Ik kijk de man achter de bar van het Chinese restaurant aan.

‘Kan ik ergens deze luier kwijt?’ vraag ik. ‘Er zit geen poep in hoor, alleen plas.’

De man knikt, pakt een van de zakjes die op een grote stapel klaar ligt voor de mensen die afhaaleten komen ophalen, biedt het open zakje aan. Ik doe netjes de luier er in. Hij knoopt het zakje dicht en kijkt me serieus aan.

‘Om mee te nemen, meneer?’

Ik ben even in war.

‘Wat? Eh.’

Dan breekt er een grote grijns door op zijn gezicht. En ik lach ook. Met een mooi boogje gooit hij het zakje in de vuilnisbak.

‘Tot ziens meneer,’ zegt hij.