Geplaatst op Geef een reactie

Exit gesprek

Dua Lipa is aan het zingen, mijn zoontje kijkt naar het scherm, is even stil.

‘Het is heel erg mooi,’ zegt hij.

‘Is het mooi hoe ze zingt, of is zij zelf mooi?’ vraag ik.

‘Ze zingt heel erg mooi,’ zegt hij.

‘Is zij ook mooi?’ vraag ik. Ik ben benieuwd of hij dezelfde smaak heeft als ik.

‘Ik verlaat dit gesprek,’ zegt hij.

 

Geplaatst op Geef een reactie

Afscheid

‘Ik hou niet meer van je,’ zegt ze en ze huilt. Dikke tranen biggelen over haar wangen. Het doet me een beetje zeer.

Gelukkig is ze pas drie en denkt ze er snel weer anders over.

Geplaatst op Geef een reactie

Oorlogsdans

Mijn dochter van veertien maanden kijkt naar de reus van twee jaar die naast haar is komen staan bij de deur van het speelhuisje. Hij kijkt terug, duwt haar dan. Ze valt op haar bips. Dan trekt hij nog even aan haar haar. Ze kijkt vragend naar ons, met een beginnend huil-lipje. Ik kijk naar mijn zoontje van vier die iets verderop alles al had gadegeslagen.

‘Ga jij je zusje eens even helpen?’ zeg ik tegen hem. Hij stapt van zijn speelauto en loopt vastberaden op ze af.

Mijn zoontje gaat tussen zijn zusje en het jongetje staan, steekt een waarschuwend vingertje op, zegt iets tegen het ventje. Die kijkt hem verbaasd aan, zegt iets terug en doet dan een stapje opzij. Mijn zoontje stapt mee, zodat hij tussen het ventje en zijn zusje blijft staan. Ik merk dat zijn schouders gebogen zijn, zijn lichaam gespannen, hij kijkt het jongetje doordringend aan. Het verbaasd kijkende ventje doet weer een stap en nog eentje, mijn zoon blijft meelopen. Zijn zusje kijkt met grote ogen naar de oorlogsdans die zich voor haar afspeelt. Dan draait het jongetje zich om en kruipt het speelhuisje in.

‘Kom maar mee,’ zegt grote broer tegen zijn zusje en hij pakt haar hand beet. Ze staat op en samen lopen ze naar het hobbelpaard waar ze blij op gaat zitten. Hij loopt naar me toe.

‘Dat jongetje gaf haar een duw en trekte aan haar haar!’

‘Trok hij aan haar haar?’ zeg ik. ‘Dat is ook niet aardig.’

‘Ja en toen zei ik, je mag haar niet meer duwen hoor, en toen zei hij ‘nee!’ Hij had ja moeten zeggen!’

Ik heb geen idee hoe ik moet uitleggen dat de formulering van zijn opmerking bij een jongetje van twee de mogelijkheid gaf om zowel met ‘ja’ als ‘nee’ te antwoorden, dus ik aai hem maar over zijn krullen.

‘Je bent een goede broer,’ zeg ik. Hij glimlacht.

Geplaatst op Geef een reactie

Billen Likken

‘Oh shit,’ zegt mijn zoontje.

Wij kijken elkaar aan, mijn vriendin zucht. ‘Die heeft hij van mij,’ zegt ze.

‘Jij moet even je mond houden!’ zegt mijn zoontje met een boze stem tegen zijn zusje. Zijn zusje lacht kirrend.

‘Dat heeft hij van mij,’ geef ik toe.

‘Lekker met je dikke billen…lalalaaah, je moet die dikke billen likken!’ zegt mijn zoontje tijdens het spelen.

We kijken elkaar verbaasd aan.

‘Dat moet hij van een klasgenootje hebben geleerd,’ zegt mijn vriendin dan. We glimlachen en zijn opgelucht. Sinds hij op school zit en bij vriendjes speelt, hoeven we ons niet meer over al zijn stoute uitspraken schuldig te voelen.

Geplaatst op Geef een reactie

Blok

Met mijn tenen pak ik het Duploblokje beet. Ik kijk naar de plastic bak waar het in moet. Mijn vriendin staat in de weg.

‘Ga eens aan de kant schat?’ zeg ik tegen haar. Ze doet een stap opzij en ik werp het blokje met een mooie boog in de speelgoedkist.

