Geplaatst op Geef een reactie

Wegwezen

‘Zo, jullie gaan verhuizen,’ zeg ik tegen de telefoniste van het bedrijf naast ons kantoortje. Haar bazin, Melanie, had me de dag ervoor aangesproken om te vragen of wij behoefte hadden aan een paar van de meubels op haar kantoor omdat zij ze niet meer nodig hadden.

‘Waar gaan jullie eigenlijk heen?’ vraag ik.

‘Wat?’ zegt ze, ‘gaan we verhuizen? Ik weet van niks. Waarom zeg je dat? Hoe kom je daarbij?’

 

‘Uhm, misschien moet je even Melanie bellen,’ zeg ik, en dan loop ik snel weg.

Geplaatst op Geef een reactie

BIGSPEK ™

Ik kijk naar het gespierde lichaam van mijn zoontje van zeven jaar als ik hem help omkleden in het zwembad en zucht.

‘Nee, je bent écht niet dik,’ zeg ik tegen hem. ‘Je hebt dat buikje omdat je een sixpack hebt.’

‘Een wat?’ vraagt hij.

‘Een sixpack, van spieren,’ zeg ik en ik wijs zijn zes duidelijk zichtbare buikspieren aan. Dit is al de zoveelste keer dat hij er over begint nadat een ventje uit zijn klas hem dik had genoemd.

 

Een paar dagen later. Hij staat naast de keukentafel, doet zijn T-shirt omhoog en mept op zijn buikje.

‘Kijk mama, ik heb een BIGSPEK,’ zegt hij

‘Een wat?’ zegt ze.

‘Een Bigspek,’ zegt hij nogmaals, terwijl hij op zijn buikspieren wijst.

‘Een sixpack heet dat,’ zeg ik.

‘Oh ja,’ zegt hij, ‘Een sixpack. Kijk mama, ik heb een sixpack.’

Mama kijkt en bewondert.

Ik kijk naar mijn eigen buik en klop er op.

‘Kijk, ik heb een BIGSPEK, zeg ik, ‘geen sixpack. Helaas.

 

Geplaatst op Geef een reactie

Droomzoon

‘Weet je wat ik heb gedroomd?’ vraagt mijn zoontje van zeven als hij uit zijn slaapkamer komt.

‘Ik droomde dat ik in de Witcher was, samen met jou, en dat ik de Witcher was, en jij hielp mij. We stonden in een kasteel, en er was een gat in de grond, en jij zei: niet vallen! Maar toen viel ik toch en kwam ik in een kelder met twee geesten. Ik pakte mijn zilveren zwaard en vocht met de geesten en de ene ging dood maar de ander sleurde mij op de grond. Ik sloeg hem wel met mijn zwaard maar deed te weinig damage.’

‘En wat deed je toen?’ vraag ik.

Hij grijnst ondeugend. ‘Toen zei ik: Fuck You, Bitch! En toen was hij dood.’

‘Uhm,’ zeg ik. ‘Goed zo.’

Lang, lang geleden had ik regelmatig dromen waarin ik achtervolgd werd door monsters waar ik niet van kon winnen en waardoor ik angstig wakker werd. Op een nacht zat er een weerwolf achter me aan en was ik er klaar mee, draaide me om en gromde GRRRRRRR tegen hem. De weerwolf keek me verbijsterd aan, en rende toen snel weg, jammerend van angst en schrik. Ik werd wakker, vol trots op mijn nachtelijke overwinning.

En heel toevallig vind mijn zoontje het die dag minder spannend om de school binnen te gaan in zijn eentje.

Geplaatst op Geef een reactie

Slapeloos

Mijn oudste komt de slaapkamer binnen, om vier uur in de nacht. Hij is deze week al vaker bij ons komen liggen, misschien onrustig omdat hij na twee maanden thuisonderwijs weer naar school moet. Hij heeft enge dromen, vertelt hij, maar we weten niet waarover. Ik maak me er zorgen. Nachtmerries over de Witcher 3, waar hij vaak naast me zat en stukjes meespeelde? De filmpjes over een of andere ‘granny’ die ‘I see you’ zegt, op youtube? Stopmotion zombie-lego filmpjes? Laten we deze 7 jarige jongen té enge dingen zien?

Hij kruipt over ons bed, ik doe het dekbed open om hem tussen ons in te leggen.

‘Had je een enge droom?’ vraag ik. Hij knikt.

‘Waar ging het over?’

‘Ik werd overreden door een bus,’ zegt hij.

GELUKKIG MAAR! We zijn geen slechte ouders.

We vallen snel weer in slaap.

 

Geplaatst op Geef een reactie

Hij bestaat

Mijn twee oudste kinderen kijken een youtubefilmpje van Sinterklaas (in april).

