Geplaatst op Geef een reactie

Vlug

De fietser valt half van zijn fiets als hij uit moet wijken voor de taxichauffeur die onverwacht afslaat. Boos stapt hij af.

‘Kan je niet uitkijken!’ roept hij naar de chauffeur.

‘Je fietst gewoon te hard!’ roept de chauffeur terug.

Geplaatst op Geef een reactie

Hints

‘Weet je waar ik echt niks mee kan? Met jongens die vrágen of ze me mogen zoenen. Ik wil gewoon besprongen worden, dat hij mijn kleren van mijn lijf rukt en me naar de slaapkamer sleurt. Lekker mannelijk!’

‘Ik ben dus wel zo’n jongen, die het netjes vraagt wanneer hij een meisje wilt zoenen,’ zeg ik. ‘Al een paar keer gehad dat zo’n meisje dan zei: ‘ja natuurlijk mag je me zoenen!’ Had ik hun hints niet begrepen.’

‘Ja,’ zegt ze, ‘van die jongens die je hints niet begrijpen. Daar word ik helemaal gek van.’

Geplaatst op Geef een reactie

Alles

‘Oma, kan jij alles?’ vraagt mijn zoontje aan zijn grootmoeder.

Ze glimlacht en aait hem over zijn bol.

‘Nee lieve schat,’ zegt ze, ‘jouw oma kan niet alles.’

‘Weet je wie wél alles kan?’ vraagt hij.

‘Nou?’ zegt oma.

‘Papa,’ zegt hij en dan glimlacht ze weer.

Geplaatst op Geef een reactie

Schijt

‘Waarom heb je een plastic handschoen in je jaszak?’ vraag ik aan de bejaarde dame waar ik elke week drie uur ben om zinloos schoon te maken (zinloos omdat ze zelf haar huis beter schoonhoudt dan ik ooit zou kunnen. Ik ben alleen nuttig als ik de ramen lap of stof van de kasten af veeg). Ik raap de handschoen op die is gevallen en stop hem terug in de jas aan de kapstok.

‘Ik hou niet van poep aan mijn handen,’ zegt ze, en ze laat zich met een zucht zakken in haar stoel. Ik ga zitten op de bank, pak mijn kopje met voorgeroerde koffie. Ze ziet dat ik haar niet begrijp.

‘Er was een man die zijn hond liet schijten op de stoep, precies voor mijn voordeur. En dan ruimde hij het niet op! De schoft. Elke dag hè. Dus op een dag pak ik een krukje, en ga beneden zitten achter de deur. En maar wachten en wachten. Toen kwam hij langs, de oude zak, met zijn dikke hond. Is niet goed hoor, dat een hond zo dik wordt, dan geeft hij hem vast verkeerd eten. Maar goed, hij stopt, en dat beest draait een enorme drol precies voor mijn voordeur. Die zak kijkt ernaar, en trekt dan zijn hond gewoon mee! Aan een riem die de keel afknijpt, je weet wel.’

Ik knik.

‘Ik doe dus de deur open. ‘Hé ouwe zak!’ roep ik. ‘Ruim die schijt van je hond op!’

Hij kijkt me aan en roept, zó ordinair, hij roept: ‘Bemoei je met je eigen zaken, kutwijf!’

Ik ontplof bijna! Dus ik stap de stoep op en pak, hoppakee, die dampende drol, loop naar hem toe en wrijf het zó in zijn gezicht en in zijn haar.’

Ik lach, zij lacht ook, smakelijk.

‘Maar ja, toen zat mijn hand vol met poep. Ik heb hem een half uur staan wassen. En mijn ring heb ik uit moeten koken.’ Ze kijkt vol liefde naar de ring die ze van haar vriend heeft gekregen, vlak voordat hij overleed aan ALS, nadat ze hem jaren thuis had verzorgd.

‘En wat deed die man?’ vroeg ik.

‘Hij schrok zich rot en liep zo snel weg als hij kon. Maar hij had er niet van geleerd! Hij heeft nog een keer zijn hond op de stoep laten schijten. Weer precies voor mijn voordeur!’

‘Wat heb je toen gedaan?’

‘Jaha,’ lacht ze, ‘ik weet waar hij woont en waar zijn rode blikken nepautootje altijd geparkeerd staat. Dus ik die drol opgeraapt, ben naar zijn rode Cantaatje gelopen, en toen heb ik heel netjes de voorruit van dat stomme koekblik ingesmeerd, en de sleutelgaten volgepropt.’

