Geplaatst op Geef een reactie

Schrikken

‘Je zal schrikken,’ zegt ze, ‘zoveel als je op hem lijkt.’

Ik kijk mijn moeder verbaasd aan. Ik heb de foto’s van mijn vader gezien, kaal, vest en overhemd, strenge ogen. Mijn haar ligt dik krullend op mijn hoofd, ik kleed me totaal niet hetzelfde en alle meisjes zijn gek op mijn lachrimpels. Wat kan ik van zijn gewoontes en gebruiken hebben overgenomen in de vijf jaar dat hij in mijn leven was, zestien jaar geleden? Ik lach mijn moeder uit, zij glimlacht en zegt verder niets. Ik pak mijn tas en ga op weg, naar mijn vader.

‘Nee hoor, ik heb de video niet bij me,’ houdt mijn vader bij hoog en laag vol tegen zijn vrouw. Die zucht, zijn dochter zucht ook. Ze hebben net als ik gezien hoe hij de video onder zijn jas stopte vlak voordat we de videotheek in stapten.

Ik kijk verbijsterd naar hem. Hij maakt dezelfde stomme grap als ik! Als ik met mijn zusje boodschappen ga doen, probeer ik haar vaak te laten denken dat ik het boodschappenlijstje vergeten ben of de portemonnee, maar ze trapt er bijna nooit in.

Ook al is dat het enige dat ik gemeen heb met mijn vader, die grap haal ik nooit meer uit.

 

 

Geplaatst op Geef een reactie

Onafgewezen

Ik wil er niet over praten. Ik wil er niet over schrijven. En ik wil absoluut niet dat andere mensen dit te weten komen.

Gisteren liet ik het weer gebeuren. Ik was fijn aan het dansen op muziek die bijna als drum & bass voelde toen een meisje zich omdraaide. Ze was me al opgevallen, een brede glimlach, gracieuze motoriek, leuk gekleed. Ze keek naar me, lachte zelfs, bleef even kijken tot ze mij nerveus terug zag lachen. Toen draaide ze zich weer naar haar vriendinnen, danste verder, maar ik voelde dat ze met haar rug mij in de gaten bleef houden. Koud zweet stond op mijn gezicht en mijn handen, mijn voeten tintelden van de spanning. Praten met haar, dat moest ik.

Dat willen meisjes graag, heb ik vernomen van vriendinnen. Die hebben me meerdere keren met veel geduld proberen uit te leggen dat, anders dan ik denk, meisjes het helemaal niet erg vinden om door mij aangesproken te worden in een dansgelegenheid. Sterker nog, als ze signalen geven zoals aankijken en vrolijk glimlachen, moet ik dat beschouwen als een expliciete uitnodiging.

Het leuke meisje draait zich eventjes om, lacht weer naar me. Ik glimlach, maar van binnen brand ik. Een lange jongen met een gestreept overhemd loopt naar haar toe, praat met haar, maar ze poeiert hem af. Weer kijkt ze naar me.

Ik zeg tegen mijn vriendinnen dat ik niet weet wat ik zeggen moet. Ze stellen me gerust, als zij een jongen leuk vinden, maakt het niet uit wat voor onzin hij op zo’n moment uitkraamt. Later wel natuurlijk, maar dan niet. Misschien wil ze helemaal niet met jongens praten, hou ik ze voor, misschien wil ze gewoon dansen met haar vriendinnen. Verontwaardigd over mijn naïviteit schudden ze hun hoofd. Denk je nou echt dat we ons uren lang, met veel zorg en aandacht, aankleden en optutten om alleen maar een beetje te gaan dansen?

Het is een kwestie van durf, en dat heb ik niet, niet hier, niet in deze situatie. Kijkend naar haar rug vreet het me op dat ik weet dat ik weg ga zonder een telefoonnummer, zonder een gesprek, zonder een afwijzing zelfs.

Als ik de danshal verlaat, zie ik haar staan bij de ingang, met haar vriendinnen en een paar jongens. Ze praten vrolijk. Ik loop weg.

Geplaatst op Geef een reactie

De stilte na het kussen

Een verliefd stel stapt in, gaat tegenover mij zitten. Ze hebben elkaar blijkbaar lang niet gezien, kussen, smakken, kleffen, bevoelen elkaar, kreunen zachtjes van genot. Ik til mijn krant hoger op, maar het helpt niet. Het geluid lijkt zelfs helderder, duidelijker te worden door de afwezigheid van beeld.

