Geplaatst op 1 Reactie

De Eerlijke Dief is binnen!

Vandaag is dan eindelijk mijn tweede verhalenbundel binnengekomen. Wil je er eentje via de post ontvangen?

Klik dan hier!

Geplaatst op Geef een reactie

Tuttebel

‘Oh wat ben je toch een tuttebel,’ zegt mijn vriendin tegen ons dochtertje van 2.

‘Ik ben geen kuttebel!’ roept ze. ‘Ik ben ech geen kuttebel! Ech nie!’

Dat beamen we.

Geplaatst op Geef een reactie

‘De Eerlijke Dief’ en andere verhalen. Nu te koop!

Lang, lang geleden, schreef ik meer dan honderd verhalen per jaar. Toen werd het ineens druk met Lukida, waarmee ik ervoor kon zorgen dat op tientallen scholen tientallen kunstenaars les konden geven zodat de scholen minder last hadden van het lerarentekort. Jaren lang werkte ik 60-70 uur per week om dat mogelijk te maken, en altijd was ik met het bedrijf bezig. Nieuwe verhalen kwamen even niet in me op (maar wel een oud verhaal…).

De verhalen die ik de jaren ervoor had geschreven, zette ik wel in een bundel: Eva Disselhoff selecteerde en verbeterde ze en Marie-José Schouten deed daarna de vormgeving.

Nu is het boekje ineens bijna klaar, zo midden in de Corona-crisis. Een boekpresentatie zit er niet in, maar ik kan natuurlijk wel de boeken in een envelop stoppen en opsturen naar iedereen die er eentje wil ontvangen.

Dus: vond je mijn verhalen op mijn site of op Facebook leuk? Wil je nog meer verhalen lezen van mij, ook thuis op de bank bijvoorbeeld? Bestel nu mijn tweede verhalenbundel ‘De Eerlijke Dief’. Als je de bestelling vóór 15 april doet, krijg je korting. Verzendkosten zijn niet inbegrepen, daar vraag ik 3 euro voor (postzegels en enveloppen zijn niet gratis helaas).

BESTEL NU

 

 

Geplaatst op Geef een reactie

Snik

Als ik terug kom in het lokaal van groep 5b, zie ik dat twee meisjes huilen: hoofd in hun handen, tranen over de wangen. Ik loop op ze af, ga op mijn hurken naast ze zitten.

‘Wat is er aan de hand?’ vraag ik aan het ene meisje.

‘Ze heeft…, ze is…, met haar stoel…, op mijn teen…, gaan staan en dat doet zo’n pijhijn,’ jammert ze.

‘Wat vervelend voor je!’ zeg ik tegen haar, en dan kijk ik naar het andere snikkende meisje. ‘En waarom moet jij huilen?’

‘Ik vind het zo verdrietig…, dat zij zo veel pijn…, heeft,’ zegt het andere meisje.

‘Uhm,’ zeg ik, ‘fijn dat jullie zulke goede vrienden zijn.’

Ik sta direct op en loop weer terug naar het bureau. Ik kan niets voor ze betekenen. Maar ze hebben me ook niet nodig.

Geplaatst op Geef een reactie

When Harry met Jesse

Aan het begin van de zomer van 2019 ben ik geïnterviewd door Harry Starren, in het kader van Café Weltschmerz. Het was een prettig gesprek, zoals jullie hier ook kunnen zien.

Geplaatst op Geef een reactie

#mestupid

Het was al donker toen ik met mijn grote sporttas over mijn schouder over straat liep door het provinciestadje. Er ging wel een bus van het station naar de wijk waar mijn moeder toen woonde, maar die ging maar eens per half uur en deed er een kwartier over door alle omwegen. Veertig minuten lopen was altijd makkelijker en ik heb geen hekel aan wandelen.

