Bijna thuis van de beste vakantie ooit! Ik ga morgen op school aan iedereen vertellen wat ik allemaal heb gedaan. Maar eerst aan papa vertellen natuurlijk. Die zit nu vast al met limonade op ons te wachten. Misschien heeft hij wel koekjes! Daar heb ik echt superveel trek in. We rijden langzaam de straat in. Mama zoekt een goede plek om te parkeren, het liefst dicht bij huis. ‘Dan hoeven papa en ik niet alles de hele straat door te slepen,’ zei ze. Best wel logisch!

Morgen moet ik al weer naar school, en we gingen op vakantie toen de school net drie dagen voorbij was. Bijna zes weken weg! Alleen maar buiten spelen, zwemmen, naar de ruïne met mijn vrienden uit het dorp. We hebben schatten gevonden en een vogeltje gered, kikkers laten racen (die van mij won twee keer achter elkaar, echt waar). Mijn zusjes hebben een heel erg groot huis gemaakt in de tuin voor de Barbies. Ik heb ze geholpen met het sjouwen van mooie stenen voor de muren, want die waren zwaar. Dat vond mama zo lief van me, dat ik die avond mocht vertellen wat we gingen eten. Friet dus! Dat was superlekker.

Gek om morgen weer in de klas te zijn. Maar heel erg gaaf dat ik morgen de allerbeste verhalen heb van iedereen. De juf vraagt het altijd na een vakantie. ‘Wie heeft er een leuk verhaal? Wie heeft er iets spannends meegemaakt?’ En ik ben natuurlijk een keer met de jongens in de ruïne blijven slapen in de nacht. Het was echt heel donker maar we hadden een kampvuur. We hebben een paar spoken gehoord en ook eentje gezien, maar we waren helemaal niet bang! En ik ben van de hoge rots afgesprongen in de zee. Niet de hoge hoge rots, maar de bijna net zo hoge.

Mama zegt ‘Poep!’ Ze botst een beetje met de auto tegen de stoep op. Mijn jongste zusje wordt er wakker van, wrijft in haar ogen. Het was wel jammer dat papa in Nederland moest blijven. Maar ja, hij kon niet zomaar zo lang weg van zijn werk. ‘Een eigen baas heeft nooit vakantie,’ zegt papa altijd. Nou, dan wil ik nooit eigen baas worden.

De auto staat. Ik doe gelijk al mijn riem los en spring uit de auto. Ik heb zelf de sleutel van het huis, dus ik ga papa halen! ‘Help even met je zusjes!’ roept mama maar ik ren verder. Ik ga papa halen en dan terug, dan help ik wel met de zusjes. Ik heb echt zin om hem te zien, mijn stoere sterke papa! Hij is echt de allersterkste en liefste papa van de hele wereld.

Ik klim de trap op naar de voordeur. Doe de deur open.

‘Papa!’ roep ik als ik in het trappenhuis ben. ‘Papa!’ Ik hoor niks. Misschien hoort hij me niet, of misschien ligt hij op de bank te slapen. Hij werkt vaak in de nacht, dus dan is hij heel moe overdag en moet hij een tukje doen. Ik ren de trap op naar onze eigen voordeur en doe open.

Er stinkt iets. Er stinkt iets heel erg. Ik ruik poep. Misschien is het toilet stuk. Of er ligt weer een dode muis achter de koelkast, in het bakje water te rotten en te stinken! Dat was vies zeg. Ik knijp mijn neus dicht en loop naar de woonkamer om papa wakker te maken.

Papa ligt op de bank. Papa is vies. Helemaal vies, en zijn mond staat open, hij heeft bruin gespuugd. Zijn ogen zijn open maar als ik met mijn hand voor zijn gezicht waai, ziet hij me niet. En zijn broek is nat en stinkt naar poep. En zijn buik is vies en bruin en zijn trui is vies en kapot. Iemand heeft zijn trui kapot gemaakt. Heeft papa zelf zijn trui kapot gemaakt? Waarom ligt papa zo stil? Voorzichtig raak ik hem aan maar hij is koud en beweegt niet. De bank is ook vies. Overal zit plakkerig bruin spul. Het lijkt wel bruin als de korsten op mijn knieën van toen ik viel in de ruïne en me heel erg pijn deed. Ik raak weer papa aan, maar hij is echt heel koud en als ik aan hem trek, beweegt hij ook niet. Ik vind zijn open mond en open ogen heel eng. Alsof hij wakker is maar hij is niet wakker.

Ik hoor dat mama de trap op komt. Ze roept me maar ik versta haar niet, ook al weet ik dat ze mijn naam noemt.

Dan schrik ik. Is papa dood?

Mama komt binnen. Mama gilt.

En dan denk ik: wat moet ik nou morgen op school vertellen? Als de juf me vraagt hoe de vakantie was? Dit was toch de allerbeste vakantie ooit?

Mama pakt me beet en huilt heel hard, mijn zusjes huilen ook hard omdat mama huilt. Maar ik kan niet huilen. Wat moet ik morgen nou vertellen op school? Ik weet het niet, ik weet het echt niet. Dan huil ik toch ook.