Geplaatst op Geef een reactie

Turken

‘Mijn vader is Dominicaans,’ zegt het jongetje uit groep drie.

‘Mijn vader is Surinaams,’ zeg ik tegen hem. Hij kijkt me aan.

‘Oh,’ zegt hij.

Even zegt hij niks.

 

‘Ik háát Turken,’ zegt hij dan.

 

 

 

 

Uiteraard heb ik hem verteld dat het ontzettend onaardig is om dat te zeggen. Hij heeft dat ter kennisgeving aangenomen.

Geplaatst op Geef een reactie

Grote Kleine

‘Papa,’ zegt mijn zoon van bijna 8. ‘Papa. Jullie zijn Sinterklaas hè, jij en mama.’

 

Eén van de momenten waar je op wacht als ouder. Het moment dat een kind zó groot is geworden dat hij niet meer in Sinterklaas gelooft.

‘Hoezo denk je dat?’ vraag ik, toch voorzichtig. Ik wil hem niet te vroeg uit de droom helpen.

‘Nou,’ zegt hij, ‘júllie stoppen toch de cadeautjes in de schoenen? Dat doen de Pieten niet. Ze kunnen niet eens door de schoorsteen! Veel te klein.’

‘Dat heb je goed gezien,’ zeg ik en ik geef hem een knuffel. ‘Je bent een grote jongen. Maar niet aan je zusje en broertje vertellen hè! Die geloven er nog in.’

‘Natuurlijk niet!’ zegt hij en dan doet hij alsof hij zijn mond dicht ritst en op slot doet.

 

Hij ligt in bed, ik ligt naast hem, doe net het boek dicht dat we aan het lezen waren. Ik zie dat hij ergens over nadenkt. Dan kijkt hij me aan.

‘Trouwens papa,’ zegt hij, ‘op pakjesavond, dat is wel van Sinterklaas. Jullie kunnen echt niet zo veel cadeaus kopen. Het was wel voor duizend euro! En dat hebben jullie niet.’

‘Natuurlijk hebben wij dat niet,’ zeg ik, ‘duizend euro voor cadeautjes.’

‘Nee, dat is veel te veel voor jullie,’ zegt hij, ‘Maar Sinterklaas kan dat wel betalen.’

 

En dat is zo.

 

Geplaatst op Geef een reactie

Ouderwets Modern

Het fragiele oude dametje laat me zien waar de schoonmaakspullen staan, en vertelt wat ze van me verwacht. Eerst de enorme boekenkast afstoffen.

‘Dat is grappig,’ zeg ik tegen haar, terwijl ik haar een flyer laat zien die ik even van een boek heb afgetild om beter te kunnen schoonmaken.

‘Dat is mijn vriendin, die in dit stuk speelt! Het was in de afstudeervoorstelling van Suzanna Jansen, die dit boek heeft geschreven.’

Ik wijs naar het boek ‘Het Pauperparadijs’ dat in de kast staat.

‘Ja, dat weet ik,’ zegt ze en ze glimlacht trots. ‘Dat is mijn dochter.’

 

We zijn allebei vrolijk verrast over onze connectie en praten over schrijven en theater terwijl ik schoonmaak en zij in haar stoel zit. Dan staat ze moeizaam op.

‘Ik ga haar even een mailtje sturen,’ zegt ze en ze loopt stapje voor stapje naar een andere kamer. ‘Suzanna is nu in het buitenland, in Frankrijk. Maar ze heeft er wel internet.’

Wat een moderne dame, denk ik. Gewoon mailen met haar dochter! Veel van de oudere dames waar ik schoonmaak moeten er niks van hebben, van computers, internet of mailen.

 

Even later komt er een bekend geluid uit haar studeerkamer. Het gekraak en gepiep van een ouderwets modem. Dat heb ik ruim vijftien jaar niet meer gehoord. Ik loop, nieuwsgierig geworden, op het geluid af. Daar staan inderdaad een vergeelde oude computer met een floppydiskspeler en een log scherm op een bureautje. Langzaam, uiterst langzaam start een programma op dat ze kan gebruiken om te gaan mailen. Het lijkt op wordperfect.

‘Dat geluid van het verbinden met internet heb ik al heel lang niet meer gehoord,’ zeg ik. Ze kijkt even om.