‘Sinterklaas is zó leuk!’ zegt mijn dochter van bijna 4 jaar. ‘Zo jammer dat hij niet echt is…’

Haar grote broer, van bijna 7 jaar, kijkt haar aan.

‘Maar Malin!’ zegt hij. ‘Sinterklaas bestaat wél echt!’

‘Echt waar?’ Haar ogen worden groot.

‘Ja!’

Ze springt op en juicht.

‘Wauw! Hij bestaat echt!’

En ze kijken samen verder.

Geplaatst op Geef een reactie

Achmed

De juf met ruim veertig jaar ervaring op basisscholen in Amsterdam West kijkt me aan over haar bril.

‘Hoe spel ik dat?’

Ik leg haar uit hoe je de naam van het meisje moet schrijven. Ze schudt haar hoofd. Vijfentwintig kinderen in de klas, twintig nationaliteiten.

‘Waarom heet er niemand meer gewoon Achmed,’ verzucht ze, en dan lacht ze.

Geplaatst op 1 Reactie

Bruin

‘Willem had een gat in zijn kop, toen hij op vakantie was in Amerika, ‘ zegt mijn zoontje. ‘Allemaal bloed…’ Hij gebaart hoe het bloed over het hoofd van zijn klasgenootje moet hebben gestroomd.

‘Ik heb ook twee keer een gat in mijn hoofd gehad,’ zeg ik. Hij kijkt me aan.

‘Oh dáárom ben je zo bruin!’ zegt hij dan.

 

…..

 

Wat?

Geplaatst op Geef een reactie

Verkocht

‘Wil je met me spelen, met de Lego?’ vraagt mijn zoontje. Het is zondagochtend, half negen. Ik zit al een uur achter de computer te werken, hij is net bij me komen staan. Hij moest van mij na twee afleveringen van de Drakenserie de televisie uit doen en gaan spelen met speelgoed.

Ik kijk naar mijn scherm, weet hoeveel ik nog moet doen, hoeveel er altijd te doen is met dit bedrijf. Ik voel me zo’n vader in een tv-film die er uiteindelijk achter komt dat kinderen en familie véél belangrijker zijn dan werk en succes.

‘Ik moet nog even werken,’ zeg ik toch. Hij zucht zoals al die jongetjes op tv zuchten als hun vaders dat zeggen.

‘Maar waarom dan?’

‘Omdat ik, omdat ik dan geld verdien en leuke legocadeautjes kan kopen voor je verjaardag!’

‘Topidee pap,’ zegt hij en hij steekt zijn duim op. Ik ben trots en voel me tegelijkertijd nog veel schuldiger. Ga ik hem ook nog omkopen? Weer een stap op het pad van de slechte, afwezige vaders.

 

Een weekend later. We lopen samen de trap af naar beneden.

‘Mag ik tv kijken?’

‘Ja, want het is weekend! Je hoeft niet naar school.’

‘Is Malin ook vrij?’

‘Malin hoeft ook niet te werken.’

‘Joepie! En Bor?’

‘Die hoeft ook niet te werken.’

‘Gelukkig,’ zegt hij. Hij springt van de laatste twee treetjes af.

‘En mama?’

‘Die hoeft ook niet te werken,’ zeg ik.

‘Gelukkig,’ zegt hij weer. ‘En jij?’ vraagt hij dan.

‘Ik hoef ook niet te werken!’ zeg ik vrolijk.

‘Oh jammer,’ zegt hij en zijn schoudertjes zakken.

‘Hoezo?’ vraag ik.

‘Als je niet werkt, kan je geen Legocadeautjes voor me kopen!’ zegt hij.

Ik doe het godverdomme ook nooit goed.

 

ps: koop mijn boek!

Geplaatst op Geef een reactie

Heb ik al gezegd

Mijn dochter van bijna drie pakt het kleine roze boekje beet, slaat het open.

‘Ik ga voorlezen,’ verklaart ze.

‘Tjadabadaba da, padiepadie en toen moest de baby op de commode. Maar hij wilde niet!’

Ze laat me een bladzijde omslaan (‘Nee, de andere kant’) en dan vertelt ze hetzelfde verhaaltje.

‘Tjadadadie badiebadie en de baby moest op de commode. Maar hij wilde niet!’

En dan vertelt ze hetzelfde verhaal nog een keer. En nog een keer. En nog een keer en nog een keer en nog een keer. En nog een keer … en nog…

‘Tjadadadie badiebadie en de baby moest op de commode. Maar hij wilde niet!’

‘Tjadiedadie padiebabie en de baby moest op de commode.’

 

Dan zegt ze even niks, ze draait de pagina om, kijkt er naar. Ik wil helpen.