Voor me zie ik iemand bij het stoplicht staan. Ze steekt over als het licht groen wordt, en ik versnel mijn pas, wil ook graag gebruik maken van dit groene licht. Anders sta ik lang te wachten bij de rondweg waar het ook op dit tijdstip druk is.

Ik ren een klein stukje als het licht op rood schiet en de eerste auto’s beginnen te rijden. De jonge vrouw voor me kijkt even om.

Daarna lopen we achter elkaar, met vijftig meter afstand, over het slecht verlichte pad in het parkje tussen weg en woonwijk. Iets verderop kijkt ze om, en gaat ze sneller lopen. En dan doe ik iets waar ik jaren later, als ik voor het eerst bevriend raak met vrouwen, spijt van krijg. Ik ga ook ietsje sneller lopen. Om te kijken wat er gebeurd. Ze kijkt weer om en gaat nóg iets sneller lopen.

Pas vele jaren later hoorde ik in Paradiso van vriendinnen over de mannen die hen bij de borsten en billen grepen, mannen die ze mij niet eens wilden aanwijzen, omdat ze er niet nog meer gedoe over wilden. Nog veel later hoorde ik meisjes waar ik relaties mee had, dat ze dit soort dingen allemaal hadden meegemaakt. Ik hoorde van iemand die geen ‘metoo’ wilde schrijven dat er nooit zoiets met haar was gebeurd. ‘Oh ja, wel vier keer een man die aan het masturberen was, kijkend naar mij op straat of op het strand. Maar niks ernstigs dus.’ En nu, door #metoo weet ik nog meer over hoe enorm de dreiging kan zijn van mannen, in donkere steegjes of overdag, in half verlichte disco’s maar ook op het kantoor.

Misschien was ik toen toch niet helemaal achterlijk. Ik vertraag weer, vermoed toch wel dat ze het niet leuk vindt. Ik moet helaas wel dezelfde kant op als zij, met het pad mee naar links, langs kapotte lantaarnpalen. Naar rechts als ik in de buurt van de woning van mijn moeder kom, waar zij ook naar rechts ging. En dan loop ik naar de voordeur, doe open met mijn sleutel. Even kijk ik om, zie dat de jonge vrouw een huis aan de overkant in gaat en ook naar mij kijkt. Ik hoop dat ze opgelucht was, dacht: ‘oh die gast moest gewoon hier zijn, zat helemaal niet achter me aan.’

Nu weet ik dat dát moment minder belangrijk was dan het moment een paar minuten eerder, toen ik haar hart en haar pas liet versnellen door even uit nieuwsgierigheid sneller te gaan wandelen. Ik heb haar bang gemaakt van vijftig meter afstand. Ik zal er voor zorgen dat mijn kinderen weten dat dit een angst is waar veel vrouwen mee zitten. Ik zal ze uitleggen dat hun gedrag daar invloed op kan hebben, negatief of positief. Ik zal er voor zorgen dat ze minder onnozel zijn dan ik toen was (en dat is niet zo moeilijk). Hopelijk zullen meer ouders dit doen, dit uitleggen, en kunnen onze kinderen over dertig jaar terugkijken naar ons en zeggen: ‘onze ouders wisten dat nog niet toen ze jong waren. Net als opa en oma nog niet wisten dat je kinderen niet de hele tijd moet vertellen dat ze geweldig zijn, en onze overgrootouders niet wisten dat je kinderen niet moet slaan.’

Hopelijk worden we gezamenlijk slimmer, elke generatie weer.

Of op zijn minst minder dom.

Geplaatst op Geef een reactie

Nouri

Waarom voel ik me oprecht verdrietig over Nouri? Gisteren las ik het vreselijke nieuws over de getalenteerde en sympathieke voetballer van Ajax. Hersenen kapot, voetbalcarrière verdwenen en misschien zelfs onmogelijk om ooit nog een normaal leven te leiden. Droevig, tragisch, hartverscheurend nieuws voor zijn familie en vrienden. Maar ik ben een man op afstand, die hem nooit persoonlijk sprak. Waarom voel ik me dan echt verdrietig? Dat voelde ik niet toen Friso en Schumacher hersenletsel opliepen. Ook dat was diep tragisch voor hun familieleden en vrienden. Waarom is dit anders?

