vijftien jaar later zie ik een foto van hem op facebook. Hij is iets dikker geworden, ietsje kaler, maar hij heeft nog steeds die enorme grijns op zijn gezicht.

Hij is het blijkbaar niet vergeten.

Geplaatst op Geef een reactie

Geworpen

Ik heb een stuiver in mijn hand. Zo meteen komt hij, en ik heb hem al heel lang niet gezien, al een paar jaar niet. En ik weet niet hoe ik hem moet noemen.

We zijn al een tijd geleden verhuisd naar dit kleine dorp. Daarvoor ging ik al niet zo vaak bij hem langs, in de hoge flat met de glazen muur tussen de woonkamer en de keuken. Wij waren in het oude huis met de kleine kamers gebleven. Ik kreeg playmobiel toen ik in de flat op bezoek kwam, dat weet ik nog, maar wist niet wat ik daar moest doen toen ik het doosje eenmaal open had.

Kop is ‘papa’ en munt is ‘zijn-naam’, beslis ik.

Er kwam een andere man bij ons wonen, en die zei dat hij wel vader wilde zijn. Soms noemde ik hem al papa, per ongeluk. Steeds vaker, eigenlijk. En nu komt de man langs tegen wie ik vroeger altijd papa zei. Ik weet niet wie ik vandaag zo moet noemen. Allebei, dat kan niet natuurlijk, dat zou heel raar zijn. Maar geen van beide, dat is ook heel erg raar. En misschien zijn ze dan beledigd!

Ik gooi de munt.

Wat ik gooide weet ik niet meer, maar wel dat ik meteen besloot om me er niet aan te houden.

Geplaatst op Geef een reactie

Geklopt

‘Als ik op mijn hoofd sla, gaan mijn ogen dicht,’ zegt het meisje.

De jongen die naast haar loopt, kijkt haar aan.

‘Wat?’ zegt hij.

‘Als ik op mijn hoofd sla, gaan mijn ogen dicht,’ zegt ze, iets harder.

Hij kijkt nog een keer, tikt dan ferm met zijn knokkels op haar hoofd.

‘Ja, dat klopt,’ zegt hij, toch ietwat verrast.

Geplaatst op Geef een reactie

De Eerlijke Dief

‘Deze doos met Lego ga ik zometeen stelen’, zeg ik tegen de manager van de V&D die ik heb laten halen door de beveiliger. De beveiliger doet meteen een stap naar links om de route naar de draaideur te blokkeren, en doet zijn armen over elkaar. De manager kijkt niet-begrijpend van de doos met de lego-politieset naar mij.

‘De zoon van mijn vrouw is jarig. En we hebben geen geld.’

Nu zucht de manager, kijkt even weg.

‘We zijn freelancers. Er komt wel geld aan hoor, waarschijnlijk volgende week al! Maar morgen is hij al jarig.’

‘Als we hier aan beginnen meneer…,’ zegt de manager.

‘Ik kom natuurlijk betalen, later’ zeg ik. Ik geef de manager mijn paspoort.

‘Dan weet u wie ik ben, en weet u zeker dat ik terug kom,’ zeg ik.

De manager schudt zijn hoofd.

‘Dan moet ik hem stelen,’ zeg ik.

‘Dan bellen wij de politie,’ zegt de manager.

‘Zit ik in de cel, als die kleine jarig is, heeft hij geen cadeautje, en geen vader.’

‘Uw probleem, meneer,’ zegt de manager.

Ik denk even na.

‘U weet niet wanneer ik deze doos ga stelen. Misschien nu, misschien over drie uur. Blijft hij al die tijd naar mij kijken?’ Ik kijk naar de beveiliger. Hij ziet eruit alsof hij rustig duizend jaar naar een bakstenen muur kan kijken.

‘Dat is zijn probleem, niet de mijne’ zegt de manager. Hij geeft mijn paspoort aan de beveiliger, gebaart dat hij mij de winkel uit moet zetten.

De beveiliger kijkt even naar de manager, lijkt ergens over te twijfelen, doet dan een stap mijn kant op. Zijn ene hand legt hij op mijn schouder, zijn andere hand pakt de politieset af en legt het netjes in het schap terug, bij de andere politieauto’s.

We staan buiten. Ik kijk naar het stuk inpakpapier dat de beveiliger heeft afgescheurd van de rol die bij de inpakbalie hangt. Hij geeft het aan me.