Mijn krant is uit, en hem zinloos voor mijn gezicht houden doe ik niet. Ik kijk uit het raam, probeer niet te focussen op het spiegelbeeld van het kleffe stel. Dan merk ik dat ze, juist als ze even niet kussen, als ze een adempauze nemen tussen het zoenen en het vasthouden en het kreunen door, als ze alleen maar stil naast elkaar zitten, niet eens naar elkaar kijken, juist dan stralen ze de grootste hoeveelheid verliefdheid uit.

Geplaatst op Geef een reactie

Boef

Hij wijst naar de sloot naast het kronkelige, nauwelijks verharde plattelandsweggetje.
‘Daar kwamen we met de auto in terecht, ondersteboven.’ Zijn accent is laag, plakkerig, alsof het vast zit aan de vette Friese klei.
‘We waren een beetje aan het scheuren, ’s nacht, en toen slipte ik daar,’ weer wijst hij, ‘en sloegen we over de kop. Hier kwamen we tot stilstand.’
Dan grijnst hij breed.
‘En weet je wat mijn vriendin toen zei? Toen we ondersteboven in de sloot lagen en steeds dieper wegzakten? Ze wees naar de voorruit en zei; ‘Heej! Een kikker!’
We lachen.
‘Later is ze nog terug gezwommen naar de auto om de boodschappen uit de kofferbak te halen,’ zegt hij, en hij kijkt trots.
We zien haar pas een paar uur later voor het eerst, als ze terugkomt van een voetbalwedstrijd. Ze is klein en charmant, maar we begrijpen allemaal waarom hij haar ‘Boef’ noemt.

Geplaatst op Geef een reactie

Nadenken wordt overschat

Vandaag gebeurde het weer. Ik dacht na. Hoe ga ik mijn rare plan uitvoeren? Waar haal ik geld vandaan? Wanneer koop ik een camera, op welke couch-surfing site schrijf ik me in? Wanneer ga ik een website laten maken, en hoe moet deze er uitzien?

Krijg ik wel alles geregeld voordat ik op kamp ga in juli, of kan ik het beter daar overheen tillen en het reizen uitstellen tot daarna? Wat voor teksten ga ik schrijven. Is er überhaupt wel iemand geïnteresseerd in wat ik te vertellen heb? Kan ik wel elke dag een tekst schrijven en daarnaast nog aan mijn opleiding werken? Of kan ik maar beter eerst afstuderen voordat ik dit soort vreemde plannen uitvoer?

Het plan om in de zomer overal in Nederland bij onbekende mensen te gaan logeren, en dan elke dag een tekst te schrijven, verdween steeds meer in de verte, ontsnapte aan juni, glibberde juli door en kwam uiteindelijk in augustus terecht, de maand waarin ik weer moet beginnen met lesgeven. Als ik er goed over nadenk, kan ik het waarschijnlijk helemaal niet uitvoeren. Het is gewoon een slecht idee. Het is beter om er niet aan te beginnen, en dan maar hopen dan geen enkele van mijn vrienden, die ik zo enthousiast verteld heb over dit plan, er naar vraagt.

Toen realiseerde ik me dat ik die avond nog bij iemand ging logeren in Delft, en dat ik de dag erna in Rotterdam zou overnachten. Ik ben al begonnen met mijn kleine avontuur, en heb het niet eens door. Op mijn rekening staat geen cent, ik heb geen website, geen camera en geen planning, maar dat boeit allemaal niet meer. Ik ga op pad, en zie wel waar ik terecht kom.

Ik kom vast wel op mooie plekken terecht, ontmoet zeker interessante mensen, maak ongetwijfeld leuke dingen mee, schrijf waarschijnlijk weleens een goede tekst, als ik er maar niet al te veel over nadenk.

 

Geplaatst op Geef een reactie

De droom

Toen de mist optrok en ik zag dat een bos duizend kleuren groen heeft

het slot van mijn oren wegsmolt en ik hoorde dat mensen me lief hebben

de steen uit mijn neus rolde en ik rook dat elke dag anders is

de as van mijn tong viel en ik duizend werelden in mijn keuken vond

het zand uit mijn hart stroomde en ik voelde dat ik goed en slecht ben

en dat dat goed is,

 

toen leerde ik jou kennen.

