Mijn zoontje komt terug van de gang, waar hij even op de trap heeft gezeten. Ik had hem daar neer gezet omdat hij bleef jengelen, wat ik ook probeerde. Vriendelijk zijn hielp niet, grapjes maken hielp niet, streng zijn hielp niet, en omkopen ook niet. Dan maar even afkoelen.

‘Ga je niet meer zo zeuren?’ vraag ik aan hem. Hij schudt zijn hoofd.

‘Nee papa.’

Dan loopt hij door naar zijn moeder, die in de keuken staat.

‘Mama,’ zegt hij, en hij tikt op haar been. ‘Mama?’

‘Ja lieverd,’ zegt ze en ze kijkt naar hem.

‘Papa heeft mijn verpesting uitgepist,’ zegt hij. ‘En dat vind ik niet leuk.’

Mijn vriendin kijkt gauw weg omdat ze moet lachen.

‘Wat?’ vraagt ze, de andere kant op kijkend. ‘Wat heeft papa gedaan?’

‘Mijn verpesting uitgepist,’ zegt mijn zoontje nogmaals.

Hij kijkt mij beschuldigend aan.

‘Wat bedoel je daarmee?’ vraag ik.

‘Gewoon, je hebt mijn verpesting uitgepist. En dat vind ik niet leuk van je, papa.’

Mijn vriendin snikt van het lachen achter haar hand. Mijn zoontje kijkt naar haar. Ze gaat op haar knieën zitten en slaat haar armen om hem heen, zodat hij haar gezicht niet ziet.

‘Wat vervelend voor je lieverd,’ zegt ze. Er rolt een traan over haar wang.

Ik wil heel graag weten wat hij nou bedoelt.

‘Als ik je verpesting uitpist,’ zeg ik, ‘Bedoel je dan dat ik boos op je ben?’

Hij schudt zijn hoofd.

‘Dat ik je optil en op de gang zet?’

Weer schudt hij zijn hoofd.

‘Nee, gewoon, dat je mijn verpésting uitpist,’ zegt hij nogmaals, alsof hij het daarmee uitlegt. Mijn vriendin loopt de keuken uit.

‘Even mijn neus snuiten,’ liegt ze. Ze doet de deur naar de gang achter zich dicht. Ik hoor haar daarachter snikken van het lachen.

Ik loop naar mijn zoontje, ga op mijn knieën voor hem zitten, doe mijn armen wijd open.

‘Kom,’ zeg ik en hij laat zich insluiten in mijn armen.

‘Ik zal proberen niet meer je verpesting uit te pisten voortaan,’ beloof ik.

‘Dank je papa,’ zegt hij. Dan laat hij zich even knuffelen.

‘Je bent de allerliefste papa,’ zegt hij dan. Mijn vriendin komt binnen als hij dat zegt. Ze knikt.

‘Dat ben je inderdaad,’ zegt ze. ‘Maar je moet echt kappen met zijn verpesting uitpisten.’