Geplaatst op Geef een reactie

Veel te vol

‘We hebben echt genoeg speelgoed,’ zeg ik tegen mijn vrouw. We staan naast een paar volle bakken met Playmobil, vooral tweedehands. Sinds we wonen in een dorpje ten noorden van Amsterdam hebben we tijdens Koningsdag en in tweedehandszaken fijn veel kunnen kopen, voor relatief weinig geld.

Mijn vrouw knikt.

‘We hebben van alles wat, politie, dierentuin, ridders en prinsessen, alle verhalen die ze verzinnen, kunnen ze er mee spelen.’

‘En we moeten ze natuurlijk ook niet te veel verwennen,’ zeg ik.

Even zijn we stil en kijken we naar alle speelgoed. Mijn vrouw bukt en raapt wat losse ridders op, gooit ze in de ridderbak.

‘Alleen als ik een grote piratenboot zie,’ zeg ik, ‘alleen als ik die tegenkom in een tweedehandszaak ofzo, dan koop ik die nog wel. Die wilde ik zó graag hebben toen ik klein was! Ik zette hem elk jaar weer op mijn verlanglijstje. Maar we hadden nooit genoeg geld natuurlijk.’

‘Ik had er eentje,’ zei mijn vrouw, en ik kijk haar verbaasd aan. Ze had al haar oude Playmobil meegenomen vanuit haar ouderlijke woning. Waarom heb ik de piratenboot dan niet langs zien komen?

‘Mijn vader heeft hem aan mijn buurjongen gegeven toen hij een zoontje kreeg.’

‘Wat erg!’

Ze knikt.

Maar we zijn het er over eens. Wij, we bedoelen dus vooral ook de kinderen, we hebben méér dan genoeg Playmobil.

 

 

Twee dagen later in een tweedehandszaak waar ik even naar binnen ga als mijn pontje net weg is, twintig euro:

 

 

Geplaatst op Geef een reactie

Varken

‘Deze ketting?’ vraagt de verkoper bij de juwelier terwijl hij wijst naar de ketting die om zijn nek hangt. ‘Dit is een Varken, want ik ben een varken volgens de Chinese astrologie.

Mijn zoontje van drie kijkt hem aan.

‘Je bent helemaal geen varken,’ zegt hij, ‘je bent een meneer.’

Even is de man stil en dan lacht hij.

‘Ja dat is eigenlijk ook wel zo.’

Tevreden kijkt de kleine weer naar de glimmende sieraden in de vitrines.

Geplaatst op Geef een reactie

Veilig

Een droevige dochter vertelt over haar moeder die niet meer welkom is bij het koor waar ze al tien jaar zingt, omdat ze niet gevaccineerd is en de anderen zich onveilig voelen.

Ik realiseer me dat die andere mensen deze dame juist veilig houden. Gevaccineerde mensen kunnen de delta-variant dragen zonder dat ze het door hebben, en ongevaccineerde mensen hebben meer moeite om het te overleven zonder blijvende schade.

Ze zou ze dankbaar moeten zijn.

Geplaatst op Geef een reactie

Jong geleerd

‘Ik was al op mijn vijftiende ondernemer,’ zegt de jonge man trots. Hij staat in het kantoor naast de ruimte die ik misschien wil huren. Achter hem zie ik het team dat hij heeft overgenomen van de vorige eigenaar van zijn bedrijf.

‘Ik kocht elektrische wagentjes in vanuit Amerika, en verkocht ze weer door in Nederland.’

Op mijn vijftiende nam ik een krantenwijk omdat mijn moeder niet genoeg geld had om me met schoolreisjes mee te laten gaan. Zes ochtenden in de week stond ik om vijf uur op, zodat ik niet meer als enige thuisbleef maar gewoon mee kon naar Londen of Parijs. Ik hield zelfs geld over om af en toe een fotorolletje te laten ontwikkelen (die ik had volgeschoten met de tweedehands camera die ik kreeg van een bekende van mijn moeder). Natuurlijk ging van al mijn inkomsten wel eerst de helft naar mijn moeder. Dan was de kans weer wat kleiner dat ik dingen aan de caissière moest teruggeven als ik boodschappen deed voor de hele familie. Heel vaak stond er nét iets te weinig op de rekening.

