‘Ik heb het er uitgebreid over gehad met mijn familie en met mijn vrienden,’ zegt ze. ‘En ik heb besloten dat het beter is als we niet meer afspreken alleen, met zijn tweeën bedoel ik. Wel als er andere mensen bij zijn.’

Ik kijk haar aan, verbaasd. We waren bevriend aan het raken, dacht ik. We kennen elkaar via het werk, vonden elkaar in een liefde voor de sprookjes van Godfried Bomans en spraken regelmatig af. Ik was zelfs op bezoek geweest bij haar kerk, een soort geloof dat tussen Christelijk en Joods in leek te hangen. Een oom van haar vroeg mij daar nog:

‘Zo, heb je een moslim binnengebracht om te bekeren? HAHAHAHAHA!’

‘Waarom dan?’

Ze denkt na.

‘Ik, eh… Jij hebt een vriendin. En ik ben single. En ik heb het er over gehad en iedereen vond dat het niet zo gepast was als we met zijn tweetjes afspreken. Als we bijvoorbeeld samen op mijn kamer zitten enzo.’

Ik knik alsof ik het begrijp, maar ik begrijp het niet. Denken die vrienden en familie van haar nou dat ik haar meteen bespring als we alleen zijn? Of dat ze mij bespringt? Een man en een vrouw kunnen toch ook gewoon bevriend zijn? Ineens verdwijnt bij mij de zin om nog met haar af te spreken. Ik vind het stom dat haar omgeving haar hiertoe dwingt, en ik vind het stom dat ze zich laat dwingen. Waarom kan ze niet zelf uitmaken wat ze doet en met wie?

Ik verbreek het contact niet, maar bel haar ook niet meer. Zij belt ook niet. We verdwijnen voor elkaar.

Later raak ik bevriend met moslimmeisjes die met dezelfde sociale regels te maken hebben en begrijp ik haar beter.