‘Soms vergeet mijn vader dat hij eigenlijk niet meer met me praat,’ zegt ze. ‘Dan reageert hij spontaan op iets wat ik zeg of moet hij lachen als ik een grappig verhaal vertel aan mijn zusjes. Op zo’n moment ben ik even héél gelukkig, heb ik hoop dat we weer gewoon kunnen praten zoals vroeger. Maar mijn vader schrikt dan altijd van zichzelf, zwijgt meteen en kijkt weg.’

‘Had je maar met de zoon van zijn beste vriend moeten trouwen, zeven jaar geleden,’ zeg ik. Ze glimlacht, maar is dan meteen weer serieus.

‘Misschien lag het ook een beetje aan mij. Ik had eerder moeten zeggen dat ik niet van die jongen hield. Maar ik wilde zo graag mijn vader blij maken dat ik heel lang gewoon hoopte dat ik ineens verliefd zou worden. Daarom was mijn vader boos, omdat ik die arme jongen en zijn vader en mijn vader zo lang aan het lijntje had gehouden.’

‘Nou…’ begin ik.

‘Maar weet je wat nou gek is? Als mijn vader weer eens een paar maanden in Marokko zit, mis ik hem veel minder dan wanneer hij thuis is. Vind je dat niet vreemd? Dat ik hem minder mis als hij verder weg is?’

‘Nee,’ zeg ik, ‘dat is niet vreemd. Als ik mijn vader zie, dan voel ik juist dat ik een vader heb gemist de afgelopen jaren. Als ik hem niet zie, heb ik nergens last van.’

‘Oh ja,’ zegt ze en ze lacht, ‘jij hebt natuurlijk net zo’n rare familie als ik.’