Ik kijk naar de jonge man, en realiseer me dat als je elektrische auto’s inkoopt op je vijftiende, je niet dat soort zorgen hebt als ik had. Ik krijg een klein beetje een hekel aan hem, terwijl hij er natuurlijk ook niet zo veel aan kan doen, dat hij een verwend ventje is.

Nu denk ik aan mijn zoontje, die tien vriendjes mocht meenemen voor het paintballen op zijn verjaardag. Hij zal misschien ook een keer tegen een vriendje zeggen: ‘maar dan ga je toch óók paintballen op je verjaardag? Hartstikke leuk’. Misschien is dat vriendje wel net zo arm als ik vroeger, en krijgt hij per ongeluk ook een beetje een hekel aan mijn zoontje.

Daar kan hij dan ook niks aan doen.

Geplaatst op Geef een reactie

Chef

‘Ik ben een perfectionist, dat is het probleem,’ zegt de chefkok van het restaurant. ‘Ik wil dat alles gewoon helemaal picobello is. En ik wil ook dat iedereen in het team perfect is. Dus niet alleen het eten mooi opgemaakt op het bord de keuken uit sturen, maar er ook zelf netjes uitzien. De overhemden en de broeken en de schoenen helemaal perfect, niet slordig.’

‘Heb je dan een open keuken?’ vraag ik.

Hij knikt. Ik denk aan de keren dat ik in keukens werkte en waar het eten mooi naar buiten ging, maar waar we zeker niet piekfijn gekleed waren, zelfs als het open keukens waren.

‘Een voorbeeld,’ zegt hij. ‘Toen hun veters kapot gingen, hebben ze een stuk plastic gepakt en dat heel erg ver uitgerekt, daar hebben ze veters van gemaakt voor in hun schoenen.’

En dan begrijp ik hem.

Geplaatst op Geef een reactie

Grondig

‘Ik heb 500 uur onderzoek gedaan op internet,’ beweert de man op Linkedin die vaccinaties als een groot gevaar ziet. ‘Dus ik weet waar ik het over heb.’

Even twijfel ik. Moet ik nou deze onbekende meneer die superveel youtube filmpjes heeft gekeken vertrouwen of mijn zus, die gepromoveerd epidemioloog is en al twintig jaar artsen en verpleegkundigen traint in het doen van statistisch verantwoord wetenschappelijk onderzoek? Zij vindt het wél een goed idee om gevaccineerd te worden.

Ik besluit toch maar mijn zus te vertrouwen.

Geplaatst op Geef een reactie

Zelf Doen!

Ik zie een lunchtrommel vol met een rijke salade, en kijk de stagiaire aan die net op het punt staat om er van te gaan eten.

‘Zelf gemaakt?’ vraag ik.

‘Ja!’ zegt ze vrolijk.

Dan is ze even stil.

‘Mijn móeder heeft het zelf gemaakt,’ zegt ze dan.

Geplaatst op Geef een reactie

Schoonmaken

‘Ik moet je iets bekennen,’ zegt ze onverwacht. Ik kijk op van mijn strijkwerk. Ze staart naar de grond vanaf de bank waar ze zit, omringd door dossiermappen van haar werk.

‘Een tijdje geleden is het begonnen. Ik merkte…’

Ze is stil. Ik schrik. Wat is er aan de hand? De laatste tijd is ze anders gaan doen. Door de week is ze altijd gezellig en vrolijk, en vanaf vrijdag is ze geïrriteerd over alles. Bijna elk weekend beginnen we met ruzie. Mijn paranoïde brein dacht dat ze misschien aan het sjanzen was met die nieuwe collega waar ze het zo vaak over had gehad.

‘Wat is er schatje?’ zeg ik. Ik zet de strijkbout rechtop.