Ik zag hem pas een jaar of twee geleden voor het eerst spelen, tijdens samenvattingen van de Jupiler League. De commentator vertelde dat Nouri zeer getalenteerd was, en ik zag dat hij gelijk had. Later hoorde ik ook nog dat hij een bijzonder prettig karakter had en dat de supporters gek op hem waren. Was deze Nouri een nieuwe Sneijder of van der Vaart? Ik moest denken aan het vallende hakdoelpunt van van der Vaart tegen Feyenoord. De doelpunten van Sneijder tijdens WK’s (zelfs met zijn hoofd!). Briljante momenten die me nog steeds kippenvel bezorgen, als ik er alleen al aan denk. Toen begreep ik het.

Nouri was een voorzichtige belofte van prachtige momenten, die ik en miljoenen andere mensen de rest van ons leven mee zouden kunnen dragen. Net als we allemaal met onze eigen kinderen prachtige en bijzondere, vreemde en gekke momenten meemaken, waarvan de herinneringen ons de rest van ons leven laten lachen, huilen of kippenvel bezorgen. Nouri’s voeten beloofden ons dat ook, ze fluisterden over de enorme trots die wij ooit met zijn allen zouden kunnen voelen, als hij een briljante voorzet zou geven tijdens een Europese bekerwedstrijd of er een slim doelpuntje in zou prikken tijdens een WK. Zo werd hij een zoon van ons allemaal, eentje waar we met verwondering en bewondering naar keken, en waar we een beetje van gingen houden. En daarom voel ik me zo, en ik ben volgens mij niet de enige.

Geplaatst op Geef een reactie

Dikke Piemel

‘Lesgeven aan groep 1 en 2 is echt anders,’ zeg ik tegen de juf die morgen voor mijn organisatie gaat invallen op een school in Oud West. Ik sta in de tuin, omdat ik binnen slecht bereik heb. Het regent een heel klein beetje.

‘Die kleintjes luisteren zeker niet altijd meteen, zitten vaak te wiebelen op hun stoel of laten zich er vanaf glijden, wat ze dan natuurlijk hilarisch vinden.’

Mijn zoontje van vier is binnen met zijn zusje en moeder. Hij zwaait naar me, ik zwaai terug en kijk dan de andere kant op omdat ik niet afgeleid wil worden tijdens het gesprek.

‘Vandaag was ik bij jouw collega, die ook groep 1 en 2 heeft. Net toen ze de kinderen stil wilde krijgen riep een van de jongetjes keihard: ‘Ik heb een dikke piemel!’

Dan realiseer ik me dat mijn zoontje de deur heeft opengedaan, vlak voordat de laatste twee woorden mijn mond verlieten. Ik draai me om. Hij heeft zijn ogen wijd opengesperd, en langzaam verspreid zich een enorme glimlach over zijn gezicht.

‘Dikke piemel!’ roept hij. ‘Mama, mama, papa zegt: dikke piemel!’

Hij begint keihard te lachen, houdt dan even zijn hand voor zijn mond, lacht dan weer verder.

‘Even wachten,’ zeg ik tegen de juf. ‘Mijn zoontje hoorde wat ik zei.’

Ze lacht.

Ik doe de deur dicht. Door het raam zie ik dat hij nog steeds keihard lacht. Mijn vriendin lacht ook.

 

Als ik hem in bed leg, vraag ik of hij een leuke dag heeft gehad.

‘Papa zei piemel!’ zegt hij en weer lacht hij hard.

Geplaatst op Geef een reactie

Stik

Speels grijp ik het grappig ondeugende jongetje bij zijn strot, en ik doe alsof ik hem wurg. Hij speelt het vrolijk mee. Dan kijkt hij naar buiten, ik kijk mee.