‘Vieze handen gekregen?’ vraag ik. Ze glimlacht.

‘Ik had zo’n handschoentje bij me. Die heb ik daarna uitgedaan en netjes bij hem in de brievenbus gegooid. Heb hem nooit meer gezien, met zijn stomme hond.’

‘En nu heb je nog steeds altijd een handschoen bij je,’ zeg ik.

‘Je weet maar nooit,’ zegt ze, ‘je weet maar nooit.’

Geplaatst op Geef een reactie

Hurken

Ik ga op mijn hurken zitten om de schoenen en sokken van mijn zoontje uit te trekken. Hij kan het zelf wel, maar ik zie aan zijn gezicht dat hij erg moe is vanavond en dan help ik hem graag. Hij staart dromerig naar de muur, dan kijkt hij om zich heen. Als hij naar mij kijkt, klaart zijn gezicht op.

‘Wacht eens papa,’ zegt hij. Ik leg zijn tweede schoen ook naast me neer. Hij springt van het bed en gaat op zijn hurken naast me zitten.

‘Kijk!’ zegt hij triomfantelijk, ‘Ik kan óók zo zitten!’

Ik glimlach.

‘Weet je hoe dit heet?’ zeg ik. Hij kijkt me vragend aan.

‘Hurken,’ zeg ik. ‘Hurken.’

Hij moet er gelijk om lachen.

‘Hurken? Haha! Húrken.’

Als hij weer op het bed zit, heeft hij een glimlach op zijn gezicht. Ik ga verder met zijn sokken en realiseer me dat als hij tachtig is, hij het woord ‘hurken’ nog steeds kent, en dat hij het van mij geleerd heeft, op deze plek, in dit huis, vandaag. En dat vind ik een mooie gedachte.

Geplaatst op Geef een reactie

Playboy

‘Piet, Piet!’

Mijn vriendin bonkt op de deur van mijn kamertje in het bejaardentehuis, waar ik pas een paar dagen woon. Ik schrik, had haar totáál nog niet verwacht. De deur zit op slot, gelukkig. Snel doe ik mijn computer uit en dan dicht. Ik haal diep adem en sta op.

‘Piehiet!’

Als ik de deur open doe, valt ze half de kamer in, bos bloemen in haar hand. Natuurlijk, ze neemt een bosje bloemen mee om mijn nieuwe ‘huis’ op te fleuren. Ik haat bloemen. Ik pak de bloemen uit haar hand en doe de deur weer dicht.

‘Waar, wat… Wie is er gevallen Piet?’

‘Wat?‘ zeg ik, maar ik weet al wat er aan de hand is. Ik had tóch de koptelefoon in de doos moeten zoeken.

‘Ik hoorde geschreeuw,’ zegt ze ongerust. Dan kijkt ze naar de muren van mijn kamer. ‘Oh jee, misschien is een van je buren gevallen!’

Ik zucht.

‘Zullen we even bij de buren aankloppen?’

‘Is niet nodig,’ zeg ik.

‘Ja maar, misschien is er iemand gevallen! Ik hoorde net vréselijk geschreeuw! Echt iemand in doodsnood.’

Ze wil de kamer weer verlaten, de gang op in het verzorgingstehuis waar ik sinds vorige week woon en waar ik nog niemand ken. Ik pak haar bij haar pols.

‘Piet!’ zegt ze, ‘Iemand heeft misschien onze hulp nodig!’ Ze trekt haar pols los uit mijn hand. Ik ben natuurlijk niet meer zo sterk als toen ik 70 was. Ik zet een stap zodat ze de deur niet uit kan.

‘Wacht even schat,’ zeg ik tegen haar. Weer zucht ik, maar dan nog dieper. Ze kijkt me aan, begrijpt me niet.

‘Er is niemand in de problemen. Wat je hoorde, eh, tsja.’ Ik kijk naar de computer alsof ze dan begrijpt wat ik bedoel.

‘Wat hoorde ik dan?’ vraag ze aan me.

‘Porno,’ zeg ik. ‘Ik was porno aan het kijken. Ik had mijn koptelefoon op moeten doen, maar…’ ik wijs naar de dichte verhuisdozen die nog tegen de muur staan.

‘Wat?’ zegt ze, ‘kijk jij nog porno? Maar je…’ ze kijkt naar mijn kruis.

