‘Het verkeer in Amsterdam is gevaarlijk, ja,’ zegt de dame van vijftig terwijl we samen kijken naar de ambulance en de politiewagens die de weg blokkeren voor de flat waar ze woont.

‘Ik ben overreden door een vrachtwagen toen ik twaalf was,’ zegt ze dan. ‘Voorwielen én achterwielen.’

‘Het zadel van mijn fiets was helemaal bij mij naar binnen geduwd door de vrachtwagen, tussen mijn benen zeg maar. Ze hebben alles weg moeten halen toen, alles was kapot gegaan. Ik kon daardoor geen seks hebben of kinderen krijgen, vertelden ze me. Daarom heb ik ook nooit zin gekregen in een vriendje. Ik moest vroeger zelfs altijd een luier dragen, dan wil je aan je lijf geen polonaise. Wel jammer hoor.’

Dan klaart haar gezicht op. ‘Weet je wat zo fijn was? Ik kon twintig jaar mijn plas totaal niet ophouden, maar toen kwam er eindelijk een arts die het aandurfde om me te opereren! Ik lek nu alleen nog maar af en toe een drupje. Dat is zo fijn!’

Ze draait zich om en loopt naar binnen.

‘Thee?’ vraagt ze.