‘Maar hij wilde niet!’ zeg ik enthousiast.

Ze klapt haar boekje dicht.

‘Papa!’ zegt ze streng. ‘Dat heb heb ik net al gezegd.’

‘Sorry,’ zeg ik. Maar gelukkig mag ik snel weer een pagina omslaan.

Geplaatst op Geef een reactie

Blote Benies

‘Blote benies!’ roept mijn zoontje als de bejaarde dame met de mooie jurk langsloopt. Ze lacht vrolijk en zegt:

‘Nou, het zijn geen blote benen hoor.’

Ze loopt de trap op en mijn zoontje kijkt haar na, denkt. Dan weet hij het.

‘Blote billies!‘

Geplaatst op Geef een reactie

Eén auto

‘Eén auto,’ zeg ik tegen de jongste, die twee grote playmobiel auto’s en een plastic vuilniswagen de trap probeert op te sjouwen. Het is avond en hij moet naar bed.

Hij schreeuwt, probeert ze allemaal vast te houden.

‘Eén auto,’ zeg ik nogmaals, en ik probeer er twee uit zijn sterke knuistjes te trekken. ‘Eén auto of je mag er helemaal geen meenemen.’

Hij laat niks los dus ik pak ze allemaal af. Hij schreeuwt en huilt.

 

Eén avond later. Mijn vrouw heeft net gezegd tegen alle kinderen dat ze naar bed gaan. De jongste zit op zijn hurken bij zijn plastic bak met auto’s. Hij pakt er eentje uit, geeft die aan mij.

‘Eén auto…’ zegt hij en hij pakt de volgende. ‘Eén auto,’ zegt hij, en hij geeft er nog eentje. ‘Eén auto,’ zegt hij bij de volgende en de volgende, en de volgende die hij allemaal aan mij geeft totdat ik er uiteindelijk acht in mijn handen heb.

‘Nu echt naar boven!’ zegt mijn vrouw. De jongste kijkt me tevreden aan, wijst op de auto’s in mijn handen.

‘Eén auto,’ zegt hij en hij loopt langs me, naar de trap, waar hij naar boven klimt. En ik loop achter hem aan, met allemaal één auto’s in mijn handen.

Geplaatst op Geef een reactie

De Vieze Man van het Jagersveld

Hij heeft een opengesneden wit broodje in zijn ene hand en een briefje van tien gulden in zijn andere. Wij zijn acht jaar, behalve Barry, die is al negen. Tien gulden is een heleboel snoep.

‘Ik durf te wedden,’ zegt de man, ‘ik durf te wedden dat ik dit broodje opeet, wat jullie er ook mee doen. Hoe vies ook.’

We kijken elkaar aan. Dit is dus de vieze man waar de oudere jongens over verteld hebben.

 

‘Durven jullie niet hè,’ zegt de man, hoopvol.

‘Dus als we het broodje heel vies maken,’ zegt Barry, ‘en u eet het niet op, dan krijgen wij tien gulden?’

‘Precies,’ zegt de man.

We kijken elkaar aan. Dan steek ik mijn hand uit, om het broodje aan te pakken.

‘Wat we er ook mee doen?’ vraag ik. Hij knikt.

 

Ik doe mijn best om een flinke pulk uit mijn neus te halen. Niet zo’n grote als vanochtend, helaas. Ik smeer de groene kledder in het broodje. Dan geef ik het broodje aan Barry. Hij grijnst, draait zich om. Zijn rits gaat open. Ik kijk ondertussen naar de vieze man. Hij ziet er wel normaal uit. Een beetje zenuwachtig alleen.

 

‘Heb je het gehoord?’ vraagt Barry. We zitten al dertig jaar in hetzelfde voetbalteam. We kleden ons om in de kleedkamer voor de training.

‘Wat?’ vraag ik.

‘Ze hebben de vieze man opgepakt.’

‘Wat?’ zeg ik, ‘de vieze man van het Jagersveld?’

Barry knikt.

‘Weet je nog wat we met dat broodje hebben gedaan?’

Ik lach en walg tegelijkertijd.

‘Ja gatver, Dat hij het op at, echt niet normaal.’

 

En ik hoop maar dat dat alles was, wat de vieze man de afgelopen tientallen jaren heeft gedaan: vieze broodjes opeten van kleine kinderen.

Geplaatst op Geef een reactie

Heb ik al gezegd

Mijn dochter van bijna drie pakt het kleine roze boekje beet, slaat het open.

‘Ik ga voorlezen,’ verklaart ze.

‘Tjadabadaba da, padiepadie en toen moest de baby op de commode. Maar hij wilde niet!’

Ze laat me een bladzijde omslaan (‘Nee, de andere kant’) en dan vertelt ze hetzelfde verhaaltje.