‘Nee,’ zeg ik, ‘hij doet het nog steeds niet. Maar soms kijk ik het gewoon. Gewoon. Mannen doen dat weleens.’

Ze kijkt verbaasd van me weg. Toen we een ‘relatie’ kregen, was al snel duidelijk dat we niet meer gingen doen dan handje vasthouden en een kusje geven. Ik krijg hem toch niet meer omhoog en zij wilde niet het risico lopen dat ik van opwinding dood zou gaan in bed. Prima. Als je de negentig bent gepasseerd hoeft dat niet meer zo nodig. En de laatste twintig jaar kan je ineens overal op internet mooie porno vinden! Als ik nú puber was geweest, was ik mijn slaapkamer niet meer uitgekomen.

‘Maar, maar,’ zegt ze.

Ik doe de deur open.

‘Zullen we een kopje koffie gaan drinken in het restaurant?’ zeg ik. Dan herpakt ze zich.

‘Nee,’ zegt ze ferm, ‘komt niks van in.’

Oh jee, vindt ze het echt vervelend van de porno? Is ze boos dat ik naar blote vrouwen kijk?

‘Neenee,’ zegt ze nogmaals, ‘ik zet eerst de bloemen in een vaas. Jij laat ze altijd doodgaan.’

Geplaatst op Geef een reactie

Juf!

De juf met ruim veertig jaar ervaring in Amsterdam West kijkt me aan over haar bril.

‘Hóe spel ik dat?’

Ik leg haar uit hoe je de naam van het meisje moet schrijven. Ze schudt haar hoofd. Vijfentwintig kinderen in de klas, twintig nationaliteiten, hele bijzondere namen.

‘Waarom heet er niemand meer gewoon Achmed,’ verzucht ze, en dan lacht ze.

Geplaatst op Geef een reactie

Tricky

Al drie dagen durf ik het huis niet uit. Ik zit van vroeg tot laat achter mijn laptop. Dat is het enige scherm dat ik nog niet heb gesloopt, na de ‘situaties’ met mijn telefoon en de televisie.

Ik ben niet de enige. Over heel de wereld zijn mensen in de war, omdat ze ineens onmogelijke dingen kunnen. Het zijn niet alleen figuren zoals ik, die met jaren van oefening goed zijn geworden in het beroepsmatig vriendelijk foppen van mensen (hoewel ik ook wel eens mijn vaardigheden inzet voor eigen gewin, of het nou voor geld of voor seks is). Het zijn ook mensen die al jaren claimen bovennatuurlijke krachten te hebben, om daar mensen geld mee af te troggelen. Het is niet niks, als je al heel lang doet alsof je overleden mensen kan spreken, dat je dat ineens ook echt kan. Een flink deel van deze charlatans had de afgelopen dagen zelfmoord gepleegd: teveel klachten van voormalige klanten waarschijnlijk. En wat dacht je van de mensen die doen alsof ze gedachten kunnen lezen? Die hebben ook vaak geen zin meer in het leven als ze erachter komen wat er werkelijk in mensen omgaat.

Toen ik wakker werd drie dagen geleden, voelde ik me al een beetje vreemd, maar ik dacht dat het gewoon een kater was van de avond ervoor. Ik was na een show dronken geworden in een bar tijdens mijn pogingen om een van de gasten te versieren. Ze had dan wel een vriendje, maar meestal maak ik een kans als ik ongemerkt hun telefoon uit hun tas vis, en mijn telefoonnummer in het geheugen achterlaat met de naam ‘Sexieboi’. Meestal moeten ze dan zo hard lachen als ik ze vertel dat mijn nummer in hun telefoon staat en ze zoeken het op, dat ik ze daarmee al half bij me in bed heb.

