Ik geef mijn dochter van twee een vochtig doekje zodat ze zelf haar handen kan schoonmaken. Zorgvuldig veegt ze de chocoladepastastrepen er vanaf.

‘Papa, víes,’ zegt ze dan. Ze wijst op mijn hand, ik kijk mee.

Ik zie niks vies.

‘Vies!’ zegt ze weer en ze raakt mijn hand aan. Als ik haar witte handje naast mijn lichtbruine hand zie, begrijp ik wat ze bedoelt. Ze denkt dat mijn bruine huid vies is.

‘Nee hoor,’ zeg ik, ‘papa is gewoon een beetje bruin. Kijk maar.’ Ik pak een vochtig doekje en laat zien dat het bruine er ècht niet vanaf kan.

‘Jij bent gewoon een beetje meer roze, net als mama, papa is een beetje meer bruin, net als je broers.’

Ze schudt haar hoofd.

‘Nee,’ zegt ze. ‘Papa vies.’

Kleine racist, denk ik dan. Dat wordt nog wat als je een familiefeestje van de Surinaamse tak van mijn familie bezoekt.