‘Ik, ik,’ ze kijkt even naar me, dan weer weg.

‘Weet je, ik had je verteld dat ik het niet meer red met het huishouden nu ik dat nieuwe project moet leiden op mijn werk.’

Ze had verteld over hoe trots ze is dat ze de verantwoordelijkheid heeft gekregen over een compleet project. Ik begrijp dat, nu ze eindelijk het doel heeft bereikt waar ze al jaren mee bezig is, ze dat heel erg serieus neemt. Daarom vind ik het niet erg dat ze er ook buiten werktijd mee bezig is. Tot laat in de avonden liggen de dossiers op tafel en zit ze over de computer gebogen. Dat soort periodes heb ik ook wel eens.

‘En ik had je gevraagd of je meer kon doen, of je wat taken kon overnemen.’

Ja, dat vroeg ze inderdaad, maar ik heb het altijd druk met mijn werk, zeker nu, tijdens de afronding van het financiële jaar! En ik heb natuurlijk de training voor de marathon, waar ik al een jaar mee bezig ben. Toen we hier kwamen wonen hebben we duidelijk afgesproken wie wat ging doen in het huishouden, en daar wil ik me graag aan houden. Anders heb ik geen overzicht.

‘Toen herinnerde ik me ineens wat jouw moeder had gezegd, over je vader.’

Ik weet niet waar ze het over heeft. Wat had ze van mijn moeder gehoord?

‘Dat ze als ze wilde dat je vader aan de slag ging met jullie schuur, waar het vaak zo’n zooitje was, dat ze dan over kleine dingen ging zeuren…’

Nog steeds is het niet helemaal duidelijk wat ze bedoelt. Maar er bekruipt me wel een vreemd gevoel.

Ze zucht.

‘Je moeder zei dat je vader dan uit boosheid de schuur ging opruimen en allemaal dingen ging regelen waar zij al lang om gevraagd had en waar je vader nooit tijd voor had. In ieder geval waarvan hij zéi dat hij er geen tijd voor had.’

Wat?

‘Sorry,’ zegt ze.

‘Wat?’ zeg ik.

‘Daarom doe ik elke vrijdag zo chagrijnig,’ zegt ze. ‘Ik ben het niet echt.’

‘Maar…’ zeg ik.

‘Ik voel me er echt héél lullig over!’

‘Dus…’

‘En eigenlijk, als je het goed bekijkt, heb je dus wél tijd om te strijken en de was te doen. Je hebt het helemaal niet te druk. En je bent ook niet te moe. Als je maar boos bent, dan lukt het je wel.’

‘Dus je doet elke vrijdag boos omdat ik dan ga schoonmaken?’

Ze knikt.

 

Ik denk er even over na, dan moet ik lachen.

‘Toen je begon met praten, zo serieus… Ik zag dat je je ergens heel erg schuldig over voelde! Dus ik dacht: die heeft iets gekregen met een ander, met die Timo ofzo, die nieuwe jongen op je werk.’

 

Haar gezicht betrekt.

‘Ja, dat is het andere waar ik het met je over wil hebben.’

Geplaatst op Geef een reactie

Harig

Mijn jongste (3 jaar) en ik liggen samen op bed te wachten. Als ook zijn zus klaar is met tandenpoetsen en pyjama aantrekken krijgen ze een verhaal voorgelezen. Hij kijkt me aan van heel dichtbij, heeft net gezegd dat hij me heel erg lief vindt. Dan gaat hij met zijn kleine handje naar mijn gezicht.

Hjj aait mijn neus. ‘Wat is dat?’ vraagt hij en ik antwoord : ‘Dat is mijn neus’

Dan aait hij mijn wang en vraagt: ‘Wat is dat?’ en ik antwoord: ‘Dat is mijn wang.’

Hjj komt bij mijn kin en aait over de baardharen.

‘Wat is dat?’ vraagt hij en ik antwoord:

‘Dat is mijn baard.’

Hard lachend trekt hij zijn hand terug.

