‘Ik voel me niet zo prettig bij de nieuwe directeur van ons kinderdagverblijf.’

‘Hoezo dan?’

‘Hij liegt overal over, en als je hem daarmee confronteert, liegt hij nog meer. Hij heeft een paar vrouwen in hun kut gegrepen en doet daar stoer over. Zijn vorige bedrijven zijn allemaal failliet gegaan. En hij heeft dit kinderdagverblijf misschien wel gekocht met zwart geld van een stel criminelen.’

‘Heb je daar bewijs van, van dat zwarte geld?’

‘Nee, dat niet, maar hij is wel een paar keer gezien met mensen die bevriend zijn met criminelen.’

‘Dat is geen bewijs natuurlijk. Misschien is het allemaal wel helemaal legaal.’

‘Dat is wel waar. Maar hij heeft ook een nieuw team samengesteld, en dat zijn geen goede mensen.’

‘Hoezo niet? Zijn ze niet bevoegd als kinderleidster?’

‘Volgens de meeste mensen niet, maar volgens de nieuwe directeur zijn ze de allerbeste kandidaten voor deze banen. Maar ja, hij heeft een restauranteigenaar hoofd van de keuken gemaakt, en die wil de kinderen nu de restjes uit zijn eigen restaurant te eten geven. En zijn schoonmaker is uit zijn huis gezet omdat hij dertig katten had en zijn huis vol vuilnis lag.’

‘Maar misschien hebben ze daarvan geleerd, en doen ze het hier goed. Je moet mensen een kans geven.’

‘Jaah, op zich sta ik daar wel voor open, maar die directeur en de mensen die hij aanneemt geven me zo’n vervelend gevoel… Ik wil actie ondernemen. Ik denk dat ik mijn kind er liever weg haal.’

‘Dat vind ik nou zo flauw van je! Een beetje een naar gevoel in je onderbuik en dan wil je gelijk iemand zijn kans ontnemen om te laten zien dat hij goed is in zijn werk.’

‘Ja maar.’

‘Niks ja maar. Is die nieuwe directeur ooit veroordeeld wegens pedofilie?’

‘Nou, dat niet.’

‘Nou dan. Geef hem gewoon een kans.’

‘Maar als er iets met onze kinderen gebeurd?’

‘Dat zien we dan wel weer.’