Geplaatst op Geef een reactie

De voordelen van Geld en Geweld

‘Sorry,’ zegt de jongen die voor het theater controleert. Hij laat zijn telefoon zien. ‘Ik mag je niet binnenlaten.’

We zien een rood ding op zijn scherm. Dat houdt in dat we niet naar de voorstelling mogen gaan waar we al een hele tijd geleden kaartjes voor hebben gekocht, en waarvoor we speciaal naar een andere stad zijn gegaan, een hotel hebben geboekt, een oppas geregeld.

‘Dus wij zijn allebei dubbel gevaccineerd en mogen toch niet naar binnen?’

Hij knikt, kijkt verontschuldigend. Mijn vrouw is stil maar ontploft van binnen.

Ze heeft ruim van tevoren alles goed geregeld en gepland. Ik was laat, maar vandaag had ik dan toch de coronacheck gedownload om bewijs te hebben dat ik geen corona-verspreid-gevaar ben. De app doet het niet, hoe vaak ik het ook probeer, hij doet niks, wát ik ook probeer. Aan de duizenden 1-ster-recensies zie ik dat iedereen er problemen mee heeft. De app is gewoon stuk dus, slecht in elkaar gezet.

‘Worden alle fans van voetbalwedstrijden en van de Formule 1 ook zo streng gecontroleerd?’ vraag ik. Hij haalt zijn schouders op. ‘Ik hoorde dat mensen op het vliegveld totaal geen controles krijgen,’ zeg ik, ‘ook al komen ze uit oranje of rode landen.’

‘Sorry,’ zegt hij nogmaals.

We druipen af, en zien om ons heen ook andere mensen weglopen, teleurgesteld. We besluiten om morgen dan maar ons geld terug te vragen en gaan deze avond naar een film (waar we zonder problemen binnen komen).

Het is duidelijk. De overheid heeft schijt aan kunst en cultuur. Festivals zijn in Nederland nog steeds verboden, bij theaters en andere cultuurgebouwen mag je alleen binnenkomen als een app (die het niet doet) dat toestaat. Voetbalclubs, vliegtuigmaatschappijen en de Formule 1 hoeven niet aan strenge regels te voldoen, daar wordt niet gecontroleerd.

Wat is het verschil?

Sommige voetbalfans slaan de boel kort en klein als ze niet toegelaten worden tot een voetbalstadion. De Formule 1 baasjes en de bazen van de vliegtuigmaatschappijen kunnen geld in de richting van de politici laten stromen als dat nodig is, nu in de vorm van donaties, later in de vorm van goedbetaalde banen. Geld en geweld, dat is het verschil. De kunst- en cultuursector maakt daar geen gebruik van. Maar wat moeten ze dan wel doen?

Ik denk dat er maar één antwoord op is. Burgerlijke ongehoorzaamheid. Gewoon iedereen toelaten bij alle voorstellingen. Doet de app het niet? Mondkapje op en lekker naar binnen. Als de overheid schijt aan je heeft, moet je gewoon schijt terug hebben. Gaat de overheid dan keihard alle theaters sluiten? Ik ben benieuwd wat een rechter er van vindt, van een overheid die zo overduidelijk met twee maten meet.

Het is tijd voor burgerlijke ongehoorzaamheid en gerechtelijke uitspraken. Wie vindt dat ook?

#coronacheckapp #kunst #cultuur

Geplaatst op Geef een reactie

Grondig

‘Ik heb 500 uur onderzoek gedaan op internet,’ beweert de man op Linkedin die vaccinaties als een groot gevaar ziet. ‘Dus ik weet waar ik het over heb.’

Even twijfel ik. Moet ik nou deze onbekende meneer die superveel youtube filmpjes heeft gekeken vertrouwen of mijn zus, die gepromoveerd epidemioloog is en al twintig jaar artsen en verpleegkundigen traint in het doen van statistisch verantwoord wetenschappelijk onderzoek? Zij vindt het wél een goed idee om gevaccineerd te worden.

Ik besluit toch maar mijn zus te vertrouwen.

Geplaatst op Geef een reactie

Geld en Geluk

‘Ben je alleen?’ vraag ik aan Khalid als ik binnenkom in het piepkleine kapperszaakje in het centrum van Amsterdam. Hij kijkt even om tijdens het knippen van de grijsharige man die in de stoel zit, knikt.