‘Dat is geen baard! Sinterklaas heeft een baard!’ Hij gaat rechtop zitten, blijft hard lachen.

Ik ben nauwelijks beledigd maar het spel is wel voorbij.

 

Later realiseer ik me dat hij mijn kin bedoelde, niet mijn baardharen. Domme papa.

Geplaatst op Geef een reactie

Turken

‘Mijn vader is Dominicaans,’ zegt het jongetje uit groep drie.

‘Mijn vader is Surinaams,’ zeg ik tegen hem. Hij kijkt me aan.

‘Oh,’ zegt hij.

Even zegt hij niks.

 

‘Ik háát Turken,’ zegt hij dan.

 

 

 

 

Uiteraard heb ik hem verteld dat het ontzettend onaardig is om dat te zeggen. Hij heeft dat ter kennisgeving aangenomen.

Geplaatst op Geef een reactie

Grote Kleine

‘Papa,’ zegt mijn zoon van bijna 8. ‘Papa. Jullie zijn Sinterklaas hè, jij en mama.’

 

Eén van de momenten waar je op wacht als ouder. Het moment dat een kind zó groot is geworden dat hij niet meer in Sinterklaas gelooft.

‘Hoezo denk je dat?’ vraag ik, toch voorzichtig. Ik wil hem niet te vroeg uit de droom helpen.

‘Nou,’ zegt hij, ‘júllie stoppen toch de cadeautjes in de schoenen? Dat doen de Pieten niet. Ze kunnen niet eens door de schoorsteen! Veel te klein.’

‘Dat heb je goed gezien,’ zeg ik en ik geef hem een knuffel. ‘Je bent een grote jongen. Maar niet aan je zusje en broertje vertellen hè! Die geloven er nog in.’

‘Natuurlijk niet!’ zegt hij en dan doet hij alsof hij zijn mond dicht ritst en op slot doet.

 

Hij ligt in bed, ik ligt naast hem, doe net het boek dicht dat we aan het lezen waren. Ik zie dat hij ergens over nadenkt. Dan kijkt hij me aan.

‘Trouwens papa,’ zegt hij, ‘op pakjesavond, dat is wel van Sinterklaas. Jullie kunnen echt niet zo veel cadeaus kopen. Het was wel voor duizend euro! En dat hebben jullie niet.’

‘Natuurlijk hebben wij dat niet,’ zeg ik, ‘duizend euro voor cadeautjes.’

‘Nee, dat is veel te veel voor jullie,’ zegt hij, ‘Maar Sinterklaas kan dat wel betalen.’

 

En dat is zo.

 

Geplaatst op Geef een reactie

Ouderwets Modern

Het fragiele oude dametje laat me zien waar de schoonmaakspullen staan, en vertelt wat ze van me verwacht. Eerst de enorme boekenkast afstoffen.

‘Dat is grappig,’ zeg ik tegen haar, terwijl ik haar een flyer laat zien die ik even van een boek heb afgetild om beter te kunnen schoonmaken.

‘Dat is mijn vriendin, die in dit stuk speelt! Het was in de afstudeervoorstelling van Suzanna Jansen, die dit boek heeft geschreven.’

Ik wijs naar het boek ‘Het Pauperparadijs’ dat in de kast staat.

‘Ja, dat weet ik,’ zegt ze en ze glimlacht trots. ‘Dat is mijn dochter.’

 

We zijn allebei vrolijk verrast over onze connectie en praten over schrijven en theater terwijl ik schoonmaak en zij in haar stoel zit. Dan staat ze moeizaam op.

‘Ik ga haar even een mailtje sturen,’ zegt ze en ze loopt stapje voor stapje naar een andere kamer. ‘Suzanna is nu in het buitenland, in Frankrijk. Maar ze heeft er wel internet.’

Wat een moderne dame, denk ik. Gewoon mailen met haar dochter! Veel van de oudere dames waar ik schoonmaak moeten er niks van hebben, van computers, internet of mailen.