Geplaatst op Geef een reactie

Huilbaby

Huilbaby

Geplaatst op Geef een reactie

Genant moment

Ik stond er, op de elektriciteitstoren. Het was een flink stuk, van de kant naar dit stalen bouwwerk in het IJ. Ik was achter twee jongens van een jaar of twintig en een paar kleine meisjes van een jaar of tien gezwommen, waarbij ik niet alleen werd ingehaald door de jongens, maar ook door de meisjes. Ik moest maar weer gaan zwemmen.

‘Oe, wat hoog!’ zegt het meisje met de paardenstaart voor me. Ze kijkt naar beneden, knijpt dan haar neus dicht en springt. Nu is het mijn beurt. Ik loop naar voren, klim over het hek en zie daar de jongens in het water dobberen die daarnet met veel gratie op de reling waren gaan staan en voorwaarts het diepen in doken. De tweede had zelfs een salto gemaakt. Ik ging niet op de reling staan, ik ging staan op de rand aan de andere kant, en keek naar beneden. Oh ja, even vergeten, ik heb hoogtevrees. Het volle besef ervan slaat in mijn gezicht, ik raak mijn adem kwijt, tril als een rietje. Zeker tien meter diep, dat moet wel. Nog hoger dan de hoge duikplank.

Het meisje achter me tikt me aan.

‘Gaat u nog springen meneer?’ Ze heeft een badpak aan van Winny the Pooh. Een Winnie the Pooh meisje kan niet wachten tot ze kan springen van deze zelfmoordtoren, en ik klem me zo stevig vast aan de reling dat mijn knokkels wit worden.

‘Springen man! Je houdt de boel op!’ roepen de knullen van beneden. Ik hou me nog steeds stevig vast, maar ga steeds schuiner staan, alsof het springen makkelijker wordt. Het meisje klimt op de reling, duwt me aan de kant en springt gillend naar beneden. Als ik haar zie gaan, raak ik bijna buiten adem van angst. Ik klim terug, ga in een hoekje zitten met mijn rug tegen de stalen constructie. Als snel ben ik weer tot adem gekomen. Even probeer ik het weer, kijk ik over de rand, maar als ik de diepte zie loop ik terug, trap af, laat me rustig het water in zakken. De meisjes klimmen langs me naar boven.

‘Durft u niet?’ vraagt het meisje.

Ik knik. Ze kijkt begrijpend.

‘Dat had ik vroeger ook, toen ik klein was.’ Ze klimt omhoog.

Als ik weg zwem hoor ik de meisjes vrolijk gillen en in het water plonzen.

Geplaatst op Geef een reactie

De Weddenschap

Hoe ik je moeder ontmoette? Dat is een beetje een gek verhaal. Ik was verliefd, op een andere vrouw, een meisje dat een paar maanden met me speelde en me toen dumpte. Dat maakte me zo verdrietig dat ik nergens zin meer in had, niet meer in school, niet meer in werk, niet meer in leuke dingen doen met mijn vrienden. Zij pikten dat niet, dat ik niets meer wilde, ze kwamen me elke week thuis ophalen, en namen me mee de stad in om leuke dingen te doen. Het hielp alleen niets, of we nu gingen poolen of voetballen, bier drinken of naar de film, niets kon me vrolijk maken.

Op een nacht liepen we over de Dam tussen de toeristen. Een van mijn vrienden, oom Leo was dat, duwde me naar een Spaanse toerist die door zijn vriendin op de foto werd gezet, voor het paleis. Leo zegt tegen dat meisje: ‘Take their picture!’, en ze deed het. Ik voelde me wel een beetje stom, en dacht nog dat die jongen boos zou worden, maar hij kon er om lachen. Zijn vriendin bood aan om de foto naar me te mailen, dus Leo gaf haar mijn emailadres.

Leo en ik hebben toen een weddenschap afgesloten. We zouden allebei proberen om bij zoveel mogelijk toeristen op de foto te gaan, en wie de meeste foto’s thuisgestuurd kreeg, in een maand, had gewonnen. En kreeg van de ander een fles whiskey ofzo, dat weet ik niet meer.

