Geplaatst op Geef een reactie

Oorlogsdans

Mijn dochter van veertien maanden kijkt naar de reus van twee jaar die naast haar is komen staan bij de deur van het speelhuisje. Hij kijkt terug, duwt haar dan. Ze valt op haar bips. Dan trekt hij nog even aan haar haar. Ze kijkt vragend naar ons, met een beginnend huil-lipje. Ik kijk naar mijn zoontje van vier die iets verderop alles al had gadegeslagen.

‘Ga jij je zusje eens even helpen?’ zeg ik tegen hem. Hij stapt van zijn speelauto en loopt vastberaden op ze af.

Mijn zoontje gaat tussen zijn zusje en het jongetje staan, steekt een waarschuwend vingertje op, zegt iets tegen het ventje. Die kijkt hem verbaasd aan, zegt iets terug en doet dan een stapje opzij. Mijn zoontje stapt mee, zodat hij tussen het ventje en zijn zusje blijft staan. Ik merk dat zijn schouders gebogen zijn, zijn lichaam gespannen, hij kijkt het jongetje doordringend aan. Het verbaasd kijkende ventje doet weer een stap en nog eentje, mijn zoon blijft meelopen. Zijn zusje kijkt met grote ogen naar de oorlogsdans die zich voor haar afspeelt. Dan draait het jongetje zich om en kruipt het speelhuisje in.

‘Kom maar mee,’ zegt grote broer tegen zijn zusje en hij pakt haar hand beet. Ze staat op en samen lopen ze naar het hobbelpaard waar ze blij op gaat zitten. Hij loopt naar me toe.

‘Dat jongetje gaf haar een duw en trekte aan haar haar!’

‘Trok hij aan haar haar?’ zeg ik. ‘Dat is ook niet aardig.’

‘Ja en toen zei ik, je mag haar niet meer duwen hoor, en toen zei hij ‘nee!’ Hij had ja moeten zeggen!’

Ik heb geen idee hoe ik moet uitleggen dat de formulering van zijn opmerking bij een jongetje van twee de mogelijkheid gaf om zowel met ‘ja’ als ‘nee’ te antwoorden, dus ik aai hem maar over zijn krullen.

‘Je bent een goede broer,’ zeg ik. Hij glimlacht.

Geplaatst op Geef een reactie

Jack de Knipper

Jaren geleden schreef ik dit scenario, zonder te vermoeden dat ‘Jack de Knipper’ weer op zou duiken… In een ander format geschreven (filmscenario) dan je misschien gewend bent, maar hopelijk is het goed te lezen!

Jack de Knipper

 

Geplaatst op Geef een reactie

Swingen

Ik kijk om me heen in de zaal van het ‘Centrum voor Actieve Ouderen’ die me als ‘danszaal’ was omschreven. Er schuifelen een paar witharige dames rond, één ervan met een rollator.

‘Wat een grote ruimte,’ zeg ik.

De oude heer die me ontvangen heeft, knikt.

‘Vroeger was het hier elke vrijdag en zaterdagavond helemaal vol met dansende mensen! En ook de andere dagen was er altijd wel iets te doen. Bingo op donderdag, klaverjassen op dinsdag. We moesten mensen afwijzen, zo druk was het. Maar zo veel mensen komen hier al jaren niet meer.’

‘Er zijn toch steeds meer ouderen in Nederland?’

Hij knikt. ‘Dat wel. Maar vroeger bleef iedereen in zijn eigen huisje wonen, of in ieder geval zijn eigen buurt, konden ze op de fiets of met de tram naar ons toekomen. Nu trekken ze allemaal naar Purmerend of Almere. Veel te ver weg om naar een dansavond in de stad te gaan. We hebben nog geprobeerd om de minimumleeftijd naar de 55 te doen, maar dat hielp niet. Mensen van 55 voelen zich te jong om met mensen van onze leeftijd te dansen.’

‘En hebben jullie aan andere groepen gedacht? De eerste generaties Surinamers en Turken en Marokkanen zijn al aardig op leeftijd aan het raken. Die wonen nog in de stad. Misschien hebben zij zin om te dansen!’