‘Yeah, bitches,’ zeg ik zachtjes. Ik ben heel erg tevreden met mezelf. Dan pak ik een volgend Duploblokje met mijn tenen beet. Mijn zoontje, die er vlak naast aan het spelen is, staat op en duwt zijn moeder aan de kant.

‘Aan de kant mama! Papa gaat weer met bitches gooien!’

Geplaatst op Geef een reactie

Wollig

Geen van de werken is van de genoemde leerling. En hij heet ook geen Mohammed natuurlijk.

‘Meester, ik vond verf maken heel erg stom,’ zegt Mohammed. Hij heeft de hele les moeilijk gedaan, rommel gemaakt en andere leerlingen afgeleid. Zijn schilderij, die hij met heel veel gepruttel en gezucht af maakte, is één grote boze kliederboel van zwart en donkerblauw.

‘Wat vond jij dan wel een leuke les?’ vraag ik.

‘Nou, dat weven bijvoorbeeld. Dat vond ik heel leuk.’

Toen ik de klas leerde weven op een weefraam van karton, met breiwol, begon hij ook lastig.  Na een kleine crisis (alles loshalen en opnieuw beginnen) werd hij zó enthousiast dat hij zelfs in de pauze doorging met weven. Even nadenken. Wat zou de hele klas leuk vinden, inclusief Mohammed. Iets spannends, een beetje gevaarlijk?

‘Vuur maken doen we pas de laatste les,’ zeg ik.

‘Neehee,’ zegt hij. ‘Vind ik ook niet leuk.’ Dan zucht hij diep, denkt na.

‘Ik weet het meester! Leert u ons alsjeblieft, alsjeblieft breien? Dat zou ik heel graag willen!’

Dan moet ik hem vertellen dat ik zelf niet kan breien, en dat ik dat dus ook niet kan uitleggen. Hij is diep teleurgesteld.

Nu is het bijna twaalf uur, mijn vriendin ligt al in bed en ik zit achter de computer, met drie tabbladen met informatie over breien en zes YouTube filmpjes over hetzelfde onderwerp. Allemaal om Mohammed te leren breien.

Geplaatst op Geef een reactie

Dikke Piemel

‘Lesgeven aan groep 1 en 2 is echt anders,’ zeg ik tegen de juf die morgen voor mijn organisatie gaat invallen op een school in Oud West. Ik sta in de tuin, omdat ik binnen slecht bereik heb. Het regent een heel klein beetje.

‘Die kleintjes luisteren zeker niet altijd meteen, zitten vaak te wiebelen op hun stoel of laten zich er vanaf glijden, wat ze dan natuurlijk hilarisch vinden.’

Mijn zoontje van vier is binnen met zijn zusje en moeder. Hij zwaait naar me, ik zwaai terug en kijk dan de andere kant op omdat ik niet afgeleid wil worden tijdens het gesprek.

‘Vandaag was ik bij jouw collega, die ook groep 1 en 2 heeft. Net toen ze de kinderen stil wilde krijgen riep een van de jongetjes keihard: ‘Ik heb een dikke piemel!’

Dan realiseer ik me dat mijn zoontje de deur heeft opengedaan, vlak voordat de laatste twee woorden mijn mond verlieten. Ik draai me om. Hij heeft zijn ogen wijd opengesperd, en langzaam verspreid zich een enorme glimlach over zijn gezicht.

‘Dikke piemel!’ roept hij. ‘Mama, mama, papa zegt: dikke piemel!’

Hij begint keihard te lachen, houdt dan even zijn hand voor zijn mond, lacht dan weer verder.

‘Even wachten,’ zeg ik tegen de juf. ‘Mijn zoontje hoorde wat ik zei.’

Ze lacht.

Ik doe de deur dicht. Door het raam zie ik dat hij nog steeds keihard lacht. Mijn vriendin lacht ook.

 

Als ik hem in bed leg, vraag ik of hij een leuke dag heeft gehad.

‘Papa zei piemel!’ zegt hij en weer lacht hij hard.

Geplaatst op Geef een reactie

Stik

Speels grijp ik het grappig ondeugende jongetje bij zijn strot, en ik doe alsof ik hem wurg. Hij speelt het vrolijk mee. Dan kijkt hij naar buiten, ik kijk mee.

‘Dat is mijn vader,’ zegt hij over de man die langs het raam van het schoollokaal loopt.

Ik verstijf, heb nog steeds mijn handen om zijn nekje. Het jongetje zwaait naar zijn vader, de vader lacht breed en zwaait terug. Ik glimlach, een beetje ongemakkelijk. Pas als de vader uit het zicht is, haal ik mijn handen weg.

