‘Eeeh ja,’ zegt ze, ‘ik heb dus twéé vriendjes.’ Zij haalt haar schouders op alsof het haar ook maar overkomen is. Alle andere gesprekken tussen de begeleiders van het therapeutische kinderkamp vallen stil.

‘Ze zijn van mijn vereniging. Op een avond heb ik met allebei gezoend, de dag erna belden ze me op. Alletwee. Ik vond ze gelijk al leuk, dus ik heb ja gezegd. Twee keer dus. En na een paar dates met ze, één voor één hoor, wist ik dat ik niet kon kiezen. Heb ik ze ook eerlijk verteld.’

‘Hoe reageerden ze?’ vraagt een van de ervaren kampbegeleiders.

‘Ze schrokken wel een beetje. Ze kennen elkaar ook goed, dus dat maakte het wel gek voor ze. Maar ze willen me geen van beiden kwijt. Dus nu heb ik twee vriendjes.’

Een andere begeleider schudt vol ongeloof zijn hoofd.

‘Dat zit toch geen toekomst in,’ zegt hij.

‘De toekomst, daar ga ik in de toekomst wel over nadenken. Nu geniet ik er gewoon van. Twee vriendjes is namelijk heel gezellig! Er is er altijd wel eentje met wie ik leuke dingen kan doen. Ze moeten wel tijd voor me vrijmaken natuurlijk, anders spreek ik gewoon met de ander af.’

En dan lacht ze haar brede lach.