Maar het was geen kater. Ik werd wakker, voelde me raar, zette koffie (er gebeurde niks bijzonders) pakte een sigaret (er gebeurde niks) stak hem aan (weer gebeurde er niks dat het vermelden waard is) en nam mijn eerste hijs. Heel gewoon, roken. Toen ging ik achter mijn bureau zitten omdat ik een leuk idee had gekregen over een nieuwe truc. Een foto maken van iemand met mijn mobiel en het dan op een vel papier leggen. Als ik de telefoon weg haal: tada! de foto is op het papier geprint. Een variant ervan had ik voor zeshonderd euro gekocht op een beurs voor goochelaars en ik vond dat het tijd was om mijn eigen versie te gaan bedenken, zodat ik de investering terug kon verdienen. Om mijn creativiteit op gang te krijgen, oefende ik de reeks handelingen die nodig was om tot het foto-kopieer moment te komen. Ik maakte een foto van mezelf met mijn telefoon, legde een vel wit papier op tafel, plaatste mijn telefoon op het vel papier, bedacht de hele tijd hoe ik dit zó kon doen dat ik de aandacht van het publiek kon houden waar ik het wilde houden. Toen haalde ik mijn telefoon van het velletje papier.

Ik weet nú hoe jullie je voelen. Ik wist al hoe het er uitziet als jullie kijken naar mijn goocheltrucs. Verbazing en soms zelfs verbijstering. Jullie weten dat ik alleen maar handig ben, dat ik trucjes heb geoefend tot mijn vingers bloedden. Dat ik handige tools en gadgets heb om de meer complexe trucs mogelijk te maken. Maar toch voelen jullie de magie, raken betoverd. Ik vind dat nog leuker dan het geld dat ik er mee verdien, bijna dan (ik moet mijn huur betalen en een fatsoenlijke kamer in Amsterdam is niet goedkoop).

Nu voelde ik me ook zo. Ik was verbijsterd. Mijn mond hing open, letterlijk. Mijn sigaret viel uit mijn mond. En toen gebeurde het tweede onverklaarbare. In een reflex stak in mijn hand uit om de sigaret op te vangen om niet weer een brandgat in de vloer te krijgen, en ‘floeps’. Weg sigaret. In plaats daarvan lag er een euro in mijn hand. Ooit had ik een truc waarbij ik een brandende sigaret liet verdwijnen en in plaats daarvan een euro tevoorschijn liet komen. Maar dit was niet voorbereid. Er zat geen euro in mijn mouw, geen veer om hem eruit te laten schieten. Even dacht ik na, toen pakte ik een tweede sigaret. Ik stak hem op, liet hem vallen, ving hem op. Floep. Weer een euro.

Hoeveel kost een pakje sigaretten? Zes euro? Zitten er twintig in. Veertien euro winst per pakje. Ik grijns. Dit is het eerste positieve nieuws van deze drie dagen.

Ik kijk weer naar de tv. Nou ja, tv, de rand van het ding is nog wel een tv, maar in het midden is een enorme spiegel verschenen. Een andere verrassing. Ik keek alleen maar naar de televisie die uitstond, en bedacht me dat een tv op zo’n moment een spiegel was. Meteen had ik ook een leuke truc in gedachten en een ruwe schets van hoe ik het zou uitvoeren, maar ‘pats’ de tv was een spiegel. Geen idee hoe ik het terug kon toveren. Lekker handig, toveren zonder de macht om iets weer terug te draaien.

Op mijn laptop lees ik verder over de mensen die ineens ècht kunnen toveren. Dat gaat niet altijd goed. Er zijn al meerdere mensen gestorven, of misschien erger nog, compleet verdwenen in kisten of achter deuren. Niemand weet meer waar ze zijn! Er zijn banken leeggeroofd door mensen die muren laten verdwijnen. Eén president van een land is vermoord door een vliegende pen die de kamer in kwam zweven en die zich in haar oog boorde. De halve wereld is paranoïde nu.

En ik ook, bang voor mezelf. Ik durf niet eens al mijn sigaretten om te toveren in euro’s, want ik weet niet of ik per ongeluk iemand betover op weg naar de winkel om nieuwe te halen. Heel voorzichtig rook ik de sigaret op, bang dat ik er iets anders van maak. Erg irritant dat ik de laatste tijd overal manieren zie om goocheltrucs van te maken! Elke verzonnen truc, hoe slecht bedacht ook, lijkt direct waarheid te worden.

