‘Zou je ook hier onder het bed willen stofzuigen?,’ vraagt de oude dame, ‘En als je de kasten even aan de kant schuift… de vorige thuiszorg was een jong meisje, ik durfde haar niet zoiets zwaars te laten doen.’
Iets te enthousiast verplaats ik het nachtkastje om eronder te kunnen zuigen. Een herenhorloge valt eraf, op de vloerbedekking waar de poten van de kast diepe holtes hebben gemaakt.
‘Wacht maar,’ zegt ze en ze raapt het horloge op voordat ik er aan heb kunnen komen. Dan bukt ze nog een keer en pakt de versleten herensloffen die onder het bed staan.

Ze houdt de sloffen en het horloge tegen de borst gedrukt totdat ik alles goed heb gezogen en de meubels weer met hun pootjes in de holtes laat zakken. Dan zet ze de sloffen weer terug, precies op dezelfde plek. Het horloge windt ze op en legt ze op het nachtkastje naast het tweepersoons bed dat netjes is opgemaakt voor twee personen, met lakens en wollen dekens.
‘Hij is er nu al 17 jaar niet meer,’ zegt ze, ‘maar ik wind zijn horloge nog elke dag op. Als ik wakker word in de nacht, hoor ik het tikken. Dan is hij er nog een beetje.’
Ik glimlach.
‘Gek oud vrouwtje ben ik, hè,’ zegt ze dan verlegen, maar ik schud mijn hoofd.