Een scooter met twee Marokkaanse jongens komt met piepende banden naast mij tot stilstand bij het stoplicht.

‘We moeten heel veel bolletjes kopen,’ zegt de jongen met de kaalgeschoren kop.

‘Jaah, héél veel bolletjes,’ zegt de  jongen die zijn petje achterstevoren draagt.

Ik denk: bruine bolletjes zijn heroïne, witte bolletjes zijn cocaïne.

‘En dan gaan we ze smeren,’ zegt de kaalgeschoren jongen.

‘Gaan we met zijn allen doen ja, de bolletjes smeren,’ zegt het petje.

Het licht gaat op groen, de scooter stuift weg.