Volmaakt tevreden hang ik mijn lichtbruine ribbeljasje in mijn overvolle kledingkast. Ik pas hem niet meer zo goed, hij zit behoorlijk strak bij mijn schouders en onder mijn armen. Ik kijk in de spiegel naar mijn gespierde bovenlichaam. Zes maanden lang elke week fitness heeft zijn vruchten afgeworpen!

Trots vertel ik het aan mijn fitnessvrienden als ik ze weer zie.

‘Schat, heb jij mijn corduroy jasje gezien?’ vraagt mijn lief een paar dagen later. Ik weet niet waar ze het over heeft.

‘Dat bruine jasje.’ Ik denk diep na.

‘Geribbelde stof. Je hebt er zelf ook eentje, bijna precies hetzelfde.’

Shit.

‘Uhm. Eh. Die hangt in mijn kast, geloof ik.’

Even later komt ze terug uit de slaapkamer met beide lichtbruine corduroy jasjes.

‘Mijn moeder ze vast allebei in jouw kast gehangen,’ zegt ze. ‘Ze lijken ook wel heel erg op elkaar hè.’

‘Ja!’, zeg ik, ‘inderdaad! Ze lijken héél erg op elkaar.’

Ik pak mijn eigen corduroy-jasje van haar over en trek hem aan. Zit helemaal nergens strak.

Dan biecht ik op.