Iemand gilt. Iemand gilt keihard aan de andere kant van de straat. Ik kijk uit het raam, zie een jonge vrouw, een mooie jonge vrouw die wordt lastiggevallen door een kerel met enorm lange armen. Vast ook een goochelaar. Hij wikkelt zijn lange stengels om haar heen en rekt dan zijn benen uit die groeien en groeien. Ik sta verstijfd. Wat moet ik doen? Hoe kan ik helpen? Dadelijk doe ik iets verkeerd, en laat ik de vrouw verdwijnen. En dan schiet me de truc te binnen. De truc die ik ooit zag op tv. Een truc van een naar beneden dalend zonnescherm dat over twee mensen heen valt, en als het doek weer opgetrokken wordt, staat er nog maar één persoon. Ik concentreer me op het zonnescherm aan de andere kant van de straat, het scherm dat precies boven de lange armen man en het mooie meisje hangt. Ik bedenk me hoe de truc zou werken, met spiegels en een deur in de vloer, een paar meter touw en katrollen. Ik zie het voor me en dan ‘zwoesj!’

Het zonnescherm valt. Ik zie er één tel beweging onder, dan niets meer. Er zit nog wel een bult onder het doek. Zou dat mooie meisje er onder zitten, of die enge gast met zijn lange armen?

Ik kijk naar mijn kamerdeur. Tijd om naar buiten te gaan. Ik doe mijn jas aan, en snel de trap af.

Buiten op straat is het stil. Ik ben vast niet de enige die het eng vindt om naar buiten te gaan. Zo vlug als ik kan ren ik naar het gevallen zonnescherm. De volgende keer moet ik me ook bedenken hoe het weer weggetrokken wordt!

Voorzichtig trek ik het scherm weg. Ik zie, ik zie een hand. Een hand met een normale arm, gelakte nagels. Daar is het meisje. Ze kijkt me aan. Wauw! Ze is echt mooi.

‘Wat is er…,’ zegt ze.

Ze gaat staan, kijkt om zich heen.

‘Waar is die… wat was het? Wie?’

Ik haal mijn schouders op.

‘Geen idee, maar hij is weg. Heb ik gedaan,’ zeg ik met enige trots.

Ze kijkt me aan. Langzaam krijgt ze een blik vol afschuw op haar gezicht.

‘Ben jij er ook zo eentje? Gatver. Ga je ook je trucjes gebruiken om meisjes mee te slepen?’

‘Nee!’ zeg ik, ook al was ik vroeger wel een beetje zo. ‘Nee, dat zou ik nooit doen,’ zeg ik met zoveel mogelijk overtuiging.

‘Sorry,’ zegt ze. ‘Ik was even aan het flippen. Niet alle mannen zijn zo natuurlijk.’

Ik lach breed.

‘Doei,’ zegt ze dan, onverwacht. Ze pakt haar handtas die was gevallen tijdens haar worsteling met de freak. Ze loopt weg, eerst rustig, maar dan kijkt ze één keer naar me om en rent dan verder. Ik kijk haar na. Ik weet niet wat ik van haar verwachtte toen ik haar redde van dat monster. Maar op zijn minst een beetje dankbaarheid.

Ik schud mijn schouders los. Drie dagen binnen zitten, gespannen, is niet goed geweest voor mijn lichaam. Het is tijd om een wandeling te maken. En het is tijd om te achterhalen wat ik allemaal kan! Ik beweeg mijn vingers, wat ik altijd doe voordat ik een goochelshow geef, om ze warm en soepel te maken. Dan kijk ik de straat door. Waar heeft er iemand hulp nodig? Wie is er in de problemen omdat een eikel die een beetje kon goochelen zijn nieuwe vaardigheden misbruikt? Ik kom er aan.

Bij bijzondere krachten horen bijzondere verantwoordelijkheden. Het is tijd om mijn verantwoordelijkheid te nemen.

Maar eerst eens kijken of de sigarettenboer open is, anders word ik kriegelig.

 

 

Geplaatst op Geef een reactie

Zeikerd

Mijn vriendin hoest hard en zegt dan: ‘Oh, shoot.’

‘Wattiser?’ vraagt ons zoontje die ook in de badkamer staat.

‘Ik heb een beetje in mijn broek geplast,’ zegt ze. Dat gebeurt wel vaker tijdens de laatste fase van een zwangerschap.

‘Ja, dat doe je zelf hè,’ zegt hij dan, ongenadig.

Geplaatst op Geef een reactie

Fiet-Fieuw!

Ik ben een chronische fluiter. Vaak heb ik niet eens door dat ik het doe. Soms merk ik pas dat ik fluit, als een andere man ook spontaan begint te fluiten.

