Achteraf gezien was het wel een beetje stom dat we allemaal tientallen jaren lang onze eigen grond en onszelf en onze kinderen vergiftigden. Het idee was dat we alleen ‘ongewenste’ planten en dieren verwijderden met de chemicaliën die we kochten, zodat we zoveel en zo makkelijk mogelijk konden oogsten, maar ergens wisten we wel dat het niet goed was. Ook wij zagen dat de natuur aan de randen van onze akkers steeds minder rijk werd. Ik zag de vlinders niet meer die vroeger over alle bermen fladderden. In de kruidentuin van mijn oma achter ons huis, waren bijna alle bijen en hommels weg. In het bosje rondom het verlaten huis van onze buurman zagen we ook nauwelijks kevers en torren meer, terwijl we er vroeger genoeg vonden om onze zelfgebouwde terraria te vullen. En de vogels, vleermuizen en egels verdwenen ook langzaam maar zeker. Maar ik wist ook dat het altijd financieel krap was, dat mijn vader drie dagen in de week moest werken als leraar op een basisschool en dat mijn moeder twee dagen moest werken als verpleegster om genoeg geld binnen te halen voor onze boerderij. Toen ik het bedrijf overnam, zag ik in de boeken dat we de helft van de jaren verlies hadden gedraaid. Maar ja, hoe kan je nou de boerderij verkopen die al zes generaties in het bezit is van je familie? Ik begrijp mijn vader wel.

We blijven in het huis wonen, mijn vriendin, zwanger van de tweede, en ik. En ik heb bedongen dat ik één hectare hou om zelf wat eten te verbouwen, op de ouderwetse manier, gewoon, om de liefde voor het land te tonen. Een beetje om mijn vader te eren ook, met een grote moestuin, wat schapen, geiten en kippen. Alsof ik een modern soort keuterboer ben.

Wij kunnen niet meer concurreren, niet tegen deze grote investeringsmaatschappijen die alle landbouwgrond in Europa opkopen. Ze doen alsof ze het vanuit een ‘groen’ perspectief doen. ‘Wij voeren landbouw uit zonder chemische bestrijdingsmiddelen’ zeggen ze, ‘omdat we geven om de toekomst’. Ze geven alleen om hun eigen financiële toekomst! Maar gelukkig zijn we nu in een tijdperk aangekomen dat er heel veel geld te verdienen valt met producten die de wereld niet kapot maken. Laat dan de rijke mensen maar veel geld investeren daarin, laat ze maar rijker worden. En zij zijn nou eenmaal de enigen die de enorme bedragen kunnen investeren in de robots van TESGOOGLA. Die bouwen en programmeren de kleine en grote machines die heel minutieus over de akkers kruipen en zweven, om daar stuk voor stuk alle onkruid en schadelijke insecten te verwijderen en recyclen. Ik had er graag een paar van gekocht om dat zelf te doen, maar ik kon het financieel niet opbrengen. De banken wilden geen geld meer lenen, zij staken liever al hun geld in de investeringsmaatschappijen. Logisch. Die hebben alleen maar grond nodig en schuren en hier en daar een ondergrondse loods waar de robots zichzelf en elkaar repareren. Zij hoeven geen huis te onderhouden, een vrouw en kinderen.

Ik leg mijn arm om haar schouders. Binnen slaapt onze kleine reus, de oudste, die als eerste zoon in zeven generaties geen boerenbedrijf zal leiden. Maar dat is niet zo erg. Hij zal tenminste opgroeien in een gezonde wereld, waar geen chemische producten meer in de landbouw worden gebruikt, waar de lucht schoon is omdat alle auto’s, vrachtwagens en boten elektrisch zijn. De natuur begint op te krabbelen. Ik voel het en zie het, steeds meer soorten planten zijn zichtbaar in de berm, op muurtjes en in bomen. Insecten komen terug in groten getale. Het is een betere wereld voor mensen en dieren, dat weet ik. Alleen is het jammer dat er geen kleine bedrijven van profiteren, dat alleen de allerrijksten en machtigste bedrijven en investeerders er financieel op vooruit gaan. Maar goed. Wij zijn niet rijk, maar wel gezond. En ik ben onderwijzer geworden, net als mijn vader parttime was. Misschien maken we hier onze nieuwe traditie van.