De man kijkt weg.

‘We hebben het geprobeerd,’ zegt hij zacht. ‘We hebben aan dat soort mensen gevraagd of ze ook langs wilden komen op de dansavonden. Ze kwamen inderdaad. Maar het werkte niet.’

‘Hoe bedoelt u?’ vraag ik.

Hij zucht, kijkt naar de deur.

‘Die mannen kwamen hier niet naartoe om te dansen. Ze kwamen om vrouwen te versieren! En dat lukte ze nog ook!’

Ik kijk om me heen, zie de gerimpelde dames in hun gebloemde jurken en met hun solide schoenen.

Hij kijkt me weer aan.

‘En dat was nog niet het ergste,’ zegt hij. ‘We kwamen er achter dat ze getrouwd waren! Dat ze gewoon een vrouw hadden in Marokko of Turkije of weet ik waar! En dan hier bij ons gewoon vrouwen gaan versieren? Dat werkte dus niet. We zijn er mee opgehouden.’

‘Oh,’ zeg ik, ‘jammer.’

Hij knikt. ‘Dat is inderdaad jammer.’

Geplaatst op Geef een reactie

Timmer

‘We gaan zo naar de dierenarts, want Henkie is weer een beetje ziek,’ legt mijn vriendin uit aan ons zoontje.

‘Oh, okay!’ zegt hij en kijkt naar onze kat. ‘Arme Henkie!’

Mijn vriendin kijkt mij aan.

‘Lief, kan jij de reismand uit de schuur halen? Oh ja, trouwens, vrijdag bel ik de timmerman.’

‘Wat?’ zegt mijn zoontje verbaasd, ‘wordt Henkie getimmerd?’

Geplaatst op Geef een reactie

Pakken

Een paar mannen trekken hazmat-pakken aan. Ik ben in Artis maar zie nergens dieren. Mijn telefoon zit niet in mijn broekzak. Is hij gestolen of heb ik hem laten liggen op de basisschool waar ik net was, of op het feestje waar ik ook was? En waar staat mijn fiets? Ik kijk om me heen. Dan stel ik scherp op de mannen met de hazmatpakken. Een ervan komt steeds scherper in beeld, ik zoom in. Hij ziet me kijken, grijnst duivelig breed terwijl hij zijn grote, zware handschoenen aantrekt. Dan zie ik ook op andere mannen met dezelfde pakken, op andere plekken in het park dat op het Oosterpark lijkt. De hekken er omheen zijn alleen veel hoger. Dan slaat een van de pakmannen een kind, met zijn zware handschoen. Een ander doet het ook, ze doen het allemaal, ze slaan alle kinderen in Artis kapot. Kinderen klimmen massaal tegen de hekken op, proberen te ontsnappen maar de hekken zijn hoog. Ik wil er ook naartoe rennen, over de hekken heen klimmen. En dan rammen monsters die op neushoorns en bulldogs lijken, vanaf de andere kant dwars door de hekken, dwars door de kinderen heen.

‘Papa? Papa?’ Mijn zoontje maakt me wakker. Hij is vannacht blijkbaar bij ons in bed gekropen. ‘Ik heb een enge droom gehad. Meneren gingen mensen doodmaken,’ huilt hij.

Ik pak hem beet voor een stevige knuffel.

‘Papa is bij je,’ zeg ik.

Ik vraag me slaperig af of hij dezelfde droom kan hebben gehad, hoop heel erg van niet. Of kan de duisternis van een droom van het ene naar het andere hoofd overspringen, als de hoofden dicht bij elkaar liggen? Ik vecht met de slaap, mijn ogen willen niet open.

‘Papa, papa,’ zegt hij, ‘zullen we boterhammetjes gaan eten?’

Ik kijk op de wekkerradio: 6:20.

‘Nog even slapen?’ probeer ik.