Dat was de eerste keer in maanden dat ik ècht plezier had. We renden van toerist naar toerist, klampten oude Amerikanen aan, bezopen Engelsen, Franse studentes, Italiaanse zakenmannen. En iedereen werkte mee! Iedereen vond het grappig, en iedereen beloofde om de foto’s te mailen. Ik heb ze nog op de computer staan, ik zal ze je nog wel laten zien. Om een uur of zes had ik er geen zin meer in. Toen kwam oom Leo ineens aanzetten met twee mooie Vlaamse meisjes, die nog niet in hun hotel konden. We hebben twee foto’s gemaakt, zijn met zijn vieren gaan ontbijten, naar het van Gogh geweest, hebben de hele tijd leuke gesprekken gevoerd, en toen… niets. De meisjes gingen naar hun hotel, wij werden naar huis gestuurd. Ik heb daarna nog veel aan haar gedacht, maar durfde niet verliefd te worden.

Pas na anderhalve maand, toen ik de weddenschap verloren had, kreeg ik onze foto binnen. Ze schreef, ja, je moeder, ze schreef dat ze de ochtend met mij niet kon vergeten. We zijn gaan mailen, bellen en op een dag kwam ze weer naar Amsterdam, voor een congres. Ik heb haar opgehaald van het station, heb haar niet naar het hotel gebracht maar naar mijn huis, en ze is nooit meer weg gegaan.

Ja, inderdaad, dat is de foto die op de schouw staat, ik met je moeder voor het Paleis. Zie je hoe we naar elkaar kijken? Misschien wisten het toen al.

Geplaatst op Geef een reactie

Liefdesbrief

De hete liefde verdween

maar ik word nog steeds warm van je.

Ik zocht naar fouten

vond ze meer bij mezelf dan bij jou.

Jouw woorden sneden mij,

en je verbond mijn wonden.

Ik werd uit angst berekenend

je bleek opgeteld de beste.

Ik liet je mijn zeer zien

jij zocht helende woorden.

Van het huis waar ik me ooit slechts gast voelde,

zette jij de deur wijd open.

Ik lig het liefst

in het warme stukje bed naast jou, in de ochtend

als ik stiekem naar je kijk.

Geplaatst op Geef een reactie

Grote Boze Vrouw

Een grote vrouw, vijftig jaar, vettig haar, een goedkope slobberbroek en een simpel kunststof jack aan, kijkt naar een zwart jongetje van een jaar of vijf. Een Marokkaans meisje van vier jaar staat naast hem, kijkt net als hij naar het stuurse gezicht van de vrouw. Ik slalom op mijn fiets tussen hekken door, over het voetpad.

Een paar weken geleden heb ik in deze straat een vrouw met dezelfde uitstraling een groep Marokkanen horen uitschelden, schreeuwend en tierend. De jongens scholden terug. Langs het pad zijn hekken met scherpe punten erop, glasscherven op muren, stalen tralies voor of achter ramen. Daklozen drinken goedkope pils, zittend op bankjes, groepen stoer kijkende jongens hangen er rond.

‘Nee,’ zegt de grote boze vrouw, ‘je mag Sammy niet aaien.’

Nu ik dichterbij kom, zie ik de hondenriem in haar hand. Iets verder kwispelt een klein, pluizig hondje zo enthousiast dat zijn lichaam in een soort trilstand staat.

‘Waarom niet?’ vraagt het jongetje. De vrouw is dichter bij hem gekomen, kijkt op hem neer als Goliath op David. Hij kijkt onbevreesd terug, het meisje blijft op veilige afstand.

‘Sammy heeft een bult op zijn rug, en het doet pijn,’ zegt ze.

‘Ooh,’ zegt het jongetje. We kijken alle vier naar het hondje. ‘Maar hoe komt hij daar dan aan?’

‘Nou…’ begint de vrouw haar uitleg.

Dan ben ik te ver weg om meer te kunnen horen, maar dat geeft niet.

Geplaatst op Geef een reactie

Films gemaakt in het kader van het 48 uur Filmproject

Geplaatst op Geef een reactie

Clooney

Yasmina, een tien jarige leerling van me, kijkt van haar beeldscherm naar mij en weer terug. Op het scherm kijkt een jonge George Clooney zwoel de camera in. Weer kijkt ze naar mij, en naar het scherm.

‘Geef maar toe! Jullie zijn dezelfde persoon!’ zegt ze. Ik gloei van trots.

Even later helpt mijn assistente me uit de droom.

‘Ik wilde aan Yasmina laten zien wat ìk nou een knappe man vind,’ zegt ze, ‘en het eerste wat ze zei was: Ieuw, die is lelijk.’

Ik lijk dus op George Clooney volgens dat meisje, en hij is lelijk.

Geplaatst op 1 Reactie

Vertellen

Als ik een verhaal vertel in mijn hoofd, is het geen verhaal.