Twee toeristen tillen de oude man met rolstoel en al de tram in. Ze rollen hem ook door de drukte heen naar de rolstoelplek tegenover het conducteurshokje.

‘Doorlopen naar voren graag, please walk to ze front’ zegt de grote, kale tramconducteur die onderuitgezakt in zijn hokje zit.

Iedereen loopt gewee door en de tramdeuren sluiten. Dan zit de conducteur ineens rechtop. Hij kijkt naar de man in de rolstoel die vriendelijk zwaait naar de toeristen die hem naar binnen hielpen.

De conducteur ramt op de knop om de deuren van de tram weer open te maken.

‘Eruit!’ roept hij tegen de oude man, ‘Mijn tram uit!’

De oude man in de rolstoel kijkt geschrokken naar de conducteur.

‘Oprotten!’ brult de conducteur boos.

Iedereen kijkt verbijsterd toe.

Dan verheft de grote conducteur zich uit zijn stoel, legt zijn hand op de klink van het deurtje.

‘Moet ik je er nou echt wéér uitflikkeren?’

Als de conducteur het deurtje opent, staat de oude man plotseling kwiek op, pakt de rolstoel beet en hupt de tram uit.

De conducteur doet het deurtje weer goed dicht en mept tevreden op de dicht-knop van de tramdeuren. Dan kijkt hij me aan.

‘Hij gebruikt de rolstoel van zijn overleden vrouw om te proberen gratis met de tram te reizen. Mooi dat ik daar niet in trap. De schurk.’