‘Tjadadadie badiebadie en de baby moest op de commode. Maar hij wilde niet!’

En dan vertelt ze hetzelfde verhaal nog een keer. En nog een keer. En nog een keer en nog een keer en nog een keer. En nog een keer … en nog…

‘Tjadadadie badiebadie en de baby moest op de commode. Maar hij wilde niet!’

‘Tjadiedadie padiebabie en de baby moest op de commode.’

 

Dan zegt ze even niks, ze draait de pagina om, kijkt er naar. Ik wil helpen.

‘Maar hij wilde niet!’ zeg ik enthousiast.

Ze klapt haar boekje dicht.

‘Papa!’ zegt ze streng. ‘Dat heb heb ik net al gezegd.’

‘Sorry,’ zeg ik. Maar gelukkig mag ik snel weer een pagina omslaan.

Geplaatst op Geef een reactie

Snik

Als ik terug kom in het lokaal van groep 5b, zie ik dat twee meisjes huilen: hoofd in hun handen, tranen over de wangen. Ik loop op ze af, ga op mijn hurken naast ze zitten.

‘Wat is er aan de hand?’ vraag ik aan het ene meisje.

‘Ze heeft…, ze is…, met haar stoel…, op mijn teen…, gaan zitten en dat doet zo’n pijhijn,’ jammert ze.

‘Wat vervelend voor je!’ zeg ik tegen haar, en dan kijk ik naar het andere snikkende meisje. ‘En waarom moet jij huilen?’

‘Ik vind het zo verdrietig…, dat zij zo veel pijn…, heeft,’ zegt het andere meisje.

‘Uhm,’ zeg ik, ‘fijn dat jullie zulke goede vrienden zijn.’

Ik sta direct op en loop weer terug naar het bureau. Ik kan niets voor ze betekenen. Maar ze hebben me ook niet nodig.

Geplaatst op Geef een reactie

Snik

Als ik terug kom in het lokaal van groep 5b, zie ik dat twee meisjes huilen: hoofd in hun handen, tranen over de wangen. Ik loop op ze af, ga op mijn hurken naast ze zitten.

‘Wat is er aan de hand?’ vraag ik aan het ene meisje.

‘Ze heeft…, ze is…, met haar stoel…, op mijn teen…, gaan staan en dat doet zo’n pijhijn,’ jammert ze.

‘Wat vervelend voor je!’ zeg ik tegen haar, en dan kijk ik naar het andere snikkende meisje. ‘En waarom moet jij huilen?’

‘Ik vind het zo verdrietig…, dat zij zo veel pijn…, heeft,’ zegt het andere meisje.

‘Uhm,’ zeg ik, ‘fijn dat jullie zulke goede vrienden zijn.’

Ik sta direct op en loop weer terug naar het bureau. Ik kan niets voor ze betekenen. Maar ze hebben me ook niet nodig.

Geplaatst op Geef een reactie

Gevaarlijke verhalen

‘Er loopt een man over straat,’ zeg ik met dreigende stem, ‘Hij heeft een grote hakbijl over zijn schouder. Gaat hij iemand zijn kop eraf hakken? Een deur kapot slaan van een winkel om dingen te stelen?’

Mijn zoontje van vijf ligt in bed. Hij kijkt me verwachtingsvol aan.

‘Nee!’ zeg ik vrolijk. ‘Hij gaat een boom omkappen die op zijn schuurtje dreigt te vallen.’

‘Er loopt een man over straat met een hamer…’ zeg ik dan. ‘Gaat hij iemand op zijn hoofd meppen? Een autoruit breken omdat hij een slecht humeur heeft?’

Mijn kleine kerel is zeer benieuwd.

‘Nee!’ zeg ik. ‘Hij gaat een paar spijkers in de muur slaan bij zijn oma, zodat ze schilderijtjes kan ophangen.’

Hij lacht.

‘Nu jij,’ zeg ik.

‘Uhm…’ Hij denkt even na. ‘Er loopt een man over straat met een groot mes! Gaat hij iemand in zijn hoofd steken? Gaat hij iemand… (hij pauzeert even voor het effect) zijn arm er af hakken?’

Ik wil hem nu al beetpakken en knuffelen.

‘Nee!’ Hij zegt het triomfantelijk. ‘Hij gaat een komkommer snijden!’

Ik ben apetrots. Mijn kleine verhalenverteller krijgt een hele lange knuffel en drie dikke zoenen en dan kruipt hij onder zijn dekbed. En hij heeft wel een enge droom die nacht waardoor hij bij ons in bed kruipt, maar die gaat over de Goliath spin, de grootste spin ter wereld, waar ik hem eerder die dag een foto van had laten zien.

#Roalddahlparenting