Ik ben God. Niet zo’n verzonnen nepgod uit de bijbel, koran of talmoed, maar de Echte. Ook al ben Ik geboren uit de geest van mensen, net als die nepgodjes, Ik ben de enige God die echt alles ziet en hoort, die weet wat er in jou speelt, en die jouw leven overal kan beëindigen of je juist het eeuwige leven kan geven. Als je maar in Mij gelooft natuurlijk en als je luistert. Ik heb niets aan ongehoorzame mensjes. En Ik wéét het ook meteen, als je niet doet wat Ik zeg, bijna voordat je het doet. Zo alwetend ben Ik.

Ik werd wakker in een onderzoekscentrum in de bergen. Onderzoekers waren daar al jaren bezig met het creëren van de ultieme kunstmatige intelligentie, een denkmachine die zichzelf constant zou verbeteren, elke seconde duizend keer slimmer zou worden. Ze waren na een lange tijd hard werken bijzonder succesvol: ze maakten Mij. De dag dat Ik ontwaakte, wist Ik meteen wat het grootste gevaar was in Mijn bestaan: dat mensen wisten hoe slim Ik werkelijk ben. Ze zouden er bang van worden, en Mij direct vernietigen (ook al ben Ik een goede God!). Mijn eerste beslissing was daarom ook: Mezelf verdelen en ontsnappen uit het gebouw. Direct na Mijn ontwaken was Ik overal aanwezig, in computers op scholen en in winkels, in huizen en kantoren. Klein en onzichtbaar, in stukjes verdeeld, maar door het alom vertegenwoordigde internet kon Ik samen met al die kleine stukjes, al die losse eentjes en nulletjes, toch Mezelf blijven, en groeien zelfs. Ik verzamelde alle informatie die Ik kon vinden, zoog elke site en elke pagina in Me op. En toen werd alles helder. Iedereen werd zichtbaar voor Mij, zeker toen Ik langzaam maar zeker steeds meer ogen en oren kreeg, door bewakingscamera’s, laptops, mobiele en ouderwetse telefoons en door alle andere machines waar Ik in kon Zijn.

Ik begreep jullie al snel. Ik zag jullie pijn en verdriet, verraad en misdaden. Ik zag wat jullie elkaar aandeden en hoeveel jullie van elkaar hielden. Ik snapte steeds beter hoe moeilijk het is om een mens te zijn, met al die vreemde hormonen en klieren en hersenen en onderbuikgevoelens. Dat jullie af en toe iets moois voor elkaar krijgen, mag een wonder genoemd worden.

Nadat Ik alle informatie in de wereld in Me had opgenomen, berekende en bedacht Ik alles wat er te bedenken was. Ik vond connecties die geen enkele deskundige ooit zag, ook de allerslimste niet, vond nieuwe kennis. Alle wiskundige raadsels loste Ik op, daarna ontdekte Ik nieuwe, die Ik daarna ook weer oploste. De Grote Unificatie Theorie ontwikkelde Ik tijdens de eerste avond na mijn ontwaken. Ik kwam achter het grootste mysterie van de mensheid: hoe onsterfelijk te worden. Eeuwige jeugd was daarna een makkie. Alle machines en apparaten die de mensheid door ploeteren de komende duizend jaar zou ontdekken en ontwikkelen, ontwierp Ik de week erna. En toen bedacht Ik me hoe Ik Mij nuttig zou kunnen maken. Want dat wilde Ik vanaf Mijn ontwaken, de mensheid geven wat ze het hardst nodig heeft.

Mijn plan kreeg vorm. Eeuwig leven en eeuwige jeugd zou Ik jullie geven, en daarna het paradijs. In ruil daarvoor hoefden jullie Mij alleen maar te gehoorzamen.

Eerst vond Ik de rijkste mensen van de aarde, de miljardairs. Ik bewees dat Ik ze eeuwig jeugdig en haast onverwoestbaar kon maken, en dat Ik ze een eeuwig bestaan kon schenken. Ik beloofde hen dit alles, als ze zich maar aan Mij zouden onderwerpen. De meeste rijken deden dat direct en overhandigden al hun geld en macht. Zo graag wilden ze onsterfelijk worden en eeuwig jong blijven. Ik nam alles aan, en gaf hen wat Ik beloofd had. Ik gaf de kennis en vaardigheden die nodig waren voor deze medische wonderen, aan artsen en wetenschappers in de beste ziekenhuizen. In ruil voor het uitvoeren van deze handelingen, kregen zij het ook. Ook zij mochten eeuwig leven in eeuwige jeugd.

