‘Is de grote baas er vandaag?’ vraag ik aan de directiesecretaresse.

Ze schudt haar hoofd. ‘Wim is er niet.’

Dan pauzeert ze even.

‘Zijn kraantje is lek. Vandaag laat hij er een nieuw rubbertje in zetten,’ zegt ze dan. ‘Poliklinisch hoor, morgen kan je hem weer bereiken.’

‘Bedankt,’ zeg ik en ik vraag me af of ik de directeur ooit nog kan zien zonder aan zijn lekkende kraantje te denken.