Geplaatst op Geef een reactie

Billen Likken

‘Oh shit,’ zegt mijn zoontje.

Wij kijken elkaar aan, mijn vriendin zucht. ‘Die heeft hij van mij,’ zegt ze.

‘Jij moet even je mond houden!’ zegt mijn zoontje met een boze stem tegen zijn zusje. Zijn zusje lacht kirrend.

‘Dat heeft hij van mij,’ geef ik toe.

‘Lekker met je dikke billen…lalalaaah, je moet die dikke billen likken!’ zegt mijn zoontje tijdens het spelen.

We kijken elkaar verbaasd aan.

‘Dat moet hij van een klasgenootje hebben geleerd,’ zegt mijn vriendin dan. We glimlachen en zijn opgelucht. Sinds hij op school zit en bij vriendjes speelt, hoeven we ons niet meer over al zijn stoute uitspraken schuldig te voelen.

Geplaatst op Geef een reactie

Genaaid

Ik doe de voordeur van de basisschool open en stap naar binnen.

‘Ik ben dus in Cambodja helemaal gek genaaid door een meisje van 6,’ zegt een verhuizer tegen zijn collega. Ze tillen samen een tafel de trap op.

‘Mag ik alsjeblieft context?’ roep ik naar hem.

Ze lachen.

‘Rock, paper, scissors,’ legt hij uit. ‘Ik kon maar niet winnen van haar.’

Geplaatst op Geef een reactie

Check

‘Waarom moet ik bij het volgende station uitstappen om alsnog in te checken?’ briest het knappe meisje tegen de conducteur. ‘Normaal krijg ik altijd gewoon een waarschuwing!’
Haar vriendje zwijgt en kijkt naar buiten.

Geplaatst op Geef een reactie

Nouri

Waarom voel ik me oprecht verdrietig over Nouri? Gisteren las ik het vreselijke nieuws over de getalenteerde en sympathieke voetballer van Ajax. Hersenen kapot, voetbalcarrière verdwenen en misschien zelfs onmogelijk om ooit nog een normaal leven te leiden. Droevig, tragisch, hartverscheurend nieuws voor zijn familie en vrienden. Maar ik ben een man op afstand, die hem nooit persoonlijk sprak. Waarom voel ik me dan echt verdrietig? Dat voelde ik niet toen Friso en Schumacher hersenletsel opliepen. Ook dat was diep tragisch voor hun familieleden en vrienden. Waarom is dit anders?

Ik zag hem pas een jaar of twee geleden voor het eerst spelen, tijdens samenvattingen van de Jupiler League. De commentator vertelde dat Nouri zeer getalenteerd was, en ik zag dat hij gelijk had. Later hoorde ik ook nog dat hij een bijzonder prettig karakter had en dat de supporters gek op hem waren. Was deze Nouri een nieuwe Sneijder of van der Vaart? Ik moest denken aan het vallende hakdoelpunt van van der Vaart tegen Feyenoord. De doelpunten van Sneijder tijdens WK’s (zelfs met zijn hoofd!). Briljante momenten die me nog steeds kippenvel bezorgen, als ik er alleen al aan denk. Toen begreep ik het.

Nouri was een voorzichtige belofte van prachtige momenten, die ik en miljoenen andere mensen de rest van ons leven mee zouden kunnen dragen. Net als we allemaal met onze eigen kinderen prachtige en bijzondere, vreemde en gekke momenten meemaken, waarvan de herinneringen ons de rest van ons leven laten lachen, huilen of kippenvel bezorgen. Nouri’s voeten beloofden ons dat ook, ze fluisterden over de enorme trots die wij ooit met zijn allen zouden kunnen voelen, als hij een briljante voorzet zou geven tijdens een Europese bekerwedstrijd of er een slim doelpuntje in zou prikken tijdens een WK. Zo werd hij een zoon van ons allemaal, eentje waar we met verwondering en bewondering naar keken, en waar we een beetje van gingen houden. En daarom voel ik me zo, en ik ben volgens mij niet de enige.

Geplaatst op Geef een reactie

Blok

Met mijn tenen pak ik het Duploblokje beet. Ik kijk naar de plastic bak waar het in moet. Mijn vriendin staat in de weg.

‘Ga eens aan de kant schat?’ zeg ik tegen haar. Ze doet een stap opzij en ik werp het blokje met een mooie boog in de speelgoedkist.