‘Laïd is naar huis gegaan. Vrouw is ziek.’

Er zit een klant te wachten op één van de twee stoelen die er staan tegen de muur, met een tafel ertussen vanwege de corona. Ik ga met mijn twee zoontjes naar binnen, aarzel. We moeten écht geknipt worden omdat tijdens de lockdown onze woeste haardossen onze hoofden steeds kleiner maken. Ik begrijp alleen niet hoe hij deze klant kan afknippen, en dan de wachtende klant, voordat het half twaalf is. Dan zijn wij aan de beurt, en het is vijf voor half twaalf.

‘Ik kan later deze week wel terugkomen,’ zeg ik, maar hij wuift mijn aanbod weg.

‘Geen probleem, ik knip gewoon sneller.’

Hij lacht breed, knipt heel snel met zijn schaar in de lucht.

 

Ik doe mijn jas uit, mijn oudste doet ook zijn jas uit, laat mij het ophangen op de hoge kapstok. De jongste gaat achter de deur zitten, schudt zijn hoofd als ik hem vraag of hij de rugtas met de auto’s en de knuffelaap van zijn rug af wil. Hij wil ook zijn jas niet uit, en ik laat hem maar even acclimatiseren. Ik ga zitten en praat met de man naast me. Hij is al een paar jaar geleden naar Friesland verhuisd maar blijft, net zoals zijn echtgenoot, altijd naar deze kapper komen. Af en toe praat de kapper tegen ons, af en toe verplaatst het gesprek zich naar de klant in de stoel. Khalid vraagt ook wat aan mijn zoontjes, de oudste antwoord, de jongste draait zijn gezicht naar de hoek tussen deur en muur.

De kapper knipt geconcentreerd verder, groet de grijsharige klant als hij vertrekt en bedankt hem voor de grote doos chocolade die hij had meegenomen als cadeau. De tweede klant knipt hij ook snel en efficiënt, kletst met ons allemaal zoals hij en zijn collega dat altijd doen.

Dan knipt hij mij, mijn oudste zoon en mijn jongste in 45 minuten, terwijl hij normaal een half uur per persoon nodig heeft. We krijgen deze keer geen koffie of thee, maar zoveel tijd bespaart dat niet. En dan realiseer ik me dat hij en zijn collega natuurlijk ook heel bewust voortaan binnen 15 minuten al hun klanten kunnen knippen. Het is er altijd erg druk, ik moet ruim van tevoren afspraken inplannen. 15 minuten per klant in plaats van 30. Zo kunnen ze hun inkomen verdubbelen! Waarom doen ze dat niet? Het antwoord is vast heel simpel: ze willen het niet. Ze willen een prettige baan, waarbij ze tijd hebben om een kopje koffie te zetten en om te vragen naar gezondheid, familie en werk. Ze willen écht contact hebben met de mensen voor wie ze dit doen. Ze zouden waarschijnlijk erg ongelukkig worden als ze elke dag klant na klant in 15 minuten moesten afwerken.

 

Dat is het verschil met mensen die voor een bedrijf werken waarvan de eigenaar alleen maar zoveel mogelijk geld wil verdienen. Die kijkt naar hoe efficiënt het werk kan worden gedaan, in theorie, en buigt dan de praktijk naar die theorie toe. Als je kan knippen in 15 minuten, dan ga je knippen in 15 minuten, ook al word je daar ongelukkig van, ook al is de kwaliteit van het werk minder, ook al is de kans op fouten groter. Alles moet zo efficiënt mogelijk, want de eigenaar of de aandeelhouders willen zoveel mogelijk geld ontvangen. Niet dat ze het personeel twee keer zo veel betalen voor twee keer zoveel ‘productie’. Nee die betaal je natuurlijk ook zo min mogelijk, en het liefst middelbare scholieren of mensen die zo hard geld nodig hebben dat ze ook een ‘freelance’ contract tegen slechte voorwaarden accepteren. Want winstmaximalisatie is het allerbelangrijkste.

Veel bedrijven werken op deze manier: zo min mogelijk uitgeven aan personeel, zo veel mogelijk arbeid uit de werknemers persen zodat ze zo veel mogelijk productie draaien. Om uiteindelijk zoveel mogelijk geld te kunnen overmaken aan de rijke aandeelhouders. Ik las dat beursgenoteerde bedrijven zelfs aangeklaagd kunnen worden als ze niet het belang van de aandeelhouders bij alle beslissingen voorop stellen.

