Ze zet haar leesbril op, pakt het papiertje voor de boodschappen, legt het op een boek op het dikke tafelkleed en pakt de zilveren pen. Ze schrijft. ALDI: 10 pakken met zes flesjes water, 1 pak wc papier en 1 rol vuilniszakken. Een dikke streep eronder. De AH lijst. Aardappels; 1 kilo, twee koteletjes; 100-120 gram per stuk, niet te groot anders krijgen ze het niet op. Groenten. Wat voor groenten gaan ze eten.
‘Wat wil je eten vanavond?’ vraagt ze aan hem. Hij kijkt op van zijn krant.
‘Hè?!’ Hij hoort niet zo goed.
‘Waar heb je trek in?’
Hij haalt zijn schouders op, pakt de loep weer goed beet en leest verder. Zij legt het briefje neer.
‘Heb je misschien trek in spinazie?’
Hij reageert niet.
‘Of wil je misschien spruiten? Is lekker bij de koteletjes. We hebben nog jus van de rollade.’
‘Maakt niet uit,’ zegt hij.
‘Spinazie of spruitjes Wim, wat wil je.’
‘Maakt me echt niet uit,’ zegt hij nogmaals.
‘Je kan toch wel een beslissing nemen…’
‘Maakt me niet uit!’
‘Waarom kies je nou niet gewoon? Dat is toch niet zo moeilijk? Wil je nou spruitjes of spinazie.’
‘Kan me niet bommen!’
‘Neem nou toch eens een beslissing! Wat wil je eten vanavond; spruitjes of spinazie? Héél simpel.’
‘Het kan me godverdomme niet schelen wat we eten!’
Hij gooit zijn loep op tafel, staat moeizaam op, loopt de kamer uit en slaat de deur achter zich dicht.

‘Nou nou,’ zegt ze. Dan denkt ze even na en schrijft op: sperziebonen; 150 gram.