‘Ach, het doet wat het moet,’ zegt ze. ‘Ik hoef niet per sé al die nieuwigheid.’

Ze draait naar het scherm.

‘Ik ga even mijn dochter schrijven over jou en je acterende vriendin,’ zegt ze.

Ik ga de kamer uit, terug naar de woonkamer om bovenop de kasten schoon te maken. De ouderwets moderne dame mailt haar dochter. En ik hoop dat ik op een dag zulke mooie dingen schrijf dat mijn moeder net zo trots op mij is.

 

Geplaatst op Geef een reactie

Exit gesprek

Dua Lipa is aan het zingen, mijn zoontje kijkt naar het scherm, is even stil.

‘Het is heel erg mooi,’ zegt hij.

‘Is het mooi hoe ze zingt, of is zij zelf mooi?’ vraag ik.

‘Ze zingt heel erg mooi,’ zegt hij.

‘Is zij ook mooi?’ vraag ik. Ik ben benieuwd of hij dezelfde smaak heeft als ik.

‘Ik verlaat dit gesprek,’ zegt hij.

 

Geplaatst op Geef een reactie

Verrassing

Mijn zoontje van 7 kijkt naar de twee playmobilpoppetjes in zijn handen. Hij twijfelt welke hij in de ME-bus gaat zetten. Dan zet zijn broertje van 3 een stap zijn kant op, en grist er eentje uit zijn hand.

De kleine kijkt hem uitdagend aan, wijst met zijn vingertje naar zijn grote broer.

‘Dat had je niet verwacht hè,’ zegt hij.

De grote broer kijkt hem aan, te verbijsterd om boos te worden.

 

De kleine man loopt rustig weg. En zijn grote broer schiet in de lach.

Geplaatst op Geef een reactie

Schrap

Ons schattige blonde dochtertje van vier nestelt zich op haar moeders schoot. Samen kleuren ze barbiemeisjes in het kleurboek, netjes binnen de lijntjes, streepje voor streepje. Haar tong steekt een beetje uit haar mond, zó geconcentreerd is ze.

Dan gaat ze rechtop zitten, legt haar roze stift neer. Ze steekt haar vingertje op.

‘Mama?’ zegt ze.

“Ja schat,’ zegt haar moeder, die de kleine even over haar haar aait.

‘Mama!’ zegt ze dan, met nadruk. ‘Zet. Je. Schrap!’

Ze komt een stukje overeind, steekt haar bips naar achteren en laat een knetterharde scheet, met een trotse blik op haar gezicht.

 

Ons dochtertje gaat zitten, pakt de roze stift weer op.

‘Bedankt voor de waarschuwing,’ zegt haar moeder. ‘Jij kleine smeerlap.’

En dan lacht de kleine haar heerlijk frisse lach.

Geplaatst op Geef een reactie

Wegwezen

‘Zo, jullie gaan verhuizen,’ zeg ik tegen de telefoniste van het bedrijf naast ons kantoortje. Haar bazin, Melanie, had me de dag ervoor aangesproken om te vragen of wij behoefte hadden aan een paar van de meubels op haar kantoor omdat zij ze niet meer nodig hadden.

‘Waar gaan jullie eigenlijk heen?’ vraag ik.

‘Wat?’ zegt ze, ‘gaan we verhuizen? Ik weet van niks. Waarom zeg je dat? Hoe kom je daarbij?’

 

‘Uhm, misschien moet je even Melanie bellen,’ zeg ik, en dan loop ik snel weg.

Geplaatst op Geef een reactie

BIGSPEK ™

Ik kijk naar het gespierde lichaam van mijn zoontje van zeven jaar als ik hem help omkleden in het zwembad en zucht.

‘Nee, je bent écht niet dik,’ zeg ik tegen hem. ‘Je hebt dat buikje omdat je een sixpack hebt.’

‘Een wat?’ vraagt hij.

‘Een sixpack, van spieren,’ zeg ik en ik wijs zijn zes duidelijk zichtbare buikspieren aan. Dit is al de zoveelste keer dat hij er over begint nadat een ventje uit zijn klas hem dik had genoemd.

 

Een paar dagen later. Hij staat naast de keukentafel, doet zijn T-shirt omhoog en mept op zijn buikje.

‘Kijk mama, ik heb een BIGSPEK,’ zegt hij

‘Een wat?’ zegt ze.