‘Dat is mijn vader,’ zegt hij over de man die langs het raam van het schoollokaal loopt.

Ik verstijf, heb nog steeds mijn handen om zijn nekje. Het jongetje zwaait naar zijn vader, de vader lacht breed en zwaait terug. Ik glimlach, een beetje ongemakkelijk. Pas als de vader uit het zicht is, haal ik mijn handen weg.

Geplaatst op Geef een reactie

Wat Zou Jezus Doen

Elke ochtend als ik uit het station kom, staan ze daar. Meestal zijn het twee vrouwen, soms zijn het twee mannen. Nooit gemengd. Ze staan in de buurt van een glimmende display waar tijdschriften en boeken op staan. En altijd praten ze alleen maar met elkaar.

Christenen.

Niemand kijkt ooit naar hun tijdschriften, niemand praat met ze. Waarom zou je dat ook doen, als je met enige haast uit het station komt om naar je werk te gaan? Of als je bijna thuis bent, waar partner en kinderen je opwachten? Is er echt ooit iemand zó de weg kwijt dat hij denkt: Jezus! Misschien kan hij me de weg wijzen?

Maar ik vraag me vooral af: Zou Jezus dat doen, bij een stapeltje flyers wachten tot iemand hem aansprak? Of zou hij zieke mensen genezen? Vrijwilligerswerk doen met daklozen? Mishandelde prostituees troosten? Of bureaus omgooien bij de Abn Amro bank? Ik kan me niet voorstellen dat hij zou stilstaan en kletsen met iemand die al overtuigd van hem is. Zonde van Zijn tijd.

Misschien moeten die wachtende christenen dat boek van hem nog maar eens een keertje goed doorlezen, kunnen ze nog wat van leren.

Geplaatst op Geef een reactie

Afval

Ik hang het fietsslot aan mijn stuur en wil opstappen. Dan zie ik dat een van twee Marokkaanse jongens die net uit het uitzendbureau is gekomen een brief laat vallen als hij een stapel papieren uit zijn kontzak haalt.

De brief ziet er officieel uit, met logo’s en gedrukte adressen en telefoonnummers, maar er staan ook namen en telefoonnummers met de hand opgeschreven. Ook is het duidelijk een paar keer opgevouwen geweest. Pratend komen ze steeds dichterbij.

Ze zien er uit als de jongens waar mijn collega’s in het jongerencentrum mee werken. Kaalgeschoren koppen met littekens, trainings-jekkies aan, tasje van een duur merk om hun schouder. En de eeuwige ‘ik ben een gangster’ blik. Ik weet dat de kans bestaat dat ze mijn opmerking: ‘Hey, je laat wat vallen’ opvatten als commentaar op hun gedrag en dat ze me dan een grote bek geven, zeggen dat ik me met mijn eigen zaken moet bemoeien (plus een aantal scheldwoorden).

Maar misschien is de brief heel erg belangrijk voor hem, kan hij met deze telefoonnummers net die baan krijgen die hem een goede toekomst kan bieden, bedankt hij me dat ik het zeg. Ik twijfel en twijfel, en dan lopen ze langs me.

En het blaadje waait de straat op.

Geplaatst op Geef een reactie

Zwart Wit

‘Wat doe jij nou?!’ roept de jongen als hij naar het computerscherm kijkt van het meisje dat net als hij van Creoolse afkomst is. Dan kijkt hij naar het scherm van Hindoestaanse jongetje dat er naast zit. ‘Jij ook al! Zijn jullie gek geworden ofzo?’
 
Beide kinderen mochten de laatste vijf minuten van de les op internet, omdat ze hun taken af hadden. Ze besloten allebei om een online spel te spelen waarbij je een avatar maakt, een digitaal poppetje, dat je allemaal dingen kan laten beleven in dat spel.
 
