Achter mij stappen een hip geklede jongen van twintig en zijn even hippe vriendin de bus in. Hij rommelt omslachtig in zijn zakken, zij koopt een kaartje bij de chauffeur. De buschauffeur, een man van 50 met een verweerde kop, bekijkt het gerommel van de jongen kritisch, doet de deur alvast dicht.

Dan heeft de jongen zijn kaart gevonden. Hij haalt het met een snelle zwiep over het apparaat, krijgt een foutmelding. Weer een snelle zwiep, en weer het afkeurende geluid. De jongen kijkt naar de kaart en draait hem om, wil hem er dan weer langs zwiepen.

‘Je denkt toch ook niet bij je wijf dat ze met één snelle zwiep tevreden is,’ zegt de buschauffeur luid en duidelijk. De hele bus gaat iets anders op zijn stoel zitten om te kunnen volgen wat er gebeurd. De jongen bloost, het meisje grijnst. Nu haalt de jongen de kaart er wat rustiger langs. Foute piep. Nog trager haalt hij de kaart er langs, maar weer lukt het niet. De jongen wordt een beetje zenuwachtig, probeert het nog een keer, nog langzamer, maar helaas. Dan grist zijn meisje de kaart uit zijn hand, drukt het een hele tel tegen de machine aan. Een tevreden piep komt er uit het apparaat.

‘Thuis moet ik het ook altijd zelf doen,’ zegt ze tegen de buschauffeur en ze knipoogt.

Als de jongen en het meisje in Monnickendam uitstappen, zwaait de chauffeur naar ze.

‘Veel plezier met het goedmaken, meid!’ roept hij, en dat is het eerste moment dat de jongen weer een beetje kan lachen. En zijn vriendin geeft hem een kusje.