Een verliefd stel stapt in, gaat tegenover mij zitten. Ze hebben elkaar blijkbaar lang niet gezien, kussen, smakken, kleffen, bevoelen elkaar, kreunen zachtjes van genot. Ik til mijn krant hoger op, maar het helpt niet. Het geluid lijkt zelfs helderder, duidelijker te worden door de afwezigheid van beeld.

Mijn krant is uit, en hem zinloos voor mijn gezicht houden doe ik niet. Ik kijk uit het raam, probeer niet te focussen op het spiegelbeeld van het kleffe stel. Dan merk ik dat ze, juist als ze even niet kussen, als ze een adempauze nemen tussen het zoenen en het vasthouden en het kreunen door, als ze alleen maar stil naast elkaar zitten, niet eens naar elkaar kijken, juist dan stralen ze de grootste hoeveelheid verliefdheid uit.