‘Je bent zelf donker,’ zegt de eerste jongen, nog steeds verontwaardigd, ‘en dan maak je, dan maak je zoiets.’ Hij wijst naar de avatar van het meisje. Zij heeft een blond, blank poppetje gemaakt. De jongen op de computer ernaast heeft ook een ‘witte’ avatar.
‘Jij bent toch zelf bruin! Waarom maak je hem dan wit? Dat is echt raar. Jij bent echt raar. Jullie zijn allebei raar.’
 
Het Hindoestaanse jongetje zegt niks terug, speelt verder. Hij voelt zich duidelijk ongemakkelijk. Het Creoolse meisje draait zich om, kijkt de jongen die haar aanspreekt fel aan.
‘Ik maak lekker zelf uit wat ik doe! Als ik een wit poppetje wil maken, maak ik een wit poppetje. Waar bemoei jij je mee?’
‘Ik vind het gewoon stom. Vind jij je eigen kleur niet mooi? Schaam jij je voor jezelf?’
 
Het meisje snuift en reageert niet meer. Het jongetje schudt zijn hoofd en kijkt me aan.
‘Ik zit ook op dat spel, meester. Maar ik heb een poppetje dat op mij lijkt. Dat is toch logisch?’
 
Ik leg hem dan uit dat, wat mij betreft, iedereen zelf mag uitmaken wat voor avatar hij of zij maakt, in welk spel dan ook.
 
Daarna vraag ik me wel af of ‘witte’ kinderen even vaak ‘donkere’ avatars maken. Maar dat zeg ik niet tegen hem.
Geplaatst op Geef een reactie

De Hooligandoctrine

Vrijheid van meningsuiting (tussen dronken en doorgesnoven hooligans).

1 Je mag zeggen wat je wilt, maar als je tussen hooligans roept: ‘Alle hooligans zijn domme eikels’ krijg je klappen. De hooligans blijven strafbaar, maar je was zelf wel verantwoordelijk voor hun reactie.

2 Je mag zeggen wat je wilt, maar als je tussen hooligans roept: ‘Volgens mij heeft die gozer daar gezegd dat jullie domme eikels zijn’ ben je er wel verantwoordelijk voor als ‘die gozer’ in elkaar geslagen wordt. De hooligans blijven strafbaar natuurlijk.

3 Als je tussen hooligans roept: ‘Volgens mij was het die hooligan daar die een vuurwerkbom gooide!’ Dan ben je een held, en hebben andere mensen de verantwoordelijkheid om je tussen de hooligans vandaan te vissen (of je weer op te lappen). Wederom, de hooligans blijven strafbaar.

Vrijheid van meningsuiting: alleen als je je verantwoordelijkheid neemt, is hij absoluut.

Geplaatst op Geef een reactie

Geef Donald Trump een kans

‘Ik voel me niet zo prettig bij de nieuwe directeur van ons kinderdagverblijf.’

‘Hoezo dan?’

‘Hij liegt overal over, en als je hem daarmee confronteert, liegt hij nog meer. Hij heeft een paar vrouwen in hun kut gegrepen en doet daar stoer over. Zijn vorige bedrijven zijn allemaal failliet gegaan. En hij heeft dit kinderdagverblijf misschien wel gekocht met zwart geld van een stel criminelen.’

‘Heb je daar bewijs van, van dat zwarte geld?’

‘Nee, dat niet, maar hij is wel een paar keer gezien met mensen die bevriend zijn met criminelen.’

‘Dat is geen bewijs natuurlijk. Misschien is het allemaal wel helemaal legaal.’

‘Dat is wel waar. Maar hij heeft ook een nieuw team samengesteld, en dat zijn geen goede mensen.’

‘Hoezo niet? Zijn ze niet bevoegd als kinderleidster?’

