De jonge kapper groet ons vrolijk, zwaait naar onze zoon. Mijn zoon lacht terug.

De jonge kapper komt uit het huis van onze buurvrouw, die regelmatig bezoekers heel kort op bezoek heeft, ook om drie uur ‘s nachts.

De jonge kapper komt steeds vaker bij de buurvrouw.

De jonge kapper vermagert, krijgt wallen onder zijn ogen.

De jonge kapper wordt ontslagen bij de kapperszaak.

De jonge man spreekt ‘s avonds smekend met de sombere mannen die vaak met hun auto voor het huis van onze buurvrouw staan. Zij schudden hun hoofd.

De jonge man heeft een grote boodschappentas vol flessen shampoo en conditioner die hij trots laat zien aan de sombere mannen. Ze knikken.

De jonge man groet ons, zwaait naar mijn zoontje, vraagt of hij geld mag lenen.

De jonge man loopt over straat in de nacht, ingevallen gezicht. Hij voelt aan autoportiers en huisdeuren.

De jonge kapper verdwijnt langzaam.