‘Neem de streepjescode van de doos mee als je komt betalen,’ zegt hij. Ik bloos.

‘Hoe wist je het?’ zeg ik.

Hij klopt op mijn rug, waar een lego-brandweerauto verstopt zit, onder mijn jas.

‘Alles was net gespiegeld meneer. Er misten een politie-auto èn een brandweerauto.’

Ik wil zijn hand schudden, hij weigert het.

‘En als je niet komt betalen, zoek ik je op, en krijg je een pak slaag,’ zegt hij.

Ik knik.

Lijkt me wel zo eerlijk.

Geplaatst op 1 Reactie

Kop

Ik schenk de jonge jongen die de laatste maanden elke dag langskomt nog wat koffie in. Ik vraag niet eens meer of hij hoeft, hij zegt toch altijd ja. In het begin vond ik hem een beetje maf, vooral omdat hij vaak naar me keek. En hoewel ik geen lelijke vrouw ben, ben ik wel twee keer zo oud. Ik heb niet de illusie dat jongens van zijn leeftijd interesse in me hebben. En trouwens, ik heb al jaren geen interesse meer in een relatie. Af en toe seks vind ik prima, als het maar niet met iemand van het koffiehuis is.

De laatste weken stelt de jongen steeds vaker vragen. Eerst g ewone vragen, onopvallende vragen, maar steeds vaker persoonlijke vragen. Hoe ik heet, was de eerste vraag, en waarom ik hier werk, daar begon het mee. Maar drie dagen geleden vroeg hij hoe mijn ouders heetten en of ik uit deze stad kwam. Op sommige vragen gaf ik hem antwoord, op andere vragen kreeg hij alleen mijn scheve glimlach. Hij vroeg dan niet verder.

Bij andere mensen zou ik het vervelend, bedreigend zelfs, hebben gevonden als iemand me dit soort dingen zou vragen. Bij hem lukt me dat niet zo. Hij voelt heel vertrouwd, maar ik weet niet waarom. Misschien omdat hij gek genoeg dezelfde soort lichtblauwe ogen heeft als ik, zodat ik soms het idee krijg dat ik naar mijn eigen ogen in de spiegel kijk. Totdat ik natuurlijk uitzoom en zijn frisse gezicht zie en niet mijn gerimpelde kop met dat lelijke litteken erop. Net te ver buiten de haarlijn om goed te verbergen, zelfs met een lange pony. En ponys staan mij niet.

Eén dag was hij er niet, terwijl ik wel op hem gerekend had. Ik miste die mafkees wel een beetje. Even dacht ik dat hij niet meer terug zou komen, dat hij mij alleen maar met al die vragen had lastig gevallen voor een project van school ofzo. Of een schrijfopdracht. Dat ik misschien over een paar jaar ineens een kort verhaal van een jonge schrijver lees waarin ik mezelf herken. Maar de dag erna was hij er gewoon weer.

‘Ik ben twee keer geboren,’ vertelde ik toen hij me vroeg waar ik geboren was, ‘welke wil je weten?’
Allebei zei hij.
‘De eerste keer was uit mijn moeder, zo’n veertig jaar geleden. De tweede keer was toen ik wakker werd in het ziekenhuis in de bergen. Ik had daar een jaar in coma gelegen na het auto-ongeluk waar mijn vriendje bij overleed. Dom, dronken vriendje. En domme ik, die hem geloofde toen hij zei dat hij nog wel kon rijden. Toen ik wakker werd, was ik mezelf niet meer, dat wist ik. De oude ik was dood en er was een nieuwe ik geboren.’