‘Volgens de meeste mensen niet, maar volgens de nieuwe directeur zijn ze de allerbeste kandidaten voor deze banen. Maar ja, hij heeft een restauranteigenaar hoofd van de keuken gemaakt, en die wil de kinderen nu de restjes uit zijn eigen restaurant te eten geven. En zijn schoonmaker is uit zijn huis gezet omdat hij dertig katten had en zijn huis vol vuilnis lag.’

‘Maar misschien hebben ze daarvan geleerd, en doen ze het hier goed. Je moet mensen een kans geven.’

‘Jaah, op zich sta ik daar wel voor open, maar die directeur en de mensen die hij aanneemt geven me zo’n vervelend gevoel… Ik wil actie ondernemen. Ik denk dat ik mijn kind er liever weg haal.’

‘Dat vind ik nou zo flauw van je! Een beetje een naar gevoel in je onderbuik en dan wil je gelijk iemand zijn kans ontnemen om te laten zien dat hij goed is in zijn werk.’

‘Ja maar.’

‘Niks ja maar. Is die nieuwe directeur ooit veroordeeld wegens pedofilie?’

‘Nou, dat niet.’

‘Nou dan. Geef hem gewoon een kans.’

‘Maar als er iets met onze kinderen gebeurd?’

‘Dat zien we dan wel weer.’

Geplaatst op Geef een reactie

Blok

Jullie blijven het doen. Elke keer weer beargumenteren jullie met vuur en feiten jullie mening. Scherp, soms ongenadig hard, soms mild en wijs en heel af en toe uit de bocht vliegend door waargenomen groot onrecht. En soms komen jullie er naar een tijdje achter dat jullie een deel van de feiten niet allemaal op orde hadden, en dan passen jullie je mening aan. Want jullie proberen slimmer te worden, meer te begrijpen en diepere inzichten te verwerven. Jullie wel.

Daarom zijn jullie machteloos in de strijd tegen de Gelijkhebbers. Zij hebben nooit last van twijfel, omdat ze altijd gelijk hebben ook al zeggen ze morgen het tegenovergestelde van vandaag. Dat maakt voor hen niet uit. Voor jullie is een andere mening het resultaat van onderzoek en nieuwe inzichten, voor de Gelijkhebbers is een andere mening alleen maar het uitspreken van andere woorden dan eerder, en er dan even heilig van overtuigd zijn. Zij zijn als een soort betonnen muur waar je je gebalde mening en feiten zo hard naartoe kan slaan als je wilt, maar de ballen komen altijd even hard terug. Hoe meer je er slaat, hoe meer er terug komen.

De Gelijkhebbers slaan de bal niet terug. Ze doen niet mee, ze willen ook niet meedoen, ze hoeven zelfs niet echt mee te doen in discussies en gesprekken omdat ze toch wel gelijk hebben, wat je ook zegt, wat voor bewijs er ook is en hoe de werkelijkheid ook in elkaar zit.

En als je eens een keer een teruggekeerde bal niet kan terugslaan, heffen de Gelijkhebbers hun armen triomfantelijk in de lucht en verklaren dat ze gewonnen hebben. En dat is logisch, want ze hebben gelijk. Uiteraard.

Moeten jullie daarom maar ophouden met de strijd? Van mij niet! Als toeschouwer leer ik enorm veel, zoals hopelijk ook anderen veel zullen leren. Jullie doen me denken aan de roeiers die ooit oefenden voor het voortslepen van een olietanker, en die daarom hun roeiboot aan de kade vastbonden en hard gingen roeien. Ze kwamen geen centimeter vooruit, maar konden er uiteindelijk wel heel ver mee komen.

Geplaatst op Geef een reactie

Zwarte Piet

Mijn buurman belt aan.

‘Die coniferen in jouw tuin,’ zegt hij, ‘daar ben ik allergisch voor. Daarom heb ik altijd last van tranende ogen en een snotneus als ik in de tuin zit. Ik zou het heel fijn vinden als je ze omhakt, of omzaagt ofzo.’

