Twee muizige dertigers, man en vrouw, staan tegenover elkaar in de sneltram. Ze kijken elkaar aan, zeggen niets. Hij steekt zijn arm uit, strekt zijn vingers om haar elleboog aan te raken. Zij trekt bruusk haar arm terug, ver, ver weg, alsof de aanraking pijn zou doen.

Later zie ik ze weer, op het station. Ze lopen naast elkaar over het perron. Hij houdt zijn open hand achter de hare zodat hij deze bijna kan pakken, bijna aan kan raken. Zij loopt in dezelfde pas naast hem, haar hand vlak bij de zijne, maar neemt de uitnodiging niet aan. Haar hand blijft gesloten.