‘Wat ben je mooi, papa,’ zegt mijn zoontje. Hij streelt mijn kin en wangen als ik zijn luier verschoon.

‘Oh ja?’ zeg ik met een smeltend hart. ‘Wat vind je dan mooi aan mij?’

‘Ik vind je snor mooi.

En je baard.’

Dan zwijgt hij.

‘Wat vind je nog meer mooi aan mij?’

‘Verder niks,’ zegt hij dan en hij glimlacht.

En die glimlach vind ik mooi aan hem.

Maar verder niks.