Geplaatst op Geef een reactie

Gebroken

Het meisje haalt haar hand weg en ik kan zien wat ze geschreven heeft midden in het grote rode hart. ‘Je bent de allerbeste meester!’ staat er. Ik schrik er een beetje van, denk dan dat het niet voor mij bedoeld kan zijn. Ze kijkt om en lacht naar me.

‘Voor u meester!’ zegt ze vrolijk.

‘Wauw!’ zeg ik.

Ze tekent verder.

‘Ik moet hem nog wel even afmaken,’ zegt ze dan. Ik kijk nu al uit naar het moment dat ik de tekening overhandigt krijg, later vandaag.

 

Na de middagpauze loop ik weer langs haar tafeltje en en kijk naar de tekening.

‘Meester’ is doorgekrast. ‘Vriendin’ staat er nu. Ze ziet me kijken.

‘Ik heb het nu voor mijn beste vriendin gemaakt,’ zegt ze nonchalant.

‘Okay,’ zeg ik, meer niet.

 

De dag erna huppelt een andere leerlinge op een andere school langs me tijdens de pauze.

‘U bent net zo leuk als Mees Kees!’ roept ze.

‘Jaja,’ denk ik.

Geplaatst op Geef een reactie

Nat gaan

Mijn vriendin straalt bij de gedachte aan het verhaal dat ze gaat vertellen over ons zoontje van 4. Ze speelt het gesprekje na dat ze met hem had eerder vandaag.
‘Wat heb je op school gedaan?’ vroeg ik.
‘De juf en ik zijn in de sloot gesprongen, samen,’ zei hij.
‘Je gaat toch niet zo maar in de sloot springen?’ zei ik toen, en toen zei hij:
‘Nee hoor, juf en ik hadden eerst al onze kleren uitgedaan.’
‘Grappig hè!’ zegt ze. ‘Toen we naar huis fietsten, zei hij halverwege: Daar mama, in die sloot waren we gesprongen, de juf en ik. Waar dat ventje dat toch allemaal vandaan haalt?’

Ik vraag me af: was het de juf van 22 of de juf van boven de 50, die bloot met mijn zoontje in het water sprong? Meteen schaam ik me. Het was een verzonnen verhaal, en dit is niet relevant. Ik probeer de gedachte weg te lachen.
‘Ja, waar haalt hij het allemaal vandaan,’ zeg ik.
‘Hij heeft echt jouw fantasie,’ zegt ze en ik dan lach ik echt.

Geplaatst op Geef een reactie

Spoef

Het gekookte ei ontsnapt aan de vingers van mijn tweejarige zoontje en rolt van tafel, zo op de grond.

‘Kuh!’ zegt hij hartgrondig.

De oude heer die met mijn vriendin aan het praten is, hoort het niet. Mijn vriendin en ik wel.

Sinds die tijd schelden we met het woord: ‘Spoef!

Meestal dan.

Geplaatst op Geef een reactie

Taartje

‘Kijk papa, een taartje! Voor jou,’ zegt het vierjarige meisje tegen haar vader die net komt aanfietsen in de speeltuin. Hij stapt af, geeft haar een kus en kijkt bewonderend naar het zandtaartje.

Dan wijst ze naar een andere zandvorm op de betonnen rand van de zandbak.

‘Dit is een glutenvrije cake.’

Haar moeder klapt opgewonden in haar handen.

‘Die is voor mij zeker?’ En haar dochter knikt, trots.

Geplaatst op Geef een reactie

Veilig

Een grote man in een net pak haalt gehaast andere fietsers in op een druk kruispunt.

‘Zit je er nog?’ roept hij naar achter, zonder om te kijken.

‘Ja hoor!’ roept het meisje van drie met de roze schoentjes vrolijk. Ze houdt de bagagedrager, waar ze op zit zonder riempjes of stoeltje, zo stevig mogelijk vast.

Geplaatst op Geef een reactie

Geworpen

Ik heb een stuiver in mijn hand. Zo meteen komt hij, en ik heb hem al heel lang niet gezien, al een paar jaar niet. En ik weet niet hoe ik hem moet noemen.

We zijn al een tijd geleden verhuisd naar dit kleine dorp. Daarvoor ging ik al niet zo vaak bij hem langs, in de hoge flat met de glazen muur tussen de woonkamer en de keuken. Wij waren in het oude huis met de kleine kamers gebleven. Ik kreeg playmobiel toen ik in de flat op bezoek kwam, dat weet ik nog, maar wist niet wat ik daar moest doen toen ik het doosje eenmaal open had.