Ik zie dat sommige bedrijven dat anders willen doen. Dat ze méér doelen dan alleen die van de aandeelhouders willen dienen. Dat zijn de bedrijven die iets voor een gezondere wereld willen betekenen, die sociaal ondernemen. Ook mijn bedrijf moet zo’n soort bedrijf zijn: ik wil de docenten die via ons op scholen werken een fatsoenlijke bedrag laten verdienen, maar ook mijn teamleden een redelijke vergoeding aanbieden. De scholen moet het niet meer kosten dan wat ze kwijt zijn aan een ‘normale’ basisschooldocent, anders doet het in het onderwijs zeer om ons in te zetten. Tenslotte wil ik ook graag de mensen die ooit vertrouwen in (een eerder project van) me hadden, en die een deel van hun zuurverdiende geld aan me toevertrouwden,  daarvoor terugbetalen met dividend. Dat moet allemaal mogelijk zijn, vind ik. Lukt het niet vandaag, dan wel morgen of overmorgen. Ik blijf er mijn uiterste best voor doen.

Mijn vrouw haalt me op. Ze heeft bij de drogist bruistabletten voor vermoeide voeten gekocht, handcrème en luxe handzeep. Khalid lacht vrolijk als hij het ziet en zegt dat hij het met zijn collega gaat delen. Hopelijk gaan ze nooit met pensioen en kunnen mijn kinderen en ik er nog tientallen jaren komen om ons te laten knippen en om verhalen te delen. Want hier wordt er goed voor ons gezorgd door mensen die plezier en eer in hun werk hebben.

Geplaatst op 1 Reactie

Commentaar Harlandwedstrijd 2020: Object

Object 1 Jesse Dijksman 7,471 Mooi verhaal. Ontroerend ook wel. Zo ver weg alleen zijn, met kanker. Kan het me niet voorstellen. Zo eenzaam. Dat je er zo hard voor gewerkt hebt raakt me. Mooie referentie naar The Martian (film) Veel Tell no Show. De zinnen lopen slecht, onder andere, omdat veel synoniemen in een zin achter elkaar gebruikt worden ter aanduiding van eenzelfde begrip ( aanraken, vangen, tikken). Het verhaal leest als een opsomming in de trant van toen en toen. De vertelstijl is kinderlijk. Het verhaal springt van de hak op de tak. Er zijn ook taalfouten en leestekenfouten. Conclusies worden worden niet onderbouwd bijvoorbeeld in het geval “niet door mensen”. Het verhaal is bovendien op meerdere wijzen ongeloofwaardig. Bijvoorbeeld een stervende kapitein van een ruimteschip maken , uit de Ardennen geplukt door de Amerikanen terwijl hij een middelmatige carrière had. Gevolgtrekkingen komen uit de lucht vallen. Een groot deel van het verhaal bestaat uit oninteressante fantasieën over het Object Ook het einde en de conclusie is vreemd. Uit dit verhaal spreekt interesse voor de ruimtevaart, getuige de referenties naar ‘Startrek’ en ‘De Martian’, als ook naar Stephen King. De titel is ‘Object 1’ terwijl er in het verhaal maar sprake is van een enkel object, aangeduid als het ‘OBJECT’. Is dit een eerste versie van het verhaal en is de titel niet aangepast? Het verhaal heeft een nette opbouw, maar een onbevredigend einde waar de lezer niet zoveel mee kan. Het lijkt niet helemaal ‘af’. Dit verhaal is goed opgebouwd en sleept de lezer meteen mee in de gedachten van de hoofdpersoon. Er is aandacht voor de achtergrond en motivatie van deze persoon en de omschrijvingen van de ruimtemissie en het OBJECT zijn heel beeldend. Goed geschreven met een einde waar je zelf nog invulling aan kan geven. Geweldig leuk verhaal. Bijzonder en misschien zelfs nog mogelijk ook. Mooi uitgewerkt en zo geschreven dat ik zo snel mogelijk door wilde lezen. Het plot was deels verwacht al had ik wel wat anders gehoopt. Mooie korte zinnen geen moeilijk taalgebruik. Leuke personages. Echt bijzonder verhaal. Ik stelde me zelf al even voor als ik in zijn schoenen stond wat ik zou doen? luchtig en ontspannend geschreven. Lijkt een goed verhaal op zich indien zich interesseert in ruimteverhalen.
Geplaatst op 1 Reactie

De Eerlijke Dief is binnen!