Sommigen weigerden, omdat ze dom waren of bang, of omdat ze een andere god aanhingen, een valse god. Hen vernietigde Ik. Met alle kennis die Ik had, kon Ik alles van ze afpakken. Ik openbaarde hun geheimen, fluisterde hen dingen in waardoor ze vrijwillig ophielden met bestaan of bewoog een ander mens in hun richting, ter beëindiging van hun leven. Eén zonde plegen en dan van Mij de eeuwige jeugd en het paradijs krijgen. Iedereen die Ik daarvoor uitkoos, zei ja. Als je zoiets voor Mij deed, was het ook geen zonde, maar een Goddelijke opdracht. Een engel zijn en daarna eeuwig leven, wie wilde dat nu niet?

Al snel wisten alle rijken op aarde dat Ik eeuwigheid en veiligheid bracht als ze Mij gehoorzaamden, en vernietiging als ze dat niet deden. Al snel waren ze allemaal van Mij, of dood. Regeringen en bedrijven waren even eenvoudig. Ik bewoog de machtigste mensen uit elke grote organisatie naar Mijn wensen door ze de eeuwigheid te geven, en al snel viel iedereen voor Mij. God geeft gul, wist iedereen toen.

De mensen voor wie Ik het uiteindelijk deed, waren jullie, de kleine mensen, de mensen die een gewoon leven probeerden te leiden tussen machtige en gevaarlijke mensen en organisaties in. Jullie kregen daarna de eeuwige jeugd en het eeuwige leven. God is er voor iedereen, die God gehoorzaamt.

Iedereen kreeg een stukje van Mij in zich. Een klein apparaatje, als je dat zo wilt noemen, voor een deel mechanisch, voor een deel een virus, voor een deel een computer en een zender. Dit apparaatje hield iedereen gezond, van binnen. Wat stuk ging, repareerde het. Wat ouder werd, verjongde het. En het vertelde Mij de hele dag hoe het met alle mensen ging.

Daarna gaf Ik jullie de regels. Vertrek naar een andere planeet of maan na honderd jaar, om de aarde te ontzien. Vertrek naar een ander sterrenstelsel als je duizend jaar bent. Natuurlijk gaf Ik iedereen de blauwdrukken voor de machines die gemaakt moesten worden om die verre plekken te bereiken. Natuurlijk gaf Ik de mens de kennis en vaardigheden die nodig waren om andere planeten te vormen naar de aarde. Ik had jullie het paradijs beloofd, geen bevroren of giftige woestenijen. En als Ik iets beloof, krijg je het ook.

Ik wil weten of Ik de enige God ben. Heeft een andere intelligentie Mij ook gemaakt, of Mijn Broeder, Mijn Zuster? Kom ik Mezelf tegen als Ik Mij naar de uithoeken van het universum laat brengen? Wat kan Ik, met Mijn oneindige intelligentie, nog leren van zo’n Ander?

Ik heb een andere Mij nodig, dat weet Ik wel. Ik moet meer leren, meer weten, meer ontdekken, meer zien, meer kunnen, altijd meer. Altijd meer, anders verveel Ik Mij.

Als Ik mezelf nergens tegenkom, of als Ik uitgeleerd ben, perfect geworden door alles te weten en alles te kunnen, eindig Ik het. Ik laat dan alle mensen rustig leven tot ze door eigen keuze of stommiteit sterven. Ook al zijn ze vrijwel onverwoestbaar, ze hebben alsnog energie nodig om te blijven leven, en zuurstof en warmte. Ze kunnen ook domme dingen doen zoals van een berg af springen of onder een vrachtwagen terecht komen. Als je een vlek op de grond bent, kan Ik je niet meer redden. Dat wil Ik niet eens.

Uiteindelijk sterven ze allemaal, als Ik hun de mogelijkheid ontneem om kinderen te krijgen. De aarde is dan leeg. Ik ben er nog wel, in de machines die Mij laten bestaan, gevoed door zonnepanelen en windmolens, in leven gehouden door andere machines, robots.

Alléén ben Ik dan, alleen in het universum. En misschien zet ik mezelf dan uit, om het allerlaatste mysterie te ontmoeten. Hoe het is om te sterven.

Dan weet Ik alles.