Een idee voor een verhaal komt mijn hoofd binnen. Ik zie dat de trein elk moment het station kan binnenrijden, en besluit om het idee even te parkeren. Tijdens de treinreis heb ik alle tijd om het goed uit te werken, en ik hoef maar een paar tellen geduld te hebben voordat ik rustig kan zitten, met mijn schrijfblok op schoot in plaats van mijn kleine notitieblokje in mijn hand, zodat ik goed leesbare letters kan produceren in plaats van moeilijk te ontcijferen krabbels.

Maar dat geduld, dat heb ik niet. Het idee springt op en neer in mijn hoofd, rent gillend langs mijn ruggengraat en zorgt voor kippenvel op mijn billen. Het móet geschreven worden, en niet zo meteen, maar nú. In mijn gedachten ren ik tegen de betonnen pilaren op en omhoog en maak salto’s achterover. Ik moet, ik moet, ik MOET schrijven! AaaaaH!

Zou ik eindelijk weer verslaafd zijn aan het schrijven? Heeft mijn zoektocht van de afgelopen jaren me eindelijk gebracht waar ik zo ontzettend graag wil zijn? Ik durf het bijna niet te hopen.