Drie politieauto’s stoppen met piepende remmen, zes agenten springen er uit, sprinten op ons af, pakken ons beet en slaan handboeien om onze polsen. En het is wel een beetje onze eigen schuld.

Niet dat we een moord hebben gepleegd ofzo, of hebben ingebroken, we zijn geen criminelen! We hebben gewoon een paar lucifertjes in een prullenbak gegooid. En de lucifers brandden. Dus die bak ook. Misschien hadden we het niet moeten doen in het winkelcentrum waar de week ervoor net acht winkels waren afgefikt, maar goed, we zagen een stalen prullenbak met veel papier erin, dus dan gaat het bij ons een beetje kriebelen. We bleven er wel bij, zodat het vuur niet kon overslaan ofzo. Wij zijn geen pyromanen. Maar een fikkie is gewoon leuk, zo op zijn tijd. En toen kwam er een wout aan. Een platte pet, een eenstreper. Net zindelijk en dan al de straat op om mensen lastig te vallen met dingen die niet mogen. Zeikerd. Dus toen die juut ons zag, zei hij gelijk dat hij ons een bekeuring ging geven. En wij vertelden hem precies hoe hij die bekeuring het beste kon oprollen om hem in zijn eigen aars te steken. En dan rennen natuurlijk hè, want hij kon er niet om lachen. Weten wij veel dat hij zijn vriendjes en vriendinnetjes op ging roepen.

Op het bureau moesten we onze jassen en schoenen uitdoen. En legitimaties inleveren. Die legden ze weg. Bang dat we weer weg gingen rennen zeker, naar het buitenland ofzo. Wachten op de gang, anderhalf uur, op sokken en in t-shirt. En het is nooit warm in de gang, dat kan ik je vertellen. Krijgen we te horen dat we naar de hoofdagent moeten! Niks geen pv-tje en dan naar huis en dan wachten op de bon zoals gewoonlijk, nee hoor, naar de grote meneer in zijn eigen kantoor met het grote bureau. Daar waren we nog nooit geweest. Die eenstreper zei dat wij die grote fik hadden aangestoken, in dat winkelcentrum. Maar dat waren wij dus echt niet. Ik weet precies waar die fik begonnen is. Bij de Marokkanen van de Telegraaf. Die krijgen hun kranten altijd uitgedeeld in het halletje. En soms blijft er een stapeltje over. Die breng je natuurlijk netjes naar de papierbak, als je een homo bent. Doen wij dus ook niet, van het AD. Overbodige kranten gooi je bovenop de overkapping. Ziet niemand, ligt perfect uit het zicht. Alleen als het hard waait, wil er nog weleens een oud krantje vanaf waaien. Maar goed. Die gasten staan elke ochtend onder een berg droog oud papier. En die roken ook weleens een jointje om wakker te worden. Misschien was het een ongelukkie, misschien was een van die Mohammedjes ontslagen en boos. Weet ik het. Of het waren de winkeliers zelf. Die zitten al jaren te zeiken dat ze een nieuw winkelcentrum willen, zegt mijn moeder. En dat krijgen ze dus niet van de gemeente, want dit is pas twintig jaar oud. Nu ziet het er beter voor ze uit, nu het halve winkelcentrum afgefikt is, en de andere helft verzopen in het bluswater.

We moeten naar binnen. Eens kijken of die snor ons die grote fik gaat aannaaien.

Shit, hij kijkt naar onze shirts. Misschien hadden we vandaag niet onze favoriete t-shirts aan moeten trekken. RAMMSTEIN in grote geile letters op een vlammenachtergrond.
‘Al lang fan?’ vraagt die strenge snor. Wij knikken.
‘Weleens naar een concert van ze gegaan? Festival?’
Wij lachen een beetje. Mag niet van onze moeders. Hij knikt.
‘Tien jaar geleden zag ik ze op Lowlands,’ zegt hij,  ‘Hele mooie show. Tien meter hoge vlammen naast het podium!’
We hebben op youtube alle video’s tien keer gezien. Rammstein is mooi, vuur is mooi, Rammstein met vuur is mooi in het kwadraat.
‘En toen zag ik ze een maand later in Paradiso. Grote zaal. Is een ouwe kerk, wisten jullie dat?’
Dat wisten we niet, maar we zijn dan ook hagenezen en geen joden.
‘Dacht ik dat ze niet dezelfde vuurwerkshow zouden doen. Binnen, weet je wel, brandveiligheid en alles.’
Hij schuift onze identiteitskaarten over zijn bureau naar ons toe.
‘Maar ze deden het wel. Vlammen tot aan het plafond! Maar wel veilig hè. Ze gaan niet hun fans in de fik steken.’
We grijnzen, pakken onze legitimaties. Vijf minuten laten staan we buiten. En wij gaan binnenkort naar een optreden van Rammstein. Want die snor heeft een brief geschreven, op officieel politiepapier.

En dat onze moeders mee moeten, nemen we maar op de koop toe.