Hij knikt. Ik draai me om. Even liggen we stil naast elkaar maar ik voel dat mijn zoontje niet meer kan slapen. Ik draai terug, zie dat hij met wijd open ogen naar het plafond staart.

‘Wij gaan boterhammetjes eten,’ zeg ik.

Hij lacht.

Geplaatst op Geef een reactie

Slipjes

‘Eh, meneer,’ zegt de zwangere vrouw. Ze staat in haar badjas voor me, naast haar man.

‘Een beetje een rare vraag misschien, maar…’

Ik denk: oh nee hè, niet weer.

‘Mijn bikini en broekje zaten in de zak van mijn badjas toen we de sauna in gingen, en toen we uit de sauna kwamen, was mijn broekje ineens weg!’

‘Weet u zeker dat het de juiste badjas was, mevrouw? Ze zijn allemaal wit,’ zeg ik, maar ik weet wel beter.

‘Die van mij hing er naast, met mijn zwembroek,’ zegt haar man. Hij heeft tatoeages tot aan zijn nek. Ik hoop dat het niet net zo’n scène wordt als vorige maand.

‘Ja, en mijn bikini zat er ook gewoon nog in,’ zegt ze. Ze laat hem zien. Van binnen kook ik. Als die eikel niet de zoon van de baas was, was hij allang ontslagen. En in de cel gegooid, waarschijnlijk.

‘Nou mevrouw wat vervelend!’ zeg ik. Ik kijk zo meegaand mogelijk, en probeer tegelijk te zien waar Freddy is.

‘Kunnen we u misschien een drankje aanbieden voor het ongemak? U natuurlijk ook meneer.’

‘We wilden net uitchecken,’ zegt haar man, ‘maar je mag wel onze drankjes bij het eten gisteren van de rekening afhalen.’ Hij kijkt me strak aan en haalt diep adem zodat zijn borstspieren nog meer opbollen.

Ik kijk naar hun rekening, zie dat ze gisteren acht drankjes hadden tijdens het eten, inclusief twee Irish koffie. Ik zucht, zet mijn nep lach weer aan.

‘Dat regelen we meteen! Kijk maar mee.’ Ik draai het scherm en laat ze zien dat ik veertig euro van hun rekening afhaal. De man gromt tevreden.

‘Goed zo,’ zegt hij. ‘Kom schat,’ zegt hij dan, en hij neemt zijn vrouw mee.

‘Toch echt wel een beetje raar, dat mijn broekje ineens weg is,’ zegt ze als ze weglopen. Ik versta niet wat hij antwoordt.

Dan zie ik Freddy uit het zwembad komen. Ik wenk hem om te vertellen dat ik wéér over zijn ziekelijke neigingen moet gaan praten met zijn vader. Maar voordat hij me ziet, staan er drie dames voor mijn neus.

‘Hey gappie,’ zegt een van de dames.

‘Onze slippies zijn gejat uit onze badjassen!’

‘Ja, wat de fok gast,’ zegt de ander.

‘Een momentje,’ zeg ik. En dan zet ik mijn luidste stem op.

‘Freddy! Deze dames willen even met je praten!’

Freddy hoort me, ziet de dames en glipt dan snel het restaurant weer in. De smeerlap.

‘Nou dames,’ zeg ik. ‘Kan ik jullie een drankje aanbieden ter compensatie?’

‘Wat dacht je van een gratis lunch,’ zegt er een. ‘Ik hoorde net dat je alle drankjes van dat stelletje gratis hebt gemaakt. Dat willen wij ook wel.’

Ze kijken me uitdagend aan. En dan kan het me ineens allemaal geen fuck meer schelen.

‘Dames, jullie krijgen van mij héél je verblijf gratis. Kijk, ik zet het nu in het overzicht.’

Ik typ in: ‘wegens verdwenen slipjes gratis verblijf’. Ze kijken mee en lachen. Ben benieuwd hoe de baas daar nog boos over kan worden. Misschien heeft hij nu eindelijk een reden om zijn zoon in therapie te doen ofzo.

