Al drie dagen durf ik het huis niet uit. Ik zit van vroeg tot laat achter mijn laptop. Dat is het enige scherm dat ik nog niet heb gesloopt, na de ‘situaties’ met mijn telefoon en de televisie.

Ik ben niet de enige. Over heel de wereld zijn mensen in de war, omdat ze ineens onmogelijke dingen kunnen. Het zijn niet alleen figuren zoals ik, die met jaren van oefening goed zijn geworden in het beroepsmatig vriendelijk foppen van mensen (hoewel ik ook wel eens mijn vaardigheden inzet voor eigen gewin, of het nou voor geld of voor seks is). Het zijn ook mensen die al jaren claimen bovennatuurlijke krachten te hebben, om daar mensen geld mee af te troggelen. Het is niet niks, als je al heel lang doet alsof je overleden mensen kan spreken, dat je dat ineens ook echt kan. Een flink deel van deze charlatans had de afgelopen dagen zelfmoord gepleegd: teveel klachten van voormalige klanten waarschijnlijk. En wat dacht je van de mensen die doen alsof ze gedachten kunnen lezen? Die hebben ook vaak geen zin meer in het leven als ze erachter komen wat er werkelijk in mensen omgaat.

Toen ik wakker werd drie dagen geleden, voelde ik me al een beetje vreemd, maar ik dacht dat het gewoon een kater was van de avond ervoor. Ik was na een show dronken geworden in een bar tijdens mijn pogingen om een van de gasten te versieren. Ze had dan wel een vriendje, maar meestal maak ik een kans als ik ongemerkt hun telefoon uit hun tas vis, en mijn telefoonnummer in het geheugen achterlaat met de naam ‘Sexieboi’. Meestal moeten ze dan zo hard lachen als ik ze vertel dat mijn nummer in hun telefoon staat en ze zoeken het op, dat ik ze daarmee al half bij me in bed heb.

Maar het was geen kater. Ik werd wakker, voelde me raar, zette koffie (er gebeurde niks bijzonders) pakte een sigaret (er gebeurde niks) stak hem aan (weer gebeurde er niks dat het vermelden waard is) en nam mijn eerste hijs. Heel gewoon, roken. Toen ging ik achter mijn bureau zitten omdat ik een leuk idee had gekregen over een nieuwe truc. Een foto maken van iemand met mijn mobiel en het dan op een vel papier leggen. Als ik de telefoon weg haal: tada! de foto is op het papier geprint. Een variant ervan had ik voor zeshonderd euro gekocht op een beurs voor goochelaars en ik vond dat het tijd was om mijn eigen versie te gaan bedenken, zodat ik de investering terug kon verdienen. Om mijn creativiteit op gang te krijgen, oefende ik de reeks handelingen die nodig was om tot het foto-kopieer moment te komen. Ik maakte een foto van mezelf met mijn telefoon, legde een vel wit papier op tafel, plaatste mijn telefoon op het vel papier, bedacht de hele tijd hoe ik dit zó kon doen dat ik de aandacht van het publiek kon houden waar ik het wilde houden. Toen haalde ik mijn telefoon van het velletje papier.

Ik weet nú hoe jullie je voelen. Ik wist al hoe het er uitziet als jullie kijken naar mijn goocheltrucs. Verbazing en soms zelfs verbijstering. Jullie weten dat ik alleen maar handig ben, dat ik trucjes heb geoefend tot mijn vingers bloedden. Dat ik handige tools en gadgets heb om de meer complexe trucs mogelijk te maken. Maar toch voelen jullie de magie, raken betoverd. Ik vind dat nog leuker dan het geld dat ik er mee verdien, bijna dan (ik moet mijn huur betalen en een fatsoenlijke kamer in Amsterdam is niet goedkoop).

Nu voelde ik me ook zo. Ik was verbijsterd. Mijn mond hing open, letterlijk. Mijn sigaret viel uit mijn mond. En toen gebeurde het tweede onverklaarbare. In een reflex stak in mijn hand uit om de sigaret op te vangen om niet weer een brandgat in de vloer te krijgen, en ‘floeps’. Weg sigaret. In plaats daarvan lag er een euro in mijn hand. Ooit had ik een truc waarbij ik een brandende sigaret liet verdwijnen en in plaats daarvan een euro tevoorschijn liet komen. Maar dit was niet voorbereid. Er zat geen euro in mijn mouw, geen veer om hem eruit te laten schieten. Even dacht ik na, toen pakte ik een tweede sigaret. Ik stak hem op, liet hem vallen, ving hem op. Floep. Weer een euro.

Hoeveel kost een pakje sigaretten? Zes euro? Zitten er twintig in. Veertien euro winst per pakje. Ik grijns. Dit is het eerste positieve nieuws van deze drie dagen.

Ik kijk weer naar de tv. Nou ja, tv, de rand van het ding is nog wel een tv, maar in het midden is een enorme spiegel verschenen. Een andere verrassing. Ik keek alleen maar naar de televisie die uitstond, en bedacht me dat een tv op zo’n moment een spiegel was. Meteen had ik ook een leuke truc in gedachten en een ruwe schets van hoe ik het zou uitvoeren, maar ‘pats’ de tv was een spiegel. Geen idee hoe ik het terug kon toveren. Lekker handig, toveren zonder de macht om iets weer terug te draaien.

