‘Ik had ook een Marokkaanse rij-instructeur,’ zegt een vriendin tijdens het diner,  ‘Een jongen van begin twintig.’

‘Dat vind ik nou zo positief,’ zeg ik enthousiast, ‘dat je ziet dat veel jonge allochtonen een eigen bedrijf beginnen. Geen last van een taalachterstand of discriminatie, gewoon hard werken en je wordt ook succesvol.’

Jaah,’ aarzelt ze, ‘die van mij liet me op allerlei straathoeken stoppen zodat hij kleine pakketjes kon aanpakken en afgeven. Ik denk dat hij een drugsdealer was.’

Bijna wil ik zeggen dat drugs dealen óók een vorm van zelfstandig ondernemen is, maar ik hou me in.

‘Ben niet gestopt met de lessen trouwens,’ zegt ze nog. ‘Hij was heel goed. Ik slaagde in één keer!’