‘Dank je wel schat!’ zegt een van de meiden als ze weglopen. ‘Veel plezier met onze slipjes,’ lacht de ander, en dan ben ik er ineens helemaal klaar mee. Ik sta op en doe mijn werkjasje uit.

Vandaag is de laatste dag dat ik vieze Freddy uit de wind heb gehouden. Ik neem ontslag.

Geplaatst op Geef een reactie

Kreng

Overal om me heen zijn kinderen aan het klimmen in het grote klimbouwwerk bij het indoor speelparadijs. Andere kinderen racen rond in kleine trapautootjes. Mijn dochtertje van 14 maanden staat naast het miniglijbaantje waar ze net twintig keer op geklommen is. Elke keer als ze bovenaan kwam, keek ze ons triomfantelijk aan en kraaide van plezier. Nu staat er een iets ouder jongetje op het trappetje. En mijn kleine dame huilt. Ik sta op een touwbrug, drie meter boven de grond, een stuk verderop. Waarom huilt ze? Gaat mijn vriendin al kijken wat er aan de hand is? Moet ik naar beneden klimmen om mijn kleine meisje te helpen?

‘Papa! Waar is de glijbaan?’

Mijn zoontje zwaait naar me. Hij staat een paar meter verder, twijfelt tussen een gang links waar hij omhoog moet klimmen en rechts waar hij door een buis moet. Een paar minuten geleden ben ik met hem mee geklommen omdat hij het een beetje spannend vond om zelf alles uit te zoeken. Ik wijs naar de gang links, kijk dan weer naar mijn huilende dochtertje.

Oh mooi, daar komt mijn vriendin al. Ik zie haar praten tegen onze kleine en tegen het jongetje, versta niet wat ze zegt. Onze kleine meid huilt harder nu. Wat doet dat ventje tegen haar dat ze zo moet huilen? Waarom doet mijn vriendin er niets aan? Ons lieve meisje begint nu te krijsen van verdriet. Waarom komt de moeder van het jongetje niet ingrijpen? Wat doet dat ventje verdomme? En waarom haalt mijn vriendin dat rotkereltje niet bij onze dochter weg? Ik kijk om. Volgens mij kan ik mijn zoontje al alleen verder laten klimmen.

Mijn lieve meisje huilt hysterisch. Mijn vriendin tilt haar op en loopt met haar naar ons tafeltje. Wat? Opgeven? Duw dat kutventje dan weg, als hij vervelend is! En waar is zijn moeder? Waarom laat zij hem zich zo misdragen dat onze dochter nu een glijbaantrauma oploopt?

Ik klim naar beneden, vastbesloten om het ventje eens goed te vertellen hoe hij zich zou moeten gedragen naar mijn dochtertje. Misschien moet ik ook zijn moeder even aanspreken over haar gebrekkige pedagogische kwaliteiten. En waarom is mijn vriendin niet de confrontatie aangegaan, heeft ze gewoon onze dochter weggehaald bij de glijbaan waar ze net zó veel plezier had?

Ik loop naar het tafeltje. Mijn vriendin staat daar, met onze nasnikkende kleine prinses in haar armen. Mijn vriendin kijkt me aan, met grote ogen.

‘Wist jij dat onze dochter een klein krengetje kan zijn?’

‘Wat?’

‘Ze probeerde dat arme jongetje van de glijbaan af te trekken! En toen hij er niet vanaf wilde, kneep ze hem.’

‘Wat?’

‘Dus ik zei tegen haar: hou eens op met zo lelijk doen, en toen begon ze keihard te krijsen.’

Ik kijk naar mijn vriendin en dan naar mijn dochtertje.

‘Gek hè,’ zegt mijn vriendin, ‘ze is ons lieve schattige meisje. En dan kom je er ineens achter dat ze ook een little bitch kan zijn.’

Ik grijns.

‘Van wie zou ze het hebben?’

‘Nou!’ zegt mijn vriendin verontwaardigd. ‘Kreng.’