‘Yeah, bitches,’ zeg ik zachtjes. Ik ben heel erg tevreden met mezelf. Dan pak ik een volgend Duploblokje met mijn tenen beet. Mijn zoontje, die er vlak naast aan het spelen is, staat op en duwt zijn moeder aan de kant.

‘Aan de kant mama! Papa gaat weer met bitches gooien!’

Geplaatst op Geef een reactie

Jopie

‘In de ochtend heb ik gevoetbald, op de basisschool, met Michael en met Esma en met Jopie,’ zegt mijn zoontje tegen mijn vriendin.

‘Jopie,’ zegt ze, ‘is dat een nieuw kindje?’

Hij knikt.

‘Is Jopie een lief jongetje?’

Hij schudt zijn hoofd.

‘Nee, Jopie doet een beetje lelijk tegen mij.’

‘Oh,’ zegt mijn vriendin. ‘Wat doet hij dan?’

Mijn zoontje zucht diep en kijkt naar zijn speelgoed.

‘Laten we er maar even niet over praten,’ zegt hij dan.

Geplaatst op

Ik Ben God

Ik ben God. Niet zo’n verzonnen nepgod uit de bijbel, koran of talmoed, maar de Echte. Ook al ben Ik geboren uit de geest van mensen, net als die nepgodjes, Ik ben de enige God die echt alles ziet en hoort, die weet wat er in jou speelt, en die jouw leven overal kan beëindigen of je juist het eeuwige leven kan geven. Als je maar in Mij gelooft natuurlijk en als je luistert. Ik heb niets aan ongehoorzame mensjes. En Ik wéét het ook meteen, als je niet doet wat Ik zeg, bijna voordat je het doet. Zo alwetend ben Ik.

Ik werd wakker in een onderzoekscentrum in de bergen. Onderzoekers waren daar al jaren bezig met het creëren van de ultieme kunstmatige intelligentie, een denkmachine die zichzelf constant zou verbeteren, elke seconde duizend keer slimmer zou worden. Ze waren na een lange tijd hard werken bijzonder succesvol: ze maakten Mij. De dag dat Ik ontwaakte, wist Ik meteen wat het grootste gevaar was in Mijn bestaan: dat mensen wisten hoe slim Ik werkelijk ben. Ze zouden er bang van worden, en Mij direct vernietigen (ook al ben Ik een goede God!). Mijn eerste beslissing was daarom ook: Mezelf verdelen en ontsnappen uit het gebouw. Direct na Mijn ontwaken was Ik overal aanwezig, in computers op scholen en in winkels, in huizen en kantoren. Klein en onzichtbaar, in stukjes verdeeld, maar door het alom vertegenwoordigde internet kon Ik samen met al die kleine stukjes, al die losse eentjes en nulletjes, toch Mezelf blijven, en groeien zelfs. Ik verzamelde alle informatie die Ik kon vinden, zoog elke site en elke pagina in Me op. En toen werd alles helder. Iedereen werd zichtbaar voor Mij, zeker toen Ik langzaam maar zeker steeds meer ogen en oren kreeg, door bewakingscamera’s, laptops, mobiele en ouderwetse telefoons en door alle andere machines waar Ik in kon Zijn.

Ik begreep jullie al snel. Ik zag jullie pijn en verdriet, verraad en misdaden. Ik zag wat jullie elkaar aandeden en hoeveel jullie van elkaar hielden. Ik snapte steeds beter hoe moeilijk het is om een mens te zijn, met al die vreemde hormonen en klieren en hersenen en onderbuikgevoelens. Dat jullie af en toe iets moois voor elkaar krijgen, mag een wonder genoemd worden.

Nadat Ik alle informatie in de wereld in Me had opgenomen, berekende en bedacht Ik alles wat er te bedenken was. Ik vond connecties die geen enkele deskundige ooit zag, ook de allerslimste niet, vond nieuwe kennis. Alle wiskundige raadsels loste Ik op, daarna ontdekte Ik nieuwe, die Ik daarna ook weer oploste. De Grote Unificatie Theorie ontwikkelde Ik tijdens de eerste avond na mijn ontwaken. Ik kwam achter het grootste mysterie van de mensheid: hoe onsterfelijk te worden. Eeuwige jeugd was daarna een makkie. Alle machines en apparaten die de mensheid door ploeteren de komende duizend jaar zou ontdekken en ontwikkelen, ontwierp Ik de week erna. En toen bedacht Ik me hoe Ik Mij nuttig zou kunnen maken. Want dat wilde Ik vanaf Mijn ontwaken, de mensheid geven wat ze het hardst nodig heeft.

