Ga zitten.
Nee, ga gewoon even zitten.
Ja zucht maar, je vader gaat je weer eens een verhaal vertellen.
Zit nou! Ja fijn.
Goed, komtie.

Hier komt: de enige echte reden om altijd ruim van tevoren je huiswerk te maken.
Nee blijf zitten! Het is een goed verhaal. Het gaat over meisjes. Of hoe jullie dat tegenwoordig noemen. Chickies?
Dat is inderdaad ouderwets. Hoe noem je ze dan?
Wat?
Sprotjes?
Echt sprotjes? Wat is de etymologie daarvan…nee laat maar.
Goed. Meisjes dus en huiswerk.

Toen ik nog studeerde…
Hey! Ik pak een rol duct-tape hoor, plak je zo vast aan je stoel.
Ik studeerde, aan de schrijversvakschool, jaja, negen jaar, maar wel afgemaakt en daar gaat het om.

Op een vrijdagavond zit ik eindelijk achter de computer om mijn huiswerk te maken. Computerspelletjes uitgezet en alles, gewoon alleen een witte pagina, de opdracht van school uitgeprint naast het toetsenbord. Half een in de nacht. Om negen uur moet ik op school zijn om een verhaal van twee pagina’s voor te lezen. En ik had nog niets! Nog geen idee zelfs! Maar ik wist wel dat ik met drie uur bikkelen, en dan vier uur tukken, en dan bij het ontbijt de spelfouten eruit vissen… dat ik iets zou maken dat goed genoeg was. Niet goed, maar goed genoeg.

Ik krijg een idee voor een verhaal en ga lekker typen. Een kwartiertje later, pas een paar goeie zinnen op het scherm, de telefoon gaat. Ik zie wie belt.
Ja, dat kon toen allang, wijsneus.
ZE belt, zie ik. Die leuke begeleidster van kamp, grappig, lief, blond, heel leuk bekkie. Cameron Diaz, maar dan iets minder lang. Wie Cameron Diaz was? Gewoon, een lekker ding van vroeger. Maar goed, ZE belt dus! Misschien is het uit met haar vriendje? Een man mag hopen! We hadden fijn geflirt op kamp. Zo ging dat, niets voezelevozen hoor, maar gewoon een beetje, jeweetwel, nonverbaal laten weten dat je elkaar leuk vindt, he. Non-verbaal is trouwens als je…
Oh, dat weet je natuurlijk al. En ik dwaal af.

Goed! Ik neem op, en ze vertelt dat ze in de stad is. Dat is bijzonder, want ze woont in Twente. Twee en een half uur met de trein.
Ze is niet alleen, maar met haar zes beste vriendinnen. Een beetje aangeschoten, hoor ik. Zingen op straat doe je niet als je nuchter bent. En ze lopen in een straat bij mij om de hoek. ‘Zullen we langskomen?’ vraagt ze.
Ik zeg JA voordat ik het door heb. ‘Ga je ook nog mee naar de Paradiso?’ vraagt ze dan. Ik aarzel, zeg dat ik dat nog niet weet.

Zo snel mogelijk ruim ik mijn woonkamer op, een beetje zoals mama dat doet. Hoppekee, veeg alles in een grote doos of la en dichtschuiven. Heel handig.

Ze komen vrolijk binnen, die zeven leuke, schattige en vooral behoorlijk aangeschoten meiden uit Twente. En wat je misschien nog niet weet over je vader is dat ik een enorm zwak heb voor meisjes met een accent. Vlaams absoluut, maar zéker Twents. Kan ik niets aan doen, krijg ik gewoon een hard..eh… kloppend hart van. En van die zeven leuke Twentse meisjes ging mijn hart heel hard kloppen!
Ik schenk thee voor ze in, en bier en wijn en sterke drank. Zij drinken en kletsen met elkaar, en met mij, en vertellen hoeveel positieve verhalen ze over me hebben gehoord van dat ene leuke meisje. Die nog steeds een vriendje heeft, maar ook zes single vriendinnen, de ene nog leuker dan de andere.

Ik moet echt mee met ze naar Paradiso, zeggen ze. Dat vinden ze héél gezellig, als ik mee ga. Met zeven leuke dronken meiden naar de disco. En ze weten nog niet of ze ergens in Amsterdam blijven slapen of dat ze de trein van zes uur naar Twente nemen.
En ik maar nadenken en peinzen over hoe ik èn kan schrijven, èn een fantastische nacht kan hebben met dat stelletje leuke, eh, sprotjes.
Ja, als je vader dat woord gebruikt, klinkt dat raar. Ik zal het niet meer doen.

Ik denk na, heel hard na. En zeg dan nee. Kan bijna de haren uit mijn kop trekken van spijt, maar ik moet nee zeggen. Het moet! Ik wil ècht schrijven, moet daarom de schoolopdrachten en het schrijven serieus nemen. Daarom ben ik nu wel een succesvol schrijver geworden.
Wat? Ach zeur toch niet, ik kan er de helft van de rekeningen mee betalen.
Hey wat nou, wil jij nog op schoolkamp, wijsneus? Ik ben een redelijk goed betaalde schrijver ja, en ik doe tenminste precies wat ik wil doen.
Jij moet nog tien jaar leren en studeren, tegen je zin in.
Ha! Nu jij weer.
Nee, je mag nog niet opstaan. Bijna klaar.

Dus. Meisjes en huiswerk. Dit is het punt dat ik wil maken. Als ik een paar dagen eerder een tekst had geschreven, was ik met die zeven leuke Twentse meiden mee gegaan. Had ik allemaal avonturen beleefd, misschien een van die meiden aan de haak geslagen. Misschien zelfs wel, eh um, ja ik bedoel, alles kan gebeuren! Als je maar je huiswerk maakt, kan je altijd ja tegen spannende avonturen zeggen. Maar ja, je domme papa had nooit geleerd om zijn huiswerk ruim van tevoren te maken. Die deed altijd alles op het laatste moment. En ik kon dat toen niet anders, omdat ik dat altijd zo had gedaan.
Het was wel de juiste keuze toen. Maar zó jammer!

Je mag opstaan, het verhaal is af.
Wat? Hoe bedoel je?
Dat ik betere verhalen te vertellen had als ik wel was meegegaan met die meiden?
Hou je wel even in de gaten dat ik dan nu dit verhaal aan een andere wijsneus had verteld? Eentje met een licht Twents accent?

Ja ja ga nou maar. Voordat ik weer een verhaal ga vertellen.