Mijn vriendin straalt bij de gedachte aan het verhaal dat ze gaat vertellen over ons zoontje van 4. Ze speelt het gesprekje na dat ze met hem had eerder vandaag.
‘Wat heb je op school gedaan?’ vroeg ik.
‘De juf en ik zijn in de sloot gesprongen, samen,’ zei hij.
‘Je gaat toch niet zo maar in de sloot springen?’ zei ik toen, en toen zei hij:
‘Nee hoor, juf en ik hadden eerst al onze kleren uitgedaan.’
‘Grappig hè!’ zegt ze. ‘Toen we naar huis fietsten, zei hij halverwege: Daar mama, in die sloot waren we gesprongen, de juf en ik. Waar dat ventje dat toch allemaal vandaan haalt?’

Ik vraag me af: was het de juf van 22 of de juf van boven de 50, die bloot met mijn zoontje in het water sprong? Meteen schaam ik me. Het was een verzonnen verhaal, en dit is niet relevant. Ik probeer de gedachte weg te lachen.
‘Ja, waar haalt hij het allemaal vandaan,’ zeg ik.
‘Hij heeft echt jouw fantasie,’ zegt ze en ik dan lach ik echt.