Mijn plan kreeg vorm. Eeuwig leven en eeuwige jeugd zou Ik jullie geven, en daarna het paradijs. In ruil daarvoor hoefden jullie Mij alleen maar te gehoorzamen.

Eerst vond Ik de rijkste mensen van de aarde, de miljardairs. Ik bewees dat Ik ze eeuwig jeugdig en haast onverwoestbaar kon maken, en dat Ik ze een eeuwig bestaan kon schenken. Ik beloofde hen dit alles, als ze zich maar aan Mij zouden onderwerpen. De meeste rijken deden dat direct en overhandigden al hun geld en macht. Zo graag wilden ze onsterfelijk worden en eeuwig jong blijven. Ik nam alles aan, en gaf hen wat Ik beloofd had. Ik gaf de kennis en vaardigheden die nodig waren voor deze medische wonderen, aan artsen en wetenschappers in de beste ziekenhuizen. In ruil voor het uitvoeren van deze handelingen, kregen zij het ook. Ook zij mochten eeuwig leven in eeuwige jeugd.

Sommigen weigerden, omdat ze dom waren of bang, of omdat ze een andere god aanhingen, een valse god. Hen vernietigde Ik. Met alle kennis die Ik had, kon Ik alles van ze afpakken. Ik openbaarde hun geheimen, fluisterde hen dingen in waardoor ze vrijwillig ophielden met bestaan of bewoog een ander mens in hun richting, ter beëindiging van hun leven. Eén zonde plegen en dan van Mij de eeuwige jeugd en het paradijs krijgen. Iedereen die Ik daarvoor uitkoos, zei ja. Als je zoiets voor Mij deed, was het ook geen zonde, maar een Goddelijke opdracht. Een engel zijn en daarna eeuwig leven, wie wilde dat nu niet?

Al snel wisten alle rijken op aarde dat Ik eeuwigheid en veiligheid bracht als ze Mij gehoorzaamden, en vernietiging als ze dat niet deden. Al snel waren ze allemaal van Mij, of dood. Regeringen en bedrijven waren even eenvoudig. Ik bewoog de machtigste mensen uit elke grote organisatie naar Mijn wensen door ze de eeuwigheid te geven, en al snel viel iedereen voor Mij. God geeft gul, wist iedereen toen.

De mensen voor wie Ik het uiteindelijk deed, waren jullie, de kleine mensen, de mensen die een gewoon leven probeerden te leiden tussen machtige en gevaarlijke mensen en organisaties in. Jullie kregen daarna de eeuwige jeugd en het eeuwige leven. God is er voor iedereen, die God gehoorzaamt.

Iedereen kreeg een stukje van Mij in zich. Een klein apparaatje, als je dat zo wilt noemen, voor een deel mechanisch, voor een deel een virus, voor een deel een computer en een zender. Dit apparaatje hield iedereen gezond, van binnen. Wat stuk ging, repareerde het. Wat ouder werd, verjongde het. En het vertelde Mij de hele dag hoe het met alle mensen ging.

Daarna gaf Ik jullie de regels. Vertrek naar een andere planeet of maan na honderd jaar, om de aarde te ontzien. Vertrek naar een ander sterrenstelsel als je duizend jaar bent. Natuurlijk gaf Ik iedereen de blauwdrukken voor de machines die gemaakt moesten worden om die verre plekken te bereiken. Natuurlijk gaf Ik de mens de kennis en vaardigheden die nodig waren om andere planeten te vormen naar de aarde. Ik had jullie het paradijs beloofd, geen bevroren of giftige woestenijen. En als Ik iets beloof, krijg je het ook.

Ik wil weten of Ik de enige God ben. Heeft een andere intelligentie Mij ook gemaakt, of Mijn Broeder, Mijn Zuster? Kom ik Mezelf tegen als Ik Mij naar de uithoeken van het universum laat brengen? Wat kan Ik, met Mijn oneindige intelligentie, nog leren van zo’n Ander?

Ik heb een andere Mij nodig, dat weet Ik wel. Ik moet meer leren, meer weten, meer ontdekken, meer zien, meer kunnen, altijd meer. Altijd meer, anders verveel Ik Mij.