De hele ochtend zit de hit van Ed Sheeran in mijn hoofd. Als ik de trappen van het perron naar Station Sloterdijk op loop, komt het liedje naar boven en fluit mijn mond uit. ‘I am in love with the shape of you,’ fluit ik, tussen de vijftig mensen die samen met mij de trap op drommen. Voor me klimt een springerig meisje van 16 naar boven. Ze hoort dat ik fluit, kijkt verrast om, lacht verlegen en snelt dan verder de trap op. Als ik bovenaan kom, zie ik haar  lopen, al een flink stuk verderop. Ze kijkt weer om, met een brede en verbaasde glimlach.

Dan realiseer ik me dat het stukje ‘…shape of you’ een beetje klinkt als ‘fiet-fieuw’ als ik het fluit. Jeetje. Een meisje denkt dat ik naar haar heb gefloten. Hopelijk vond het ze het niet erg.

Geplaatst op Geef een reactie

Doodschieten

‘Weet je dat hij zich verstopt had, in zijn slaapkamer?’

We hebben ons zoontje net opgehaald van de basisschool en fietsen terug naar huis. Ik kijk mijn vriendin aan.

‘Toen de politie hem kwam halen,’ vertelt ze verder.  ‘En hij riep dat hij er zo’n spijt van had.’

We hebben het over de man die eind vorig jaar boos het schoolplein van ons zoontje op was gestapt om te klagen over het geluid van de spelende kinderen, waarbij hij een juf die hem probeerde te kalmeren een klap in haar gezicht had gegeven. Mijn zoontje was er gelukkig niet bij, vijftig andere kleutertjes helaas wel.

‘Wat is er?’ vraagt mijn zoontje.

‘Papa en mama zijn even aan het praten,’ zegt mijn vriendin maar tegelijk zeg ik:

‘Er was een meneer stout geweest.’

‘Oh. Wat had hij dan gedaan?’

Mijn vriendin kijkt me aan met een blik die zegt: leg dat dan ook maar uit.

‘Ehm,’ zeg ik, ‘hij had iemand geknepen. Stout hè! En toen ging de politie hem zoeken, maar hij had zich verstopt.’

‘Heel stout zeg! De politie moet hem doodschieten,’ zegt mijn zoontje dan, de toekomstige PVV-stemmer.

Geplaatst op Geef een reactie

Aangevlogen

Ze kust me en kijkt me aan.

‘Zo gek dat we elkaar vijf jaar geleden nog niet kenden,’ zeg ik. Een warme gloed trekt van mijn wangen naar de rest van mijn lichaam, terwijl ik naar haar lieve gezicht kijk. Ze ziet mijn blik en lacht verlegen.

’Op een bepaalde manier kende ik je al voordat we elkaar ontmoetten,’ zegt ze. ‘Ik had op een dag een lijstje gemaakt van mijn ideale man, en toen kon ik me jou al precies voorstellen. Hoe je er uit zag, en wat je allemaal deed en leuk vond. Dat je van koken houdt, en dat je zwart haar hebt en dat je kindertjes met me wilde maken.’

‘En daarna kwam je me tegen,’ zeg ik.

‘Ja!’ zegt ze. ‘Ik wist dat je er moest zijn, dus ik hoefde je alleen maar te vinden. Oh ja, wel grappig, een oud vrouwtje in het café beneden waar ik woonde, had me gezegd dat ik dat lijstje moest verbranden met een zwarte veer en een stukje bijenwas en een wortel van een eik. Heb ik echt gedaan, wist je dat?’

Ik glimlach. Ze is een beetje een mafferd.

‘Dat vrouwtje zei dat jij dan zou ontstaan, als je er nog niet was. Vijf en een half jaar geleden was dat. En dat is net het moment dat je in de stad kwam werken, toch? Dus het heeft gewerkt, op een bepaalde manier.’

Ik voel het bloed uit mijn gezicht wegtrekken.

‘Dat zag ik op je Linkedin in ieder geval, dat je precies op die dag een baan kreeg in het restaurantje aan de overkant.’

Leegte. Ik zie helemaal niets, er is een gapende leegte. Ik denk en ik denk, maar ik kan niets vinden.

‘Toen ben je ook op Facebook gekomen, zag ik, diezelfde dag. Ja, ik heb je een beetje gestalkt hoor, toen ik je naam eenmaal had gevraagd aan je collega!’

Ze aait mijn wang en dan mijn borst. Ik doe mijn best maar ik kan me niets herinneren van de dag vóórdat ik ging werken in het restaurant. Geen andere baan, geen opleiding. Niks.

