Ik doe de was in de nieuwe wasmachine als het me opvalt. Het is stil beneden. Mijn zoontje was daarnet nog Thomas de Trein aan het kijken, maar blijkbaar heeft hij de dvd uitgezet. Even ben ik zo stil mogelijk, maar nog steeds hoor ik hem niet.

Mijn moeder hoorde ooit ook niets, 36 jaar geleden.

Ik loop naar de trap, blijf bovenaan luisteren. Zacht hoor ik het gezoem van de automatische ventilator die aan gaat als je het licht in het toilet aan doet.

Mijn moeder vond me ook ooit pas toen ik door trok, op het toilet boven.

Ik loop snel de trap af.

Ik sta voor de deur. Dicht, maar niet op slot gelukkig.

36 jaar geleden kwam ik apetrots het toilet uit, mijn handjes vol poep. Ik had blijkbaar zo’n enorme bolus gedraaid dat ik er iets mee moest. Zo hoog als ik reiken kon, had ik de tegels volgesmeerd.

Ik ruk de toiletdeur open. Betrapt kijkt hij me aan.

‘Sjoonmaken!’ zegt hij dan, en laat trots de toiletborstel zien waar hij net de pot mee aan het schrobben was.
Daarna heb ik met terugwerkende kracht even medelijden met mijn moeder.