Een Turkse moeder draait de kinderwagen met haar 1-jarige zoontje naar links als ze bij de balie komt. Haar kind draait zich om, probeert oogcontact met zijn moeder te krijgen, maar ze moet praten met de dame achter het loket. Nog een keer probeert hij het, draait zich lichaam zo ver mogelijk, rekt zijn nek uit, maar zijn moeder is druk bezig. Hij kermt, niet hard maar wel klagelijk. Zijn moeder kijkt heel snel naar hem, maar als ze ziet dat er niets aan de hand is, gaat ze verder met het gesprek. Hij is even stil, begint dan zachtjes te jammeren. Zijn moeder glimlacht verontschuldigend naar de mensen om haar heen.

Dan draait een meisje van drie aan de andere kant van de hal zich om. Haar roze jurkje, roze sandaaltjes en roze haarband steken mooi af tegen haar diepbruine huid. Ze heeft een toverstaf in haar hand, ook roze. Als ze ziet waar het gehuil vandaan komt, loopt ze zonder te aarzelen op het jongetje af en gaat naast hem staan. Met één vinger streelt ze heel teder zijn hoofd. Hij houdt meteen op met huilen, kijkt naar het roze engeltje, strekt even zijn hand uit om haar toverstaf aan te raken maar laat dat dan, rustig geworden door haar zachte aanrakingen. Hij sluit zijn ogen. De moeder van het jongetje kijkt om als ze hem niet meer hoort piepen, glimlacht naar het meisje, zoekt even oogcontact met de moeder van het roze dametje, ze glimlachen. Het jongetje zit rustig in zijn wagen, het meisje aait.

Dan komt de moeder van het meisje in beweging, ze is klaar. Ze roept haar dochtertje. Het meisje aait nog één keer, maakt dan haar ogen van hem los, kijkt naar haar moeder. Deze steekt haar hand uit om haar dochter mee te nemen. Het meisje rent naar haar moeder, huppelt mee naar de draaideur. Het jongetje mist de aanraking meteen, doet verschrikt zijn ogen open, kijkt om zich heen, ziet het engeltje verdwijnen, steekt verlangend zijn armen uit en jammert, nog even. Ze kijkt niet om.