‘Wat deed je eigenlijk daarvoor?’ vraagt ze ineens.

‘Toen bestond ik nog niet,’ zeg ik en ik lach, maar ik meen mijn lach niet.

Zij lacht haar vrolijke lach.

Ik kraak mijn hersenen. Maar ik vind niets vóór dit restaurant. Vóór dit appartementje van mij waar we nu samenwonen met ons dochtertje. Ik kan me geen eerdere huizen herinneren, maar ook geen vrienden van daarvoor, geen familie zelfs. Ik begrijp niet dat ik daar ook de afgelopen vijf jaar nooit over heb nagedacht. Waarom heb ik me nog nooit afgevraagd waarom ik geen familie heb?

‘Is er iets?’ vraagt ze.

Ik schud mijn hoofd, maar ik ga wel rechtop zitten in bed.

Ze kijkt me bezorgd aan.

‘Hoor je de kleine? Ik hoor niks.’

Ik luister, maar ik hoor onze dochter niet, die twee jaar geleden geboren is. Van haar kan ik me alles herinneren. Van mezelf niets. Wie ben ik?

Ik kijk de liefde van mijn leven aan. Ze kijkt terug, en is bezorgd. En dan komt ineens een nieuwe herinnering in me naar boven.

Haar gezicht, een serieuze blik, ik ruik vuur, een verbrande veer, zoete bijenwas, ik zie snippers brandend papier die de lucht invliegen, haar blik geschrokken, ze hangt half uit het raam, ze slaat de brandende snippers uit, mept het aardewerken potje waar ze alles in verbrandde van de dakgoot, het valt naar beneden, ze slaakt een gil. Eén snippertje vliegt weg, ik vlieg mee, daal en daal en vlieg dan door de open deur van het restaurant naar binnen, de keuken in, waar ik net een pannenkoek opvang in mijn pan.

‘Heb je je lijstje heel toevallig in de dakgoot verbrand?’ vraag ik voorzichtig. ‘Met de bijenwas en de wortel van een eik en de zwarte veer? En is het aardewerken potje naar beneden gevallen?’

Ze kijkt me aan.

‘Hè? Heb ik dat ooit verteld? Nee toch? Ik schaamde me er een beetje voor. Had bijna brand veroorzaakt!’

Ik knik. Dat weet ik.

‘Ik kan me echt niet herinneren dat ik je dat verteld heb,’ zegt ze en ze komt ook overeind. Dan kijk ik in haar mooie koele grijsblauwe ogen.

‘Ach,’ zeg ik, ‘herinneringen. Wat heb je aan herinneringen van toen ik er nog niet was?’

Ze kust me gepassioneerd en ik kus haar terug. En als ik een half uur later uitgeput in slaap val, realiseer ik me dat ik het helemaal niet erg vind dat ik vijf en een half jaar geleden verzonnen ben door een jonge vrouw die mij nodig had, en dat ik sinds die tijd pas besta.

Geplaatst op Geef een reactie

Oorlogsdans

Mijn dochter van veertien maanden kijkt naar de reus van twee jaar die naast haar is komen staan bij de deur van het speelhuisje. Hij kijkt terug, duwt haar dan. Ze valt op haar bips. Dan trekt hij nog even aan haar haar. Ze kijkt vragend naar ons, met een beginnend huil-lipje. Ik kijk naar mijn zoontje van vier die iets verderop alles al had gadegeslagen.

‘Ga jij je zusje eens even helpen?’ zeg ik tegen hem. Hij stapt van zijn speelauto en loopt vastberaden op ze af.

Mijn zoontje gaat tussen zijn zusje en het jongetje staan, steekt een waarschuwend vingertje op, zegt iets tegen het ventje. Die kijkt hem verbaasd aan, zegt iets terug en doet dan een stapje opzij. Mijn zoontje stapt mee, zodat hij tussen het ventje en zijn zusje blijft staan. Ik merk dat zijn schouders gebogen zijn, zijn lichaam gespannen, hij kijkt het jongetje doordringend aan. Het verbaasd kijkende ventje doet weer een stap en nog eentje, mijn zoon blijft meelopen. Zijn zusje kijkt met grote ogen naar de oorlogsdans die zich voor haar afspeelt. Dan draait het jongetje zich om en kruipt het speelhuisje in.

