Er is al een tijdje mot tussen de gabbers en de hardrockers. Het ging mis op een feestje. Ze kregen eerst ruzie over de muziekkeuze van de dj en toen het uit de hand liep zijn met meubels gaan gooien en probeerden zelfs over elkaar heen te rijden. Nu maken ze de hele tijd ruzie. Over muziek, kleding maar ook vaak over helemaal niks. Elke keer als ze elkaar tegenkomen op de gangen, beginnen ze te schreeuwen. Alle andere mensen ergeren zich er kapot aan, maar wat doe je er tegen? Ze zijn nogal intimiderend.

Na het incident sloten ze zich steeds op in hun eigen kamers, waar ze met elkaar plannen gingen bekokstoven om de andere groep te grazen te nemen. En maar keihard muziek draaien. Niet alleen omdat de muziek blijkbaar zo gedraaid moet worden, maar ook omdat ze allemaal hartstikke hardhorend zijn. Daar helpt zelfs geen gehoorapparaat of implantaat meer tegen.

Beide groepen proberen hun territorium te verdedigen en uit te breiden. De hardrockers zitten vooral in de kantine, de gabbers in het restaurant. Ze proberen allebei de gemeenschappelijke ruimte over te nemen. Maar in alle ruimtes verzieken ze het voor elkaar en voor de anderen. Steeds weer draaien ze hun eigen muziek, zo hard mogelijk, via de speakers. Soms zet de andere partij hun eigen apparatuur neer om daar tegenin te gaan. Dat is pas herrie, twee van die harde muziekstromingen door elkaar heen.

Dat ze steeds meer hun eigen kleding zijn gaan dragen, was tot daar aan toe. Leren jacks en zwarte vale t-shirts voor de rockers en Australian trainingspakken voor de gabbers, als zij dat zo graag willen is dat natuurlijk prima. Maar dat ze de feestcommissie hebben opgeblazen omdat ze het nergens over eens konden worden, en dat ze het voor elkaar hebben gekregen dat er helemaal geen muziek meer wordt gedraaid in het winkeltje en bij de kapper, dat is natuurlijk te gek voor woorden.

Het is zo’n nare streek voor de mensen die van andere soorten muziek houden! Wij mogen nu ook niet meer een liedje aanvragen. Die gangen zijn al zo stil, zonder een lekker deuntje op de achtergrond is het alleen maar erger.

Gelukkig heeft de directie een oplossing gevonden. Het leegstaande abattoir naast ons gebouw is volledig geluidsdicht. Daar mogen die herriemakers lekker tekeer gaan, om de beurt een heel weekend. En dat ze er flink bij zuipen en pillen poppen, maakt niemand wat uit. Het is wel ongezond, maar ja. Iedereen moet toch ergens aan doodgaan, niet? Per slot van rekening zijn we allemaal bijna aan de beurt.

Toch had ik me iets anders voorgesteld van het leven in een bejaardentehuis in het jaar 2050.