Vandaag is dan eindelijk mijn tweede verhalenbundel binnengekomen. Wil je er eentje via de post ontvangen?

Klik dan hier!

Geplaatst op Geef een reactie

Tuttebel

‘Oh wat ben je toch een tuttebel,’ zegt mijn vriendin tegen ons dochtertje van 2.

‘Ik ben geen kuttebel!’ roept ze. ‘Ik ben ech geen kuttebel! Ech nie!’

Dat beamen we.

Geplaatst op Geef een reactie

‘De Eerlijke Dief’ en andere verhalen. Nu te koop!

Lang, lang geleden, schreef ik meer dan honderd verhalen per jaar. Toen werd het ineens druk met Lukida, waarmee ik ervoor kon zorgen dat op tientallen scholen tientallen kunstenaars les konden geven zodat de scholen minder last hadden van het lerarentekort. Jaren lang werkte ik 60-70 uur per week om dat mogelijk te maken, en altijd was ik met het bedrijf bezig. Nieuwe verhalen kwamen even niet in me op (maar wel een oud verhaal…).

De verhalen die ik de jaren ervoor had geschreven, zette ik wel in een bundel: Eva Disselhoff selecteerde en verbeterde ze en Marie-José Schouten deed daarna de vormgeving.

Nu is het boekje ineens bijna klaar, zo midden in de Corona-crisis. Een boekpresentatie zit er niet in, maar ik kan natuurlijk wel de boeken in een envelop stoppen en opsturen naar iedereen die er eentje wil ontvangen.

Dus: vond je mijn verhalen op mijn site of op Facebook leuk? Wil je nog meer verhalen lezen van mij, ook thuis op de bank bijvoorbeeld? Bestel nu mijn tweede verhalenbundel ‘De Eerlijke Dief’. Als je de bestelling vóór 15 april doet, krijg je korting. Verzendkosten zijn niet inbegrepen, daar vraag ik 3 euro voor (postzegels en enveloppen zijn niet gratis helaas).

BESTEL NU

 

 

Geplaatst op Geef een reactie

Snik

Als ik terug kom in het lokaal van groep 5b, zie ik dat twee meisjes huilen: hoofd in hun handen, tranen over de wangen. Ik loop op ze af, ga op mijn hurken naast ze zitten.

‘Wat is er aan de hand?’ vraag ik aan het ene meisje.

‘Ze heeft…, ze is…, met haar stoel…, op mijn teen…, gaan staan en dat doet zo’n pijhijn,’ jammert ze.

‘Wat vervelend voor je!’ zeg ik tegen haar, en dan kijk ik naar het andere snikkende meisje. ‘En waarom moet jij huilen?’

‘Ik vind het zo verdrietig…, dat zij zo veel pijn…, heeft,’ zegt het andere meisje.

‘Uhm,’ zeg ik, ‘fijn dat jullie zulke goede vrienden zijn.’

Ik sta direct op en loop weer terug naar het bureau. Ik kan niets voor ze betekenen. Maar ze hebben me ook niet nodig.

Geplaatst op Geef een reactie

When Harry met Jesse

Aan het begin van de zomer van 2019 ben ik geïnterviewd door Harry Starren, in het kader van Café Weltschmerz. Het was een prettig gesprek, zoals jullie hier ook kunnen zien.

Geplaatst op Geef een reactie

#mestupid

Het was al donker toen ik met mijn grote sporttas over mijn schouder over straat liep door het provinciestadje. Er ging wel een bus van het station naar de wijk waar mijn moeder toen woonde, maar die ging maar eens per half uur en deed er een kwartier over door alle omwegen. Veertig minuten lopen was altijd makkelijker en ik heb geen hekel aan wandelen.

Voor me zie ik iemand bij het stoplicht staan. Ze steekt over als het licht groen wordt, en ik versnel mijn pas, wil ook graag gebruik maken van dit groene licht. Anders sta ik lang te wachten bij de rondweg waar het ook op dit tijdstip druk is.

Ik ren een klein stukje als het licht op rood schiet en de eerste auto’s beginnen te rijden. De jonge vrouw voor me kijkt even om.