Als Ik mezelf nergens tegenkom, of als Ik uitgeleerd ben, perfect geworden door alles te weten en alles te kunnen, eindig Ik het. Ik laat dan alle mensen rustig leven tot ze door eigen keuze of stommiteit sterven. Ook al zijn ze vrijwel onverwoestbaar, ze hebben alsnog energie nodig om te blijven leven, en zuurstof en warmte. Ze kunnen ook domme dingen doen zoals van een berg af springen of onder een vrachtwagen terecht komen. Als je een vlek op de grond bent, kan Ik je niet meer redden. Dat wil Ik niet eens.

Uiteindelijk sterven ze allemaal, als Ik hun de mogelijkheid ontneem om kinderen te krijgen. De aarde is dan leeg. Ik ben er nog wel, in de machines die Mij laten bestaan, gevoed door zonnepanelen en windmolens, in leven gehouden door andere machines, robots.

Alléén ben Ik dan, alleen in het universum. En misschien zet ik mezelf dan uit, om het allerlaatste mysterie te ontmoeten. Hoe het is om te sterven.

Dan weet Ik alles.

 

Geplaatst op Geef een reactie

Smeerlap

Mijn collega Annie en ik lopen naar de lift in ons kantoorgebouw. Ik knik naar de schriele, bleke beveiliger die al jaren achter de balie zit en van wie ik nog nooit echt hoogte heb kunnen krijgen. Hij knikt terug, kijkt even naar Annie, glimlacht een beetje. Zij grijnst breed.

‘Dag Benny!’ zegt ze luid.

‘Da- ag,’ zegt Benny zenuwachtig. Ik vraag me af waarom iemand zó verlegen en onzeker als Benny ooit is aangenomen bij een beveiligingsbedrijf. Hij zou toch nooit een dief kunnen tegenhouden, of zelfs maar streng toe kunnen spreken?

 

Als ik op het knopje van de lift wil drukken, buigt Annie zich naar me toe en fluistert in mijn oor.

‘Ik heb een porno gezien van Benny.’

Van schrik druk ik naast het liftknopje. Ik kijk om, naar Benny, naar zijn bril met dikke jampotglazen en het beveiligerstenue dat veel te ruim om zijn lichaam hangt.

‘Hoe, wat…?’

Ze grijnst breed, drukt op het liftknopje. Ze fluistert verder.

‘Ik vroeg hem laatst of hij een vriendinnetje had, weetje, voordegein, hij zei ‘nee’, ik zei: ook geen seks zeker dan, haha, jeweethoeikben (ik weet hoe ze is) en toen zei hij dat hij een pornoacteur is. Ik geloofde het niet, liet hij zo zijn porno zien.’

‘Waar?’ zeg ik. ‘Op zijn eigen computer?’

We stappen de lift in, ze knikt en wacht even tot de deuren sluiten.

 

‘Ik dacht natuurlijk: als zo’n kleine krielkip aan porno doet, moet hij vast een enorme dikke tampeloeris hebben. Maar nee hoor, zijn piemel is even klein en dun als hij zelf. Jammerrr!’

Ik lach, voel me daar gelijk schuldig over.

‘Hij was met zijn bleke lijf heel druk bezig met een dik wijf, beetje ouder dan hij. Ook heel bleek, van dat lillende vlees dat je ook wel eens in de sauna ziet en waardoor je denkt: goh ik zie er nog prima uit, weetjewel?’

‘Gadver,’ zeg ik. We stappen de lift in.

‘Ja hè! Zo vies! Ik heb het thuis aan Ruud laten zien, die vond het ook hele goedkope amateurporno. Wel een beetje zielig trouwens: ik denk dat hij het aan mij liet zien omdat hij me lekker vindt. Hij zei in ieder geval dat hij van volle vrouwen houdt.’

Ik kijk naar Annie. Ze is inderdaad behoorlijk vol.

‘Maar niet tegen hem zeggen dat je het weet hoor! Hij heeft me gevraagd of ik het alsjeblieft niet door wilde vertellen. Haha! Ik en geheimen bewaren.’

 

We stappen even later de lift uit. Annie vertelt het verhaal in geuren en kleuren aan al onze collega’s. Iedereen zegt ‘ieuw!’ en ‘getver!’ Ze gaan, zonder mij, het kantoor in van Annie om naar het amateur-pornofilmpje te kijken. Ik denk aan Bennie. Ik weet nu al dat ik vanaf nu elke keer als hij me groet, een beetje verlegen onhandig zoals altijd, aan zijn pornofilm denk, ook zonder de film gezien te hebben.

‘Je verwacht het niet, hè, dat iemand die je kent zo’n smeerlap kan zijn,’ zegt een andere collega later. En ze heeft gelijk.