Ik stond er, op de elektriciteitstoren. Het was een flink stuk, van de kant naar dit stalen bouwwerk in het IJ. Ik was achter twee jongens van een jaar of twintig en een paar kleine meisjes van een jaar of tien gezwommen, waarbij ik niet alleen werd ingehaald door de jongens, maar ook door de meisjes. Ik moest maar weer gaan zwemmen.

‘Oe, wat hoog!’ zegt het meisje met de paardenstaart voor me. Ze kijkt naar beneden, knijpt dan haar neus dicht en springt. Nu is het mijn beurt. Ik loop naar voren, klim over het hek en zie daar de jongens in het water dobberen die daarnet met veel gratie op de reling waren gaan staan en voorwaarts het diepen in doken. De tweede had zelfs een salto gemaakt. Ik ging niet op de reling staan, ik ging staan op de rand aan de andere kant, en keek naar beneden. Oh ja, even vergeten, ik heb hoogtevrees. Het volle besef ervan slaat in mijn gezicht, ik raak mijn adem kwijt, tril als een rietje. Zeker tien meter diep, dat moet wel. Nog hoger dan de hoge duikplank.

Het meisje achter me tikt me aan.

‘Gaat u nog springen meneer?’ Ze heeft een badpak aan van Winny the Pooh. Een Winnie the Pooh meisje kan niet wachten tot ze kan springen van deze zelfmoordtoren, en ik klem me zo stevig vast aan de reling dat mijn knokkels wit worden.

‘Springen man! Je houdt de boel op!’ roepen de knullen van beneden. Ik hou me nog steeds stevig vast, maar ga steeds schuiner staan, alsof het springen makkelijker wordt. Het meisje klimt op de reling, duwt me aan de kant en springt gillend naar beneden. Als ik haar zie gaan, raak ik bijna buiten adem van angst. Ik klim terug, ga in een hoekje zitten met mijn rug tegen de stalen constructie. Als snel ben ik weer tot adem gekomen. Even probeer ik het weer, kijk ik over de rand, maar als ik de diepte zie loop ik terug, trap af, laat me rustig het water in zakken. De meisjes klimmen langs me naar boven.

‘Durft u niet?’ vraagt het meisje.

Ik knik. Ze kijkt begrijpend.

‘Dat had ik vroeger ook, toen ik klein was.’ Ze klimt omhoog.

Als ik weg zwem hoor ik de meisjes vrolijk gillen en in het water plonzen.