Daarna lopen we achter elkaar, met vijftig meter afstand, over het slecht verlichte pad in het parkje tussen weg en woonwijk. Iets verderop kijkt ze om, en gaat ze sneller lopen. En dan doe ik iets waar ik jaren later, als ik voor het eerst bevriend raak met vrouwen, spijt van krijg. Ik ga ook ietsje sneller lopen. Om te kijken wat er gebeurd. Ze kijkt weer om en gaat nóg iets sneller lopen.

Pas vele jaren later hoorde ik in Paradiso van vriendinnen over de mannen die hen bij de borsten en billen grepen, mannen die ze mij niet eens wilden aanwijzen, omdat ze er niet nog meer gedoe over wilden. Nog veel later hoorde ik meisjes waar ik relaties mee had, dat ze dit soort dingen allemaal hadden meegemaakt. Ik hoorde van iemand die geen ‘metoo’ wilde schrijven dat er nooit zoiets met haar was gebeurd. ‘Oh ja, wel vier keer een man die aan het masturberen was, kijkend naar mij op straat of op het strand. Maar niks ernstigs dus.’ En nu, door #metoo weet ik nog meer over hoe enorm de dreiging kan zijn van mannen, in donkere steegjes of overdag, in half verlichte disco’s maar ook op het kantoor.

Misschien was ik toen toch niet helemaal achterlijk. Ik vertraag weer, vermoed toch wel dat ze het niet leuk vindt. Ik moet helaas wel dezelfde kant op als zij, met het pad mee naar links, langs kapotte lantaarnpalen. Naar rechts als ik in de buurt van de woning van mijn moeder kom, waar zij ook naar rechts ging. En dan loop ik naar de voordeur, doe open met mijn sleutel. Even kijk ik om, zie dat de jonge vrouw een huis aan de overkant in gaat en ook naar mij kijkt. Ik hoop dat ze opgelucht was, dacht: ‘oh die gast moest gewoon hier zijn, zat helemaal niet achter me aan.’

Nu weet ik dat dát moment minder belangrijk was dan het moment een paar minuten eerder, toen ik haar hart en haar pas liet versnellen door even uit nieuwsgierigheid sneller te gaan wandelen. Ik heb haar bang gemaakt van vijftig meter afstand. Ik zal er voor zorgen dat mijn kinderen weten dat dit een angst is waar veel vrouwen mee zitten. Ik zal ze uitleggen dat hun gedrag daar invloed op kan hebben, negatief of positief. Ik zal er voor zorgen dat ze minder onnozel zijn dan ik toen was (en dat is niet zo moeilijk). Hopelijk zullen meer ouders dit doen, dit uitleggen, en kunnen onze kinderen over dertig jaar terugkijken naar ons en zeggen: ‘onze ouders wisten dat nog niet toen ze jong waren. Net als opa en oma nog niet wisten dat je kinderen niet de hele tijd moet vertellen dat ze geweldig zijn, en onze overgrootouders niet wisten dat je kinderen niet moet slaan.’

Hopelijk worden we gezamenlijk slimmer, elke generatie weer.

Of op zijn minst minder dom.

Geplaatst op Geef een reactie

Nouri

Waarom voel ik me oprecht verdrietig over Nouri? Gisteren las ik het vreselijke nieuws over de getalenteerde en sympathieke voetballer van Ajax. Hersenen kapot, voetbalcarrière verdwenen en misschien zelfs onmogelijk om ooit nog een normaal leven te leiden. Droevig, tragisch, hartverscheurend nieuws voor zijn familie en vrienden. Maar ik ben een man op afstand, die hem nooit persoonlijk sprak. Waarom voel ik me dan echt verdrietig? Dat voelde ik niet toen Friso en Schumacher hersenletsel opliepen. Ook dat was diep tragisch voor hun familieleden en vrienden. Waarom is dit anders?

Ik zag hem pas een jaar of twee geleden voor het eerst spelen, tijdens samenvattingen van de Jupiler League. De commentator vertelde dat Nouri zeer getalenteerd was, en ik zag dat hij gelijk had. Later hoorde ik ook nog dat hij een bijzonder prettig karakter had en dat de supporters gek op hem waren. Was deze Nouri een nieuwe Sneijder of van der Vaart? Ik moest denken aan het vallende hakdoelpunt van van der Vaart tegen Feyenoord. De doelpunten van Sneijder tijdens WK’s (zelfs met zijn hoofd!). Briljante momenten die me nog steeds kippenvel bezorgen, als ik er alleen al aan denk. Toen begreep ik het.

