‘Er loopt een man over straat,’ zeg ik met dreigende stem, ‘Hij heeft een grote hakbijl over zijn schouder. Gaat hij iemand zijn kop eraf hakken? Een deur kapot slaan van een winkel om dingen te stelen?’

Mijn zoontje van vijf ligt in bed. Hij kijkt me verwachtingsvol aan.

‘Nee!’ zeg ik vrolijk. ‘Hij gaat een boom omkappen die op zijn schuurtje dreigt te vallen.’

‘Er loopt een man over straat met een hamer…’ zeg ik dan. ‘Gaat hij iemand op zijn hoofd meppen? Een autoruit breken omdat hij een slecht humeur heeft?’

Mijn kleine kerel is zeer benieuwd.

‘Nee!’ zeg ik. ‘Hij gaat een paar spijkers in de muur slaan bij zijn oma, zodat ze schilderijtjes kan ophangen.’

Hij lacht.

‘Nu jij,’ zeg ik.

‘Uhm…’ Hij denkt even na. ‘Er loopt een man over straat met een groot mes! Gaat hij iemand in zijn hoofd steken? Gaat hij iemand… (hij pauzeert even voor het effect) zijn arm er af hakken?’

Ik wil hem nu al beetpakken en knuffelen.

‘Nee!’ Hij zegt het triomfantelijk. ‘Hij gaat een komkommer snijden!’

Ik ben apetrots. Mijn kleine verhalenverteller krijgt een hele lange knuffel en drie dikke zoenen en dan kruipt hij onder zijn dekbed. En hij heeft wel een enge droom die nacht waardoor hij bij ons in bed kruipt, maar die gaat over de Goliath spin, de grootste spin ter wereld, waar ik hem eerder die dag een foto van had laten zien.

#Roalddahlparenting