‘Je bent een goede man,’ zegt ze, ‘Je vrouw zal blij met je zijn!’

Ik loop naast het frêle moedertje met de twee kleine kinderen dat met drie zware boodschappentassen en een kinderwagen uit de tram was gestapt. Ik draag de loodzware tas die niet aan het stuur van de kinderwagen kon.

Ik beaam lachend dat mijn vriendin blij met me is. Meestal.

Ze zucht als ze naar haar kinderen kijkt. ‘Hun vaders verlieten me metéén toen ze hoorden dat ik zwanger was.’

We steken een drukke straat over en moeten daarna over een pad dat is gemaakt van rubberen platen, gelegd over zand. Ze heeft moeite om de kinderwagen over de platen te duwen. Gelukkig loopt haar oudste kindje braaf mee.

‘Daarom vroeg ik ook aan mijn vriendin,’ zeg ik, ‘toen ik haar net ontmoette, of ze kinderen wilde. Ik wel namelijk en anders had ik een andere vrouw moeten zoeken.‘

‘Als ik met mannen date, zeggen ze áltijd dat ze geen kinderen willen!’ zegt ze.

Ik geef haar boodschappentas als we bij haar voordeur zijn, ik groet haar en zwaai naar haar oudste kind. En als ik weg loop, denk ik: Misschien had je niet twee keer zwanger moeten worden van de mannen die aangaven dat ze geen kinderen wilden. En die mannen? Die moeten leren om er een rubbertje om te doen.