Kop is ‘papa’ en munt is ‘zijn-naam’, beslis ik.

Er kwam een andere man bij ons wonen, en die zei dat hij wel vader wilde zijn. Soms noemde ik hem al papa, per ongeluk. Steeds vaker, eigenlijk. En nu komt de man langs tegen wie ik vroeger altijd papa zei. Ik weet niet wie ik vandaag zo moet noemen. Allebei, dat kan niet natuurlijk, dat zou heel raar zijn. Maar geen van beide, dat is ook heel erg raar. En misschien zijn ze dan beledigd!

Ik gooi de munt.

Wat ik gooide weet ik niet meer, maar wel dat ik meteen besloot om me er niet aan te houden.

Geplaatst op Geef een reactie

De Eerlijke Dief

‘Deze doos met Lego ga ik zometeen stelen’, zeg ik tegen de manager van de V&D die ik heb laten halen door de beveiliger. De beveiliger doet meteen een stap naar links om de route naar de draaideur te blokkeren, en doet zijn armen over elkaar. De manager kijkt niet-begrijpend van de doos met de lego-politieset naar mij.

‘De zoon van mijn vrouw is jarig. En we hebben geen geld.’

Nu zucht de manager, kijkt even weg.

‘We zijn freelancers. Er komt wel geld aan hoor, waarschijnlijk volgende week al! Maar morgen is hij al jarig.’

‘Als we hier aan beginnen meneer…,’ zegt de manager.

‘Ik kom natuurlijk betalen, later’ zeg ik. Ik geef de manager mijn paspoort.

‘Dan weet u wie ik ben, en weet u zeker dat ik terug kom,’ zeg ik.

De manager schudt zijn hoofd.

‘Dan moet ik hem stelen,’ zeg ik.

‘Dan bellen wij de politie,’ zegt de manager.

‘Zit ik in de cel, als die kleine jarig is, heeft hij geen cadeautje, en geen vader.’

‘Uw probleem, meneer,’ zegt de manager.

Ik denk even na.

‘U weet niet wanneer ik deze doos ga stelen. Misschien nu, misschien over drie uur. Blijft hij al die tijd naar mij kijken?’ Ik kijk naar de beveiliger. Hij ziet eruit alsof hij rustig duizend jaar naar een bakstenen muur kan kijken.

‘Dat is zijn probleem, niet de mijne’ zegt de manager. Hij geeft mijn paspoort aan de beveiliger, gebaart dat hij mij de winkel uit moet zetten.

De beveiliger kijkt even naar de manager, lijkt ergens over te twijfelen, doet dan een stap mijn kant op. Zijn ene hand legt hij op mijn schouder, zijn andere hand pakt de politieset af en legt het netjes in het schap terug, bij de andere politieauto’s.

We staan buiten. Ik kijk naar het stuk inpakpapier dat de beveiliger heeft afgescheurd van de rol die bij de inpakbalie hangt. Hij geeft het aan me.

‘Neem de streepjescode van de doos mee als je komt betalen,’ zegt hij. Ik bloos.

‘Hoe wist je het?’ zeg ik.

Hij klopt op mijn rug, waar een lego-brandweerauto verstopt zit, onder mijn jas.

‘Alles was net gespiegeld meneer. Er misten een politie-auto èn een brandweerauto.’

Ik wil zijn hand schudden, hij weigert het.

‘En als je niet komt betalen, zoek ik je op, en krijg je een pak slaag,’ zegt hij.

Ik knik.

Lijkt me wel zo eerlijk.

Geplaatst op Geef een reactie

Ruilen

Ik laat de kapotte boodschappentas op de grond vallen, zet mijn schreeuwende peuter op de kassabalie. De meisjes van de Blokker die met elkaar aan het kletsen waren, kijken ons aan.

‘Ik kom hem ruilen,’ zeg ik, ‘hij luistert niet.’

De kleine is stil geworden van de aandacht.

‘Nou meneer, dat kan hoor,’ zegt het ene meisje, giechelig, ‘wat wilt u dan meenemen?’

‘Maakt mij niet uit’, zeg ik, ‘wat jullie ervoor willen geven.’

‘Nou,’ zegt het andere meisje, ‘U mag mij wel meenemen naar huis.’

Even ben ik stil.

‘Uhm,’ zeg ik.

Dan besluit ik toch alleen maar een stevige boodschappentas te kopen.