Geplaatst op Geef een reactie

79

‘Wat?’ zeg ik verbaasd als ik het getal op de weegschaal zie verschijnen, ‘79 kilo?’

Ik kijk naar de doktersassistente.

‘Daar mag je best zes kilo vanaf halen,’ zeg ik.

‘Jij mag er voor jezelf best zes kilo vanaf halen,’ zegt ze, ‘maar ik schrijf gewoon 79 op.’

Geplaatst op Geef een reactie

Bestempeld

‘Wilt u misschien een stempel?’ vraagt de jongen van de garderobe aan de zwart geklede dame met grijzend haar. Hij heeft de stempel al vast, kijkt naar haar pols.

‘Een stempel?’ vraagt ze. Ze klinkt verontwaardigd.

‘Dan kan u naar binnen en naar buiten wanneer u wilt,’ zegt hij.

‘Een stempel, op mijn arm?’ Haar stem wordt schril.

‘Eh, ja?’

‘Weet je wel wat ze in de Tweede Wereldoorlog deden? Toen zetten ze ook iets op de arm van mensen, zodat ze wisten dat het joden waren!’

Ze praat zo hard dat iedereen in de hal van de Kunstbende naar haar kijkt. De jongen krimpt ineen achter zijn balie.

‘In concentratiekampen was dat, wist je dat? Wist je dat ze dat deden in concentratiekampen?’

‘Hm ja dat wist ik,’ zegt hij met een heel klein stemmetje. ‘Het hoeft niet. Een stempel,’ fluistert hij, en hij verbergt het stempeltje in zijn hand.

De vrouw pakt bruusk haar tas van balie, een stapel flyers valt op de grond. Met grote stappen beent ze weg.

 

Ik kijk naar de jongen. Hij heeft nog steeds de stempel in zijn hand. Ik leg mijn jas op de balie, steek mijn arm uit.

‘Doe mij maar een stempel,’ zeg ik gul.

Met een trillende hand stempelt hij een blauw eendje op mijn arm.

Geplaatst op Geef een reactie

Kappen

De jonge kapper groet ons vrolijk, zwaait naar onze zoon. Mijn zoon lacht terug.

De jonge kapper komt uit het huis van onze buurvrouw, die regelmatig bezoekers heel kort op bezoek heeft, ook om drie uur ‘s nachts.

De jonge kapper komt steeds vaker bij de buurvrouw.

De jonge kapper vermagert, krijgt wallen onder zijn ogen.

De jonge kapper wordt ontslagen bij de kapperszaak.

De jonge man spreekt ‘s avonds smekend met de sombere mannen die vaak met hun auto voor het huis van onze buurvrouw staan. Zij schudden hun hoofd.

De jonge man heeft een grote boodschappentas vol flessen shampoo en conditioner die hij trots laat zien aan de sombere mannen. Ze knikken.

De jonge man groet ons, zwaait naar mijn zoontje, vraagt of hij geld mag lenen.

De jonge man loopt over straat in de nacht, ingevallen gezicht. Hij voelt aan autoportiers en huisdeuren.

De jonge kapper verdwijnt langzaam.

Geplaatst op Geef een reactie

Bolletjes

Een scooter met twee Marokkaanse jongens komt met piepende banden naast mij tot stilstand bij het stoplicht.

‘We moeten heel veel bolletjes kopen,’ zegt de jongen met de kaalgeschoren kop.

‘Jaah, héél veel bolletjes,’ zegt de  jongen die zijn petje achterstevoren draagt.

Ik denk: bruine bolletjes zijn heroïne, witte bolletjes zijn cocaïne.

‘En dan gaan we ze smeren,’ zegt de kaalgeschoren jongen.

‘Gaan we met zijn allen doen ja, de bolletjes smeren,’ zegt het petje.

Het licht gaat op groen, de scooter stuift weg.