‘Ik doe al sinds mijn veertiende alles in het huishouden,’ zegt ze tegen ons, ‘mijn broers doen nooit iets, mijn vader ook niet. Die vinden dat vrouwenwerk, de was doen, stofzuigen en afwassen enzo.’

We kijken elkaar aan, lachen om die ouderwetse Brabantse jongens.

‘Mijn moeder deed het altijd, maar ze raakte verslaafd aan Second Life. Ze had daar een heel groot huis en een vast vriendje. Ze zat er dag en nacht. Toen heeft mijn vader haar gedwongen om te kiezen. Ons en de boerderij of hem en die nepwereld. Ze woont nu in Antwerpen bij die jongen, in een heel klein appartementje. Ze zitten de hele dag naast elkaar op de bank met hun laptop, in Second Life.’

‘Zie je haar nog wel eens?’ vraagt iemand.

‘Vroeger ging ik in het weekend bij haar langs, maar nu niet meer. Nu ga ik alleen af en toe bij hun huis langs in Second Life om te kijken hoe het met haar gaat. Volgens mij is ze nu wel gelukkig. Maar ik mis haar wel.’