Als ik mijn zoontje in zijn bed een knuffel geef, strekt hij zijn armen uit, knuffelt me stevig en laat dan zijn handen langzaam langs mijn hoofd glijden. Dan aait hij mijn haar nog een keertje.

‘Krullen,’ zegt hij.

‘Ja,’ zeg ik, ‘krullen. Papa heeft krullen, en jij hebt ook krullen.’

Ik aai hem over zijn bos met krullend haar maar hij lacht.

‘Neeej. Papa heeft krullen, Kalle heeft haar.’