Nouri was een voorzichtige belofte van prachtige momenten, die ik en miljoenen andere mensen de rest van ons leven mee zouden kunnen dragen. Net als we allemaal met onze eigen kinderen prachtige en bijzondere, vreemde en gekke momenten meemaken, waarvan de herinneringen ons de rest van ons leven laten lachen, huilen of kippenvel bezorgen. Nouri’s voeten beloofden ons dat ook, ze fluisterden over de enorme trots die wij ooit met zijn allen zouden kunnen voelen, als hij een briljante voorzet zou geven tijdens een Europese bekerwedstrijd of er een slim doelpuntje in zou prikken tijdens een WK. Zo werd hij een zoon van ons allemaal, eentje waar we met verwondering en bewondering naar keken, en waar we een beetje van gingen houden. En daarom voel ik me zo, en ik ben volgens mij niet de enige.

Geplaatst op Geef een reactie

Dikke Piemel

‘Lesgeven aan groep 1 en 2 is echt anders,’ zeg ik tegen de juf die morgen voor mijn organisatie gaat invallen op een school in Oud West. Ik sta in de tuin, omdat ik binnen slecht bereik heb. Het regent een heel klein beetje.

‘Die kleintjes luisteren zeker niet altijd meteen, zitten vaak te wiebelen op hun stoel of laten zich er vanaf glijden, wat ze dan natuurlijk hilarisch vinden.’

Mijn zoontje van vier is binnen met zijn zusje en moeder. Hij zwaait naar me, ik zwaai terug en kijk dan de andere kant op omdat ik niet afgeleid wil worden tijdens het gesprek.

‘Vandaag was ik bij jouw collega, die ook groep 1 en 2 heeft. Net toen ze de kinderen stil wilde krijgen riep een van de jongetjes keihard: ‘Ik heb een dikke piemel!’

Dan realiseer ik me dat mijn zoontje de deur heeft opengedaan, vlak voordat de laatste twee woorden mijn mond verlieten. Ik draai me om. Hij heeft zijn ogen wijd opengesperd, en langzaam verspreid zich een enorme glimlach over zijn gezicht.

‘Dikke piemel!’ roept hij. ‘Mama, mama, papa zegt: dikke piemel!’

Hij begint keihard te lachen, houdt dan even zijn hand voor zijn mond, lacht dan weer verder.

‘Even wachten,’ zeg ik tegen de juf. ‘Mijn zoontje hoorde wat ik zei.’

Ze lacht.

Ik doe de deur dicht. Door het raam zie ik dat hij nog steeds keihard lacht. Mijn vriendin lacht ook.

 

Als ik hem in bed leg, vraag ik of hij een leuke dag heeft gehad.

‘Papa zei piemel!’ zegt hij en weer lacht hij hard.

Geplaatst op Geef een reactie

Stik

Speels grijp ik het grappig ondeugende jongetje bij zijn strot, en ik doe alsof ik hem wurg. Hij speelt het vrolijk mee. Dan kijkt hij naar buiten, ik kijk mee.

‘Dat is mijn vader,’ zegt hij over de man die langs het raam van het schoollokaal loopt.

Ik verstijf, heb nog steeds mijn handen om zijn nekje. Het jongetje zwaait naar zijn vader, de vader lacht breed en zwaait terug. Ik glimlach, een beetje ongemakkelijk. Pas als de vader uit het zicht is, haal ik mijn handen weg.

Geplaatst op Geef een reactie

Wat Zou Jezus Doen

Elke ochtend als ik uit het station kom, staan ze daar. Meestal zijn het twee vrouwen, soms zijn het twee mannen. Nooit gemengd. Ze staan in de buurt van een glimmende display waar tijdschriften en boeken op staan. En altijd praten ze alleen maar met elkaar.

Christenen.

Niemand kijkt ooit naar hun tijdschriften, niemand praat met ze. Waarom zou je dat ook doen, als je met enige haast uit het station komt om naar je werk te gaan? Of als je bijna thuis bent, waar partner en kinderen je opwachten? Is er echt ooit iemand zó de weg kwijt dat hij denkt: Jezus! Misschien kan hij me de weg wijzen?