Op mijn laptop lees ik verder over de mensen die ineens ècht kunnen toveren. Dat gaat niet altijd goed. Er zijn al meerdere mensen gestorven, of misschien erger nog, compleet verdwenen in kisten of achter deuren. Niemand weet meer waar ze zijn! Er zijn banken leeggeroofd door mensen die muren laten verdwijnen. Eén president van een land is vermoord door een vliegende pen die de kamer in kwam zweven en die zich in haar oog boorde. De halve wereld is paranoïde nu.

En ik ook, bang voor mezelf. Ik durf niet eens al mijn sigaretten om te toveren in euro’s, want ik weet niet of ik per ongeluk iemand betover op weg naar de winkel om nieuwe te halen. Heel voorzichtig rook ik de sigaret op, bang dat ik er iets anders van maak. Erg irritant dat ik de laatste tijd overal manieren zie om goocheltrucs van te maken! Elke verzonnen truc, hoe slecht bedacht ook, lijkt direct waarheid te worden.

Iemand gilt. Iemand gilt keihard aan de andere kant van de straat. Ik kijk uit het raam, zie een jonge vrouw, een mooie jonge vrouw die wordt lastiggevallen door een kerel met enorm lange armen. Vast ook een goochelaar. Hij wikkelt zijn lange stengels om haar heen en rekt dan zijn benen uit die groeien en groeien. Ik sta verstijfd. Wat moet ik doen? Hoe kan ik helpen? Dadelijk doe ik iets verkeerd, en laat ik de vrouw verdwijnen. En dan schiet me de truc te binnen. De truc die ik ooit zag op tv. Een truc van een naar beneden dalend zonnescherm dat over twee mensen heen valt, en als het doek weer opgetrokken wordt, staat er nog maar één persoon. Ik concentreer me op het zonnescherm aan de andere kant van de straat, het scherm dat precies boven de lange armen man en het mooie meisje hangt. Ik bedenk me hoe de truc zou werken, met spiegels en een deur in de vloer, een paar meter touw en katrollen. Ik zie het voor me en dan ‘zwoesj!’

Het zonnescherm valt. Ik zie er één tel beweging onder, dan niets meer. Er zit nog wel een bult onder het doek. Zou dat mooie meisje er onder zitten, of die enge gast met zijn lange armen?

Ik kijk naar mijn kamerdeur. Tijd om naar buiten te gaan. Ik doe mijn jas aan, en snel de trap af.

Buiten op straat is het stil. Ik ben vast niet de enige die het eng vindt om naar buiten te gaan. Zo vlug als ik kan ren ik naar het gevallen zonnescherm. De volgende keer moet ik me ook bedenken hoe het weer weggetrokken wordt!

Voorzichtig trek ik het scherm weg. Ik zie, ik zie een hand. Een hand met een normale arm, gelakte nagels. Daar is het meisje. Ze kijkt me aan. Wauw! Ze is echt mooi.

‘Wat is er…,’ zegt ze.

Ze gaat staan, kijkt om zich heen.

‘Waar is die… wat was het? Wie?’

Ik haal mijn schouders op.

‘Geen idee, maar hij is weg. Heb ik gedaan,’ zeg ik met enige trots.

Ze kijkt me aan. Langzaam krijgt ze een blik vol afschuw op haar gezicht.

‘Ben jij er ook zo eentje? Gatver. Ga je ook je trucjes gebruiken om meisjes mee te slepen?’

‘Nee!’ zeg ik, ook al was ik vroeger wel een beetje zo. ‘Nee, dat zou ik nooit doen,’ zeg ik met zoveel mogelijk overtuiging.

‘Sorry,’ zegt ze. ‘Ik was even aan het flippen. Niet alle mannen zijn zo natuurlijk.’

Ik lach breed.

‘Doei,’ zegt ze dan, onverwacht. Ze pakt haar handtas die was gevallen tijdens haar worsteling met de freak. Ze loopt weg, eerst rustig, maar dan kijkt ze één keer naar me om en rent dan verder. Ik kijk haar na. Ik weet niet wat ik van haar verwachtte toen ik haar redde van dat monster. Maar op zijn minst een beetje dankbaarheid.

Ik schud mijn schouders los. Drie dagen binnen zitten, gespannen, is niet goed geweest voor mijn lichaam. Het is tijd om een wandeling te maken. En het is tijd om te achterhalen wat ik allemaal kan! Ik beweeg mijn vingers, wat ik altijd doe voordat ik een goochelshow geef, om ze warm en soepel te maken. Dan kijk ik de straat door. Waar heeft er iemand hulp nodig? Wie is er in de problemen omdat een eikel die een beetje kon goochelen zijn nieuwe vaardigheden misbruikt? Ik kom er aan.

Bij bijzondere krachten horen bijzondere verantwoordelijkheden. Het is tijd om mijn verantwoordelijkheid te nemen.

Maar eerst eens kijken of de sigarettenboer open is, anders word ik kriegelig.