Geen van de werken is van de genoemde leerling. En hij heet ook geen Mohammed natuurlijk.

‘Meester, ik vond verf maken heel erg stom,’ zegt Mohammed. Hij heeft de hele les moeilijk gedaan, rommel gemaakt en andere leerlingen afgeleid. Zijn schilderij, die hij met heel veel gepruttel en gezucht af maakte, is één grote boze kliederboel van zwart en donkerblauw.

‘Wat vond jij dan wel een leuke les?’ vraag ik.

‘Nou, dat weven bijvoorbeeld. Dat vond ik heel leuk.’

Toen ik de klas leerde weven op een weefraam van karton, met breiwol, begon hij ook lastig.  Na een kleine crisis (alles loshalen en opnieuw beginnen) werd hij zó enthousiast dat hij zelfs in de pauze doorging met weven. Even nadenken. Wat zou de hele klas leuk vinden, inclusief Mohammed. Iets spannends, een beetje gevaarlijk?

‘Vuur maken doen we pas de laatste les,’ zeg ik.

‘Neehee,’ zegt hij. ‘Vind ik ook niet leuk.’ Dan zucht hij diep, denkt na.

‘Ik weet het meester! Leert u ons alsjeblieft, alsjeblieft breien? Dat zou ik heel graag willen!’

Dan moet ik hem vertellen dat ik zelf niet kan breien, en dat ik dat dus ook niet kan uitleggen. Hij is diep teleurgesteld.

Nu is het bijna twaalf uur, mijn vriendin ligt al in bed en ik zit achter de computer, met drie tabbladen met informatie over breien en zes YouTube filmpjes over hetzelfde onderwerp. Allemaal om Mohammed te leren breien.