Maar ik vraag me vooral af: Zou Jezus dat doen, bij een stapeltje flyers wachten tot iemand hem aansprak? Of zou hij zieke mensen genezen? Vrijwilligerswerk doen met daklozen? Mishandelde prostituees troosten? Of bureaus omgooien bij de Abn Amro bank? Ik kan me niet voorstellen dat hij zou stilstaan en kletsen met iemand die al overtuigd van hem is. Zonde van Zijn tijd.

Misschien moeten die wachtende christenen dat boek van hem nog maar eens een keertje goed doorlezen, kunnen ze nog wat van leren.

Geplaatst op Geef een reactie

Afval

Ik hang het fietsslot aan mijn stuur en wil opstappen. Dan zie ik dat een van twee Marokkaanse jongens die net uit het uitzendbureau is gekomen een brief laat vallen als hij een stapel papieren uit zijn kontzak haalt.

De brief ziet er officieel uit, met logo’s en gedrukte adressen en telefoonnummers, maar er staan ook namen en telefoonnummers met de hand opgeschreven. Ook is het duidelijk een paar keer opgevouwen geweest. Pratend komen ze steeds dichterbij.

Ze zien er uit als de jongens waar mijn collega’s in het jongerencentrum mee werken. Kaalgeschoren koppen met littekens, trainings-jekkies aan, tasje van een duur merk om hun schouder. En de eeuwige ‘ik ben een gangster’ blik. Ik weet dat de kans bestaat dat ze mijn opmerking: ‘Hey, je laat wat vallen’ opvatten als commentaar op hun gedrag en dat ze me dan een grote bek geven, zeggen dat ik me met mijn eigen zaken moet bemoeien (plus een aantal scheldwoorden).

Maar misschien is de brief heel erg belangrijk voor hem, kan hij met deze telefoonnummers net die baan krijgen die hem een goede toekomst kan bieden, bedankt hij me dat ik het zeg. Ik twijfel en twijfel, en dan lopen ze langs me.

En het blaadje waait de straat op.

Geplaatst op Geef een reactie

Zwart Wit

‘Wat doe jij nou?!’ roept de jongen als hij naar het computerscherm kijkt van het meisje dat net als hij van Creoolse afkomst is. Dan kijkt hij naar het scherm van Hindoestaanse jongetje dat er naast zit. ‘Jij ook al! Zijn jullie gek geworden ofzo?’
 
Beide kinderen mochten de laatste vijf minuten van de les op internet, omdat ze hun taken af hadden. Ze besloten allebei om een online spel te spelen waarbij je een avatar maakt, een digitaal poppetje, dat je allemaal dingen kan laten beleven in dat spel.
 
‘Je bent zelf donker,’ zegt de eerste jongen, nog steeds verontwaardigd, ‘en dan maak je, dan maak je zoiets.’ Hij wijst naar de avatar van het meisje. Zij heeft een blond, blank poppetje gemaakt. De jongen op de computer ernaast heeft ook een ‘witte’ avatar.
‘Jij bent toch zelf bruin! Waarom maak je hem dan wit? Dat is echt raar. Jij bent echt raar. Jullie zijn allebei raar.’
 
Het Hindoestaanse jongetje zegt niks terug, speelt verder. Hij voelt zich duidelijk ongemakkelijk. Het Creoolse meisje draait zich om, kijkt de jongen die haar aanspreekt fel aan.
‘Ik maak lekker zelf uit wat ik doe! Als ik een wit poppetje wil maken, maak ik een wit poppetje. Waar bemoei jij je mee?’
‘Ik vind het gewoon stom. Vind jij je eigen kleur niet mooi? Schaam jij je voor jezelf?’
 
Het meisje snuift en reageert niet meer. Het jongetje schudt zijn hoofd en kijkt me aan.
‘Ik zit ook op dat spel, meester. Maar ik heb een poppetje dat op mij lijkt. Dat is toch logisch?’
 
Ik leg hem dan uit dat, wat mij betreft, iedereen zelf mag uitmaken wat voor avatar hij of zij maakt, in welk spel dan ook.
 
Daarna vraag ik me wel af of ‘witte’ kinderen even vaak ‘donkere’ avatars maken. Maar dat zeg ik niet tegen hem.