 

Even later komt er een bekend geluid uit haar studeerkamer. Het gekraak en gepiep van een ouderwets modem. Dat heb ik ruim vijftien jaar niet meer gehoord. Ik loop, nieuwsgierig geworden, op het geluid af. Daar staan inderdaad een vergeelde oude computer met een floppydiskspeler en een log scherm op een bureautje. Langzaam, uiterst langzaam start een programma op dat ze kan gebruiken om te gaan mailen. Het lijkt op wordperfect.

‘Dat geluid van het verbinden met internet heb ik al heel lang niet meer gehoord,’ zeg ik. Ze kijkt even om.

‘Ach, het doet wat het moet,’ zegt ze. ‘Ik hoef niet per sé al die nieuwigheid.’

Ze draait naar het scherm.

‘Ik ga even mijn dochter schrijven over jou en je acterende vriendin,’ zegt ze.

Ik ga de kamer uit, terug naar de woonkamer om bovenop de kasten schoon te maken. De ouderwets moderne dame mailt haar dochter. En ik hoop dat ik op een dag zulke mooie dingen schrijf dat mijn moeder net zo trots op mij is.

 

Geplaatst op Geef een reactie

Exit gesprek

Dua Lipa is aan het zingen, mijn zoontje kijkt naar het scherm, is even stil.

‘Het is heel erg mooi,’ zegt hij.

‘Is het mooi hoe ze zingt, of is zij zelf mooi?’ vraag ik.

‘Ze zingt heel erg mooi,’ zegt hij.

‘Is zij ook mooi?’ vraag ik. Ik ben benieuwd of hij dezelfde smaak heeft als ik.

‘Ik verlaat dit gesprek,’ zegt hij.

 

Geplaatst op Geef een reactie

Verrassing

Mijn zoontje van 7 kijkt naar de twee playmobilpoppetjes in zijn handen. Hij twijfelt welke hij in de ME-bus gaat zetten. Dan zet zijn broertje van 3 een stap zijn kant op, en grist er eentje uit zijn hand.

De kleine kijkt hem uitdagend aan, wijst met zijn vingertje naar zijn grote broer.

‘Dat had je niet verwacht hè,’ zegt hij.

De grote broer kijkt hem aan, te verbijsterd om boos te worden.

 

De kleine man loopt rustig weg. En zijn grote broer schiet in de lach.

Geplaatst op Geef een reactie

Schrap

Ons schattige blonde dochtertje van vier nestelt zich op haar moeders schoot. Samen kleuren ze barbiemeisjes in het kleurboek, netjes binnen de lijntjes, streepje voor streepje. Haar tong steekt een beetje uit haar mond, zó geconcentreerd is ze.

Dan gaat ze rechtop zitten, legt haar roze stift neer. Ze steekt haar vingertje op.

‘Mama?’ zegt ze.

“Ja schat,’ zegt haar moeder, die de kleine even over haar haar aait.

‘Mama!’ zegt ze dan, met nadruk. ‘Zet. Je. Schrap!’

Ze komt een stukje overeind, steekt haar bips naar achteren en laat een knetterharde scheet, met een trotse blik op haar gezicht.

 

Ons dochtertje gaat zitten, pakt de roze stift weer op.

‘Bedankt voor de waarschuwing,’ zegt haar moeder. ‘Jij kleine smeerlap.’

En dan lacht de kleine haar heerlijk frisse lach.

Geplaatst op Geef een reactie

Wegwezen

‘Zo, jullie gaan verhuizen,’ zeg ik tegen de telefoniste van het bedrijf naast ons kantoortje. Haar bazin, Melanie, had me de dag ervoor aangesproken om te vragen of wij behoefte hadden aan een paar van de meubels op haar kantoor omdat zij ze niet meer nodig hadden.

‘Waar gaan jullie eigenlijk heen?’ vraag ik.

‘Wat?’ zegt ze, ‘gaan we verhuizen? Ik weet van niks. Waarom zeg je dat? Hoe kom je daarbij?’

 

‘Uhm, misschien moet je even Melanie bellen,’ zeg ik, en dan loop ik snel weg.