‘Een Bigspek,’ zegt hij nogmaals, terwijl hij op zijn buikspieren wijst.

‘Een sixpack heet dat,’ zeg ik.

‘Oh ja,’ zegt hij, ‘Een sixpack. Kijk mama, ik heb een sixpack.’

Mama kijkt en bewondert.

Ik kijk naar mijn eigen buik en klop er op.

‘Kijk, ik heb een BIGSPEK, zeg ik, ‘geen sixpack. Helaas.

 

Geplaatst op Geef een reactie

Droomzoon

‘Weet je wat ik heb gedroomd?’ vraagt mijn zoontje van zeven als hij uit zijn slaapkamer komt.

‘Ik droomde dat ik in de Witcher was, samen met jou, en dat ik de Witcher was, en jij hielp mij. We stonden in een kasteel, en er was een gat in de grond, en jij zei: niet vallen! Maar toen viel ik toch en kwam ik in een kelder met twee geesten. Ik pakte mijn zilveren zwaard en vocht met de geesten en de ene ging dood maar de ander sleurde mij op de grond. Ik sloeg hem wel met mijn zwaard maar deed te weinig damage.’

‘En wat deed je toen?’ vraag ik.

Hij grijnst ondeugend. ‘Toen zei ik: Fuck You, Bitch! En toen was hij dood.’

‘Uhm,’ zeg ik. ‘Goed zo.’

Lang, lang geleden had ik regelmatig dromen waarin ik achtervolgd werd door monsters waar ik niet van kon winnen en waardoor ik angstig wakker werd. Op een nacht zat er een weerwolf achter me aan en was ik er klaar mee, draaide me om en gromde GRRRRRRR tegen hem. De weerwolf keek me verbijsterd aan, en rende toen snel weg, jammerend van angst en schrik. Ik werd wakker, vol trots op mijn nachtelijke overwinning.

En heel toevallig vind mijn zoontje het die dag minder spannend om de school binnen te gaan in zijn eentje.

Geplaatst op Geef een reactie

Slapeloos

Mijn oudste komt de slaapkamer binnen, om vier uur in de nacht. Hij is deze week al vaker bij ons komen liggen, misschien onrustig omdat hij na twee maanden thuisonderwijs weer naar school moet. Hij heeft enge dromen, vertelt hij, maar we weten niet waarover. Ik maak me er zorgen. Nachtmerries over de Witcher 3, waar hij vaak naast me zat en stukjes meespeelde? De filmpjes over een of andere ‘granny’ die ‘I see you’ zegt, op youtube? Stopmotion zombie-lego filmpjes? Laten we deze 7 jarige jongen té enge dingen zien?

Hij kruipt over ons bed, ik doe het dekbed open om hem tussen ons in te leggen.

‘Had je een enge droom?’ vraag ik. Hij knikt.

‘Waar ging het over?’

‘Ik werd overreden door een bus,’ zegt hij.

GELUKKIG MAAR! We zijn geen slechte ouders.

We vallen snel weer in slaap.

 

Geplaatst op Geef een reactie

Hij bestaat

Mijn twee oudste kinderen kijken een youtubefilmpje van Sinterklaas (in april).

‘Sinterklaas is zó leuk!’ zegt mijn dochter van bijna 4 jaar. ‘Zo jammer dat hij niet echt is…’

Haar grote broer, van bijna 7 jaar, kijkt haar aan.

‘Maar Malin!’ zegt hij. ‘Sinterklaas bestaat wél echt!’

‘Echt waar?’ Haar ogen worden groot.

‘Ja!’

Ze springt op en juicht.

‘Wauw! Hij bestaat echt!’

En ze kijken samen verder.

Geplaatst op Geef een reactie

Achmed

De juf met ruim veertig jaar ervaring op basisscholen in Amsterdam West kijkt me aan over haar bril.

‘Hoe spel ik dat?’

Ik leg haar uit hoe je de naam van het meisje moet schrijven. Ze schudt haar hoofd. Vijfentwintig kinderen in de klas, twintig nationaliteiten.

‘Waarom heet er niemand meer gewoon Achmed,’ verzucht ze, en dan lacht ze.