Geplaatst op Geef een reactie

Nat

Het was ze toch gelukt, die Hollanders. De hele week had Boris zich verwonderd over de schittering van zonnepanelen op alle daken die boven het water uit staken, de windmolen/zonnecel combinaties op hogere gebouwen en de lange, slanke windmolens die her en der nog overeind stonden op de overgebleven dijken. Dit land was compleet aardolie en aardgas vrij geworden in 2031. Iedereen kookte op elektriciteit, verwarming was elektrisch, auto’s, bussen en vrachtwagens. Iedereen had er aan meegedaan. Benzineauto’s stonden weg te roesten in musea, had hij van collega’s gehoord. Zelfs het vliegverkeer was voor een groot deel elektrisch geworden, vooral op korte afstanden.

Volgens het boekje dat hij op een bureau had gevonden in dit huis (en dat hij kon lezen omdat hij Nederlands had geleerd), zouden hierdoor twintig jaar later geen kinderen meer zijn met astma. 30% minder doden door long- en vaatziektes. Bomen in steden konden door de frissere lucht ineens ouder dan 50 jaar worden, volkstuinen zouden meer voedsel opbrengen (hoewel een groot deel van het eten in dit land uit fabrieksboerderijen kwam).

Boris kijkt uit het raam. Een prachtig land met hardwerkende mensen. Als het moet, werken ze keihard tot ze resultaat hebben behaald. Toch wel jammer dat ze er zo laat mee waren begonnen, en dat de rest van de wereld ook te laat door had dat de CO2 niveaus gevaarlijk hoog werden. Daardoor was de zeespiegel zes meter gestegen, veel meer nog dan de meest pessimistische voorspellingen. En natuurlijk waren de Hollanders oerdom dat ze hen de oorlog hadden verklaard. Dat de Amerikanen, verzwakt door hun burgeroorlog (die ze geen burgeroorlog durfden te noemen), en de oorlog met China ook nog de strijd aan gingen met Rusland was al idioot, maar dat Nederland daar een bijdrage aan wilde leveren was onbegrijpelijk. Ze gooiden gewoon vijf flinke bommen op cruciale dijken tijdens een flinke Zuidwesterstorm, en tweederde van Nederland lag een paar meter onder water. De Hollanders gaven zich al over voordat ze door Duitsland waren gerold met hun tanks.

Boris stapt het raam uit, in de boot die op hem wacht. Ook dit stadje, Amersfoort, laten ze in de zee verdwijnen. De nieuwe dijken komen een stukje oostelijker te liggen, langs de Veluwezoom. De Maas en de Rijn vullen het ondergelopen land langzaam weer op, in een paar honderd jaar. Leuk voor toekomstige archeologen, denkt Boris.

De mannen van zijn eenheid kijken hem aan en hij schudt zijn hoofd.

‘Niets van waarde,’ zegt Boris. Ze varen weg.

foto: Filip Bunkens
Geplaatst op Geef een reactie

Boemers

Ik sta met mijn zoontje voor het splinternieuwe museum bij Lascaux. We hebben een lange wandeling gemaakt door minitieus nagemaakte grotten met op de muren en het plafond de legendarische paarden en koeien en andere wilde dieren die op je af lijken te galopperen. We hebben spannende verhalen gehoord over de ontdekkingen en alle geheimen die er nog zijn over de grot. Er waren grote digiborden waarop hij zijn eigen prehistorische kunst maakte, hij zette voor de eerste keer van zijn leven een 3D bril op en vloog door de grotten en er was nog veel meer gaafs en moois.

‘Wat vond je nou het allerleukste hier?’ vraag ik aan mijn zoontje van vier.

De kleine man hoeft er nauwelijks over na te denken.

‘De meneren met de boemers natuurlijk!’ roept hij enthousiast.

(Er stonden militairen met machinegeweren bij de ingang van Lascaux toen we uit het museum kwamen. In de ochtend waren ze er nog niet. We schrokken ervan en keken online of er ergens iets ergs was gebeurd waardoor er een hoger alarmniveau was, maar dat was er niet.)

http://www.lascaux.fr/en