Hij keek me aan alsof hij me begreep. En daardoor, èn doordat hij al weken vragen stelde, ben ik gewoon verder gegaan met praten. Terwijl mijn collega’s zouden zeggen dat ik nogal zwijgzaam ben. Misschien was dat de oude ik, van voor het ongeluk. Misschien was de oude ik een kletskous en was ze even wakker.
‘Weet je wat ik nou het meest verdrietig vond?’ zei ik tegen de jongen. ‘Dat de ouders van mijn liefje mij nooit meer wilden zien. Dat ze verhuisd waren nadat hun zoon was overleden begreep ik nog. Dat ze nooit meer in de stad wilden zijn waar elke winkel en elk gebouw hen aan hun enige kind zou laten denken, begreep ik ook nog wel. Maar dat ze mij nooit meer wilden zien, dat deed me wel zeer. Ik wist wel dat ze me niet goed genoeg vonden voor hem. Hij was voorbestemd om grote dingen te gaan presteren. Misschien wel senator worden, net als zijn opa, of gewoon drie fabrieken aansturen net als zijn pa. En ik was natuurlijk een meisje uit de trailers aan de verkeerde kant van het spoor. Dat wist ik wel. Maar toen ik uit de coma ontwaakte, was voor mij het ongeluk nog maar net gebeurd. Ik had mijn allereerste en enige grote liefde die dag ervoor nog in mijn armen gehouden. Voor mij was alles nog vers, alle pijn rauw. Ik wist zeker dat zijn ouders de enige waren die evenveel pijn hadden gehad als ik. Niemand anders had zoveel van hem gehouden als ik, behalve zijn vader en moeder. Ik wilde zó graag weten hoe zij het hadden overleefd, die pijn en dat verdriet. Ik wilde zo graag weten hoe ik het moest overleven… Maar ze hielden alle contact af. En dat terwijl ze me wel in een hartstikke duur privé-ziekenhuis hadden laten verplegen toen ik in coma lag. Mijn familie had dat nooit kunnen betalen.’

Ik zweeg even. In mijn ooghoek zag ik een man die zin had in koffie. Maar ik bleef staan bij de jongen, met de pot kouder wordende koffie in mijn hand.

‘Misschien verweten ze me wel dat ik samen met hem dronken was geworden die nacht. En dat terwijl zijn moeder een enorme zuipschuit was! Hoe vaak die aangehouden is door de politie omdat ze bezopen in de auto zat, niet te tellen. Drie keer een ongeluk veroorzaakt. Maar nooit problemen mee gekregen hè, nee haar man en schoonvader veegden alles netjes onder het tapijt.’
En toen lachte de jongen.
‘Ze drinkt nog steeds te veel,’ zei hij toen. ‘En ik ergerde me daar altijd aan, tot drie maanden geleden. Toen was ze zó dronken dat ze het verklapte. Het grote geheim van de familie. Ze zei altijd dat mijn ouders een ongeluk hadden gehad. Ze zei ook altijd dat ze allebei waren overleden. Maar sinds die avond wist ik dat dat niet waar is. En toen ben ik gaan zoeken en heb ik je gevonden.’

Ik ben maar even gaan zitten. Met de koffiepot nog in mijn hand, nota bene.
‘Hey mam,’ zei hij toen.

Geplaatst op Geef een reactie

Godfried

‘Ik heb het er uitgebreid over gehad met mijn familie en met mijn vrienden,’ zegt ze. ‘En ik heb besloten dat het beter is als we niet meer afspreken alleen, met zijn tweeën bedoel ik. Wel als er andere mensen bij zijn.’

Ik kijk haar aan, verbaasd. We waren bevriend aan het raken, dacht ik. We kennen elkaar via het werk, vonden elkaar in een liefde voor de sprookjes van Godfried Bomans en spraken regelmatig af. Ik was zelfs op bezoek geweest bij haar kerk, een soort geloof dat tussen Christelijk en Joods in leek te hangen. Een oom van haar vroeg mij daar nog:

‘Zo, heb je een moslim binnengebracht om te bekeren? HAHAHAHAHA!’

‘Waarom dan?’

Ze denkt na.

‘Ik, eh… Jij hebt een vriendin. En ik ben single. En ik heb het er over gehad en iedereen vond dat het niet zo gepast was als we met zijn tweetjes afspreken. Als we bijvoorbeeld samen op mijn kamer zitten enzo.’

Ik knik alsof ik het begrijp, maar ik begrijp het niet. Denken die vrienden en familie van haar nou dat ik haar meteen bespring als we alleen zijn? Of dat ze mij bespringt? Een man en een vrouw kunnen toch ook gewoon bevriend zijn? Ineens verdwijnt bij mij de zin om nog met haar af te spreken. Ik vind het stom dat haar omgeving haar hiertoe dwingt, en ik vind het stom dat ze zich laat dwingen. Waarom kan ze niet zelf uitmaken wat ze doet en met wie?

Ik verbreek het contact niet, maar bel haar ook niet meer. Zij belt ook niet. We verdwijnen voor elkaar.

Later raak ik bevriend met moslimmeisjes die met dezelfde sociale regels te maken hebben en begrijp ik haar beter.