‘Kom maar mee,’ zegt grote broer tegen zijn zusje en hij pakt haar hand beet. Ze staat op en samen lopen ze naar het hobbelpaard waar ze blij op gaat zitten. Hij loopt naar me toe.

‘Dat jongetje gaf haar een duw en trekte aan haar haar!’

‘Trok hij aan haar haar?’ zeg ik. ‘Dat is ook niet aardig.’

‘Ja en toen zei ik, je mag haar niet meer duwen hoor, en toen zei hij ‘nee!’ Hij had ja moeten zeggen!’

Ik heb geen idee hoe ik moet uitleggen dat de formulering van zijn opmerking bij een jongetje van twee de mogelijkheid gaf om zowel met ‘ja’ als ‘nee’ te antwoorden, dus ik aai hem maar over zijn krullen.

‘Je bent een goede broer,’ zeg ik. Hij glimlacht.

Geplaatst op Geef een reactie

Jack de Knipper

Jaren geleden schreef ik dit scenario, zonder te vermoeden dat ‘Jack de Knipper’ weer op zou duiken… In een ander format geschreven (filmscenario) dan je misschien gewend bent, maar hopelijk is het goed te lezen!

Jack de Knipper

 

Geplaatst op Geef een reactie

Swingen

Ik kijk om me heen in de zaal van het ‘Centrum voor Actieve Ouderen’ die me als ‘danszaal’ was omschreven. Er schuifelen een paar witharige dames rond, één ervan met een rollator.

‘Wat een grote ruimte,’ zeg ik.

De oude heer die me ontvangen heeft, knikt.

‘Vroeger was het hier elke vrijdag en zaterdagavond helemaal vol met dansende mensen! En ook de andere dagen was er altijd wel iets te doen. Bingo op donderdag, klaverjassen op dinsdag. We moesten mensen afwijzen, zo druk was het. Maar zo veel mensen komen hier al jaren niet meer.’

‘Er zijn toch steeds meer ouderen in Nederland?’

Hij knikt. ‘Dat wel. Maar vroeger bleef iedereen in zijn eigen huisje wonen, of in ieder geval zijn eigen buurt, konden ze op de fiets of met de tram naar ons toekomen. Nu trekken ze allemaal naar Purmerend of Almere. Veel te ver weg om naar een dansavond in de stad te gaan. We hebben nog geprobeerd om de minimumleeftijd naar de 55 te doen, maar dat hielp niet. Mensen van 55 voelen zich te jong om met mensen van onze leeftijd te dansen.’

‘En hebben jullie aan andere groepen gedacht? De eerste generaties Surinamers en Turken en Marokkanen zijn al aardig op leeftijd aan het raken. Die wonen nog in de stad. Misschien hebben zij zin om te dansen!’

De man kijkt weg.

‘We hebben het geprobeerd,’ zegt hij zacht. ‘We hebben aan dat soort mensen gevraagd of ze ook langs wilden komen op de dansavonden. Ze kwamen inderdaad. Maar het werkte niet.’

‘Hoe bedoelt u?’ vraag ik.

Hij zucht, kijkt naar de deur.

‘Die mannen kwamen hier niet naartoe om te dansen. Ze kwamen om vrouwen te versieren! En dat lukte ze nog ook!’

Ik kijk om me heen, zie de gerimpelde dames in hun gebloemde jurken en met hun solide schoenen.

Hij kijkt me weer aan.

‘En dat was nog niet het ergste,’ zegt hij. ‘We kwamen er achter dat ze getrouwd waren! Dat ze gewoon een vrouw hadden in Marokko of Turkije of weet ik waar! En dan hier bij ons gewoon vrouwen gaan versieren? Dat werkte dus niet. We zijn er mee opgehouden.’

‘Oh,’ zeg ik, ‘jammer.’

Hij knikt. ‘Dat is inderdaad jammer.’

Geplaatst op Geef een reactie

Timmer

‘We gaan zo naar de dierenarts, want Henkie is weer een beetje ziek,’ legt mijn vriendin uit aan ons zoontje.

‘Oh, okay!’ zegt hij en kijkt naar onze kat. ‘Arme Henkie!’

Mijn vriendin kijkt mij aan.

‘Lief, kan jij de reismand uit de schuur halen? Oh ja, trouwens, vrijdag bel ik de timmerman.’

‘Wat?’ zegt mijn zoontje verbaasd, ‘wordt Henkie getimmerd?’