Ik geloof hem niet. Hoe kan je nou allergisch zijn voor coniferen? En mijn katten vinden het geweldig om in bomen te klimmen. Ik stuur de buurman weg.

Later belt hij weer aan.

‘Heel de zomer moet ik binnenblijven, hoe lekker het weer ook is. Kan je die coniferen niet gewoon omhakken? Het zijn ook nog lelijke bomen, met al die dode bruine takken.’

Een boom omhakken omdat hij ‘er niet tegen kan’ of omdat hij het geen mooie boom vindt? Had hij dat huis maar niet moeten kopen. Ik woon hier al veel langer, en die coniferen staan er ook al een tijdje. Hij zoekt maar een medicijn tegen die zogenaamde allergie. Of hij rot maar op naar een ander huis. Ik stuur de aansteller weg en sla de deur hard dicht.

Dan bemoeit mijn vrouw zich ermee. ‘Doe die man toch een plezier,’ zegt ze. ‘En als je de coniferen weghaalt, kan je mooi fruitbomen neerzetten.’ Ik begrijp niet hoe ze het in haar hoofd haalt. Het zijn haar bomen niet eens! Mijn bloedeigen vader heeft ze gegeven toen we dit huis kochten. En waarom kiest ze ineens de kant van de buurman?

Deze keer staat de buurman bij het tuinhek. Hij is bozer dan de vorige keren. In zijn rechterhand heeft hij een botte heggenschaar.

‘Als jij die kloteconiferen niet omhakt, doe ik het zelf! Ik krijg er nu ook binnen last van. Ik kan niet eens meer normaal door mijn eigen huis lopen!’

Ik ontplof bijna. Wat durft die man! Dreigen met een heggenschaar! Ik twijfel of ik mijn vrienden ga bellen om hem eens op zijn bek te meppen of de politie om hem op te laten pakken. Hij staat me gewoon te bedreigen met een wapen! Of mijn bomen dan, maar dat is ook heel erg.

Toch klimt hij niet over de lage schutting tussen onze tuinen. Met zijn snotneus en zijn rooie oogjes blijft hij naar me kijken, trillend van woede, wachtend tot ik iets doe. En dan realiseer ik me dat hij misschien echt wel allergisch is voor coniferen, ook al geloof ik niet dat dat mogelijk is. En dat ik hem heel erg blij kan maken als ik die bomen omhak of snoei. Ik kijk naar de coniferen. Ze steken vier meter boven de schutting uit.

‘Als ik nou deze week de coniferen tot de schutting snoei en daarna deze en de volgende herfst vervang door fruitbomen,’ zeg ik, ‘niet allemaal tegelijk maar elke herfst de helft? Anders hebben mijn katten niks om in te klimmen.’

De buurman kijkt verbaasd.

‘Zomaar?’ vraagt hij.

‘Mijn oudere broer roept al jaren dat coniferen echt uit de tijd zijn. En dat ze bij een beetje storm zo mijn keuken in kunnen vallen. Hij is tuinman, dus hij weet dat soort dingen. Trouwens, een appeltje of een peer uit eigen tuin lijkt me wel wat,’ zeg ik.

Hij wil me de heggenschaar aangeven.

‘Als je hem kan gebruiken,’ zegt hij. Ik lach en schud mijn hoofd.

‘Ik heb beter materiaal in de schuur,’ zeg ik. Ik geef hem een hand over de schutting en loop daarna meteen naar de schuur. Ik heb ook eigenlijk wel zin om mannelijk bezig te zijn met bijlen en zagen. Misschien moet ik zelfs mijn broer even bellen voor zijn kettingzaag. Die heb ik nog nooit gebruikt.

De herfst erna eten we voor het eerst zelfgebakken appeltaart met zelf gegroeide appels. Gemaakt door de buurvrouw. Ik heb stoofpeertjes gemaakt. En de buren krijgen er de helft van.