Geplaatst op 1 Reactie

Bruin

‘Willem had een gat in zijn kop, toen hij op vakantie was in Amerika, ‘ zegt mijn zoontje. ‘Allemaal bloed…’ Hij gebaart hoe het bloed over het hoofd van zijn klasgenootje moet hebben gestroomd.

‘Ik heb ook twee keer een gat in mijn hoofd gehad,’ zeg ik. Hij kijkt me aan.

‘Oh dáárom ben je zo bruin!’ zegt hij dan.

 

…..

 

Wat?

Geplaatst op Geef een reactie

Verkocht

‘Wil je met me spelen, met de Lego?’ vraagt mijn zoontje. Het is zondagochtend, half negen. Ik zit al een uur achter de computer te werken, hij is net bij me komen staan. Hij moest van mij na twee afleveringen van de Drakenserie de televisie uit doen en gaan spelen met speelgoed.

Ik kijk naar mijn scherm, weet hoeveel ik nog moet doen, hoeveel er altijd te doen is met dit bedrijf. Ik voel me zo’n vader in een tv-film die er uiteindelijk achter komt dat kinderen en familie véél belangrijker zijn dan werk en succes.

‘Ik moet nog even werken,’ zeg ik toch. Hij zucht zoals al die jongetjes op tv zuchten als hun vaders dat zeggen.

‘Maar waarom dan?’

‘Omdat ik, omdat ik dan geld verdien en leuke legocadeautjes kan kopen voor je verjaardag!’

‘Topidee pap,’ zegt hij en hij steekt zijn duim op. Ik ben trots en voel me tegelijkertijd nog veel schuldiger. Ga ik hem ook nog omkopen? Weer een stap op het pad van de slechte, afwezige vaders.

 

Een weekend later. We lopen samen de trap af naar beneden.

‘Mag ik tv kijken?’

‘Ja, want het is weekend! Je hoeft niet naar school.’

‘Is Malin ook vrij?’

‘Malin hoeft ook niet te werken.’

‘Joepie! En Bor?’

‘Die hoeft ook niet te werken.’

‘Gelukkig,’ zegt hij. Hij springt van de laatste twee treetjes af.

‘En mama?’

‘Die hoeft ook niet te werken,’ zeg ik.

‘Gelukkig,’ zegt hij weer. ‘En jij?’ vraagt hij dan.

‘Ik hoef ook niet te werken!’ zeg ik vrolijk.

‘Oh jammer,’ zegt hij en zijn schoudertjes zakken.

‘Hoezo?’ vraag ik.

‘Als je niet werkt, kan je geen Legocadeautjes voor me kopen!’ zegt hij.

Ik doe het godverdomme ook nooit goed.

 

ps: koop mijn boek!

Geplaatst op Geef een reactie

Heb ik al gezegd

Mijn dochter van bijna drie pakt het kleine roze boekje beet, slaat het open.

‘Ik ga voorlezen,’ verklaart ze.

‘Tjadabadaba da, padiepadie en toen moest de baby op de commode. Maar hij wilde niet!’

Ze laat me een bladzijde omslaan (‘Nee, de andere kant’) en dan vertelt ze hetzelfde verhaaltje.

‘Tjadadadie badiebadie en de baby moest op de commode. Maar hij wilde niet!’

En dan vertelt ze hetzelfde verhaal nog een keer. En nog een keer. En nog een keer en nog een keer en nog een keer. En nog een keer … en nog…

‘Tjadadadie badiebadie en de baby moest op de commode. Maar hij wilde niet!’

‘Tjadiedadie padiebabie en de baby moest op de commode.’

 

Dan zegt ze even niks, ze draait de pagina om, kijkt er naar. Ik wil helpen.

‘Maar hij wilde niet!’ zeg ik enthousiast.

Ze klapt haar boekje dicht.

‘Papa!’ zegt ze streng. ‘Dat heb heb ik net al gezegd.’

‘Sorry,’ zeg ik. Maar gelukkig mag ik snel weer een pagina omslaan.

Geplaatst op Geef een reactie

Blote Benies

‘Blote benies!’ roept mijn zoontje als de bejaarde dame met de mooie jurk langsloopt. Ze lacht vrolijk en zegt:

‘Nou, het zijn geen blote benen hoor.’

Ze loopt de trap op en mijn zoontje kijkt haar